concert

Best Kept Secret dag 1: het gelijk van Run The Jewels

Een lustrum voor Best Kept Secret: de vijfde editie! Op voorhand is het vooral de editie van de gedroomde headliners, maar toch ook die van het volledige cashless-systeem (gewoon je drankje pinnen bij de bar, heerlijk!) dat veel bezoekers op voorhand toch maar eng vonden. En dan beginnen we nog maar even niet over het verkopen van tickets op naam en de moeite die het kost om die naam te laten veranderen. Genoeg randzaken, zoals gezegd: het is vooral de editie van Arcade Fire en Radiohead, headliners die het hier op de Beekse Bergen zullen doen knetteren zoals het nog niet eerder deed. Voor het zover is gaat team OOR eerst de vrijdag te lijf. Helemaal geen straf, want ook vandaag is er genoeg moois te vinden!

Aan Annelotte de Graaf, het brein achter Amber Arcades (15:45 uur, Stage Two), de eer om de programmering van Stage Two af te trappen. Daar blijkt haar dromerige poprock dan ook uitermate geschikt voor. Meteen valt op dat de nummers van het geprezen debuut Fading Lines live een stuk dynamischer zijn dan op plaat, de gitaren staan een standje harder te ronken dan gewoonlijk en alles wordt met net wat meer venijn gespeeld. Daarmee lukt het De Graaf om de aandacht van de tent vast te houden, al loopt die gaandeweg wel steeds meer leeg. Afhakers missen vervolgens wel een heerlijke uitvoering van het titelnummer van het debuut, evenals de nieuwe single It Changes. De paar nieuwere nummers die op de setlist prijken zijn een welkome aanvulling aangezien bij het materiaal van Fading Lines zelfs in deze dynamischere uitvoering de eentonigheid nog wel op de loer ligt. Een vol uur boeien zit er dan ook nog niet in, maar mede door de heerlijk ontspoorde climax waarmee Amber Arcades de show besluit, lopen we toch meer dan tevreden de tent uit. (RvdZ)

Mijn huisgenoot loopt al de hele week met elektroden op zijn hoofd voor de wetenschap. Hij wil zijn dromen levendiger meemaken. Door wekenlang iedere dag een zogenaamd dromenboekje bij te houden zou hij zijn dromen beter kunnen onthouden en uiteindelijk zelfs kunnen sturen. Daarbij gebruikt hij steeds het toverwoord lucid. Als Kelly Lee Owens (16:00 uur, Stage Three) ditzelfde woord een stuk of vijftien keer over het vroege BKS-publiek uitstrooit tijdens het gelijknamige nummer, worden niet ineens onze dromen helder. Nee, ze gebruikt het om de touwtjes in handen te krijgen in de naar vers hout ruikende Three. Iedereen moeten namelijk dansen. En niet alleen eventjes als de artiest erom vraagt. We moeten los. Veertig minuten lang. En dat is lastig als tweede spelende act op de eerste dag, maar toch lukt het de Welshe gevestigd in Londen, met haar beukende, naar techno neigende songs die alle kanten op schieten – van minimal, naar acid, naar klokkenspel-melodieën à la Four Tet. Echt gedenkwaardige songs zitten er niet bij, maar het geheel luistert prettig weg, net als Kelly’s zachte, haast wegebbende stemgeluid. Leuke contrasten zijn haar directe, vastberaden podiumpresentatie en haar harde ‘come on’-chants, die ervoor moeten zorgen dat ze hier een blijvende indruk achter laat. Het is ietwat geforceerd, maar Kelly Lee Owens slaagt wel in haar missie. De Three danst terwijl de rest van Nederland nog op kantoor zit. (DC)

Aan de Engelsen van Sundara Karma (16:45 uur, Stage One) de eer om dit jaar het hoofdpodium van Best Kept Secret te openen. Een toch wel prestigieuze plek, die deze indierockband lijkt te zijn komen aanwaaien. Want waarom deze mannen uit Reading hier staan is een raadsel. Komt het door oud-3FM-hit Flame? Dat is namelijk nog best een aardig liedje, maar veel meer dan dat is het niet. Uit alles blijkt dat we hier te maken hebben met een doorsnee Engels gitaarrockbandje. Eentje waarvan het de zanger niet lukt te verhullen dat hij veel naar Bruce Springsteen heeft geluisterd, deze man heeft alleen een iets hogere stem. Nee, echt bijzonder is het allemaal niet, zeker niet als je daar het stadiongeluid van pakweg U2 bij denkt. Toegegeven: zoals Flame hebben ze nog twee aardige liedjes, maar meer dan dat kunnen wij er ook niet van maken. (JS)

Bij de eerste nummers van Sløtface (16:45 uur, Stage Five) maken we ons klaar voor een teleurstelling. De band lijkt er wel zin in te hebben, maar speelt behoorlijk futloos. De vrij matte geluidsmix helpt daarbij ook niet. Hierdoor wordt de heerlijke single Empire Records flink om zeep geholpen, wat de grootste knaller van de show had kunnen zijn komt nu totaal niet over. Dat is spijtig, want deze jonge Noorse poppunkers hebben zeker potentie. Gelukkig duurt het niet heel lang voordat die belofte wel waargemaakt wordt. Vanaf het aanstekelijke Take Me Dancing begint de band wat harder te werken om het publiek mee te krijgen. Vooral frontvrouw Haley Shea begint aan een heus charme-offensief, met effect. Door de geluidsmix missen de songs nog steeds net een beetje kracht, maar zodra de band eenmaal is losgekomen deert dat niemand in Stage Five meer. De eerste moshpits, crowdsurfers en verloren schoenen van deze editie van het festival zijn een feit. Sløtface komt er wel. (RvdZ)

De vrijdag mag dan wat traag op gang komen en het minst bezocht zijn, voor Real Estate (17:35 uur, Stage Two) loopt de grootste tent op het festivalterrein opvallend snel helemaal vol. Zanger Martin Courtney IV uit Brooklyn, New York loopt wat aarzelend het podium op. Spijkerjasje, nerdy bril, nul sterallures, nul showman. Stom verbaasd over het aantal mensen dat voor zijn neus staat. Er rest hem weinig anders dan zijn bloedmooie liedjes te gaan spelen, in de hoop dat die zoveel mensen bevallen. Liedjes vol knap in elkaar gevlochten gitaarpatronen, deels op die 12-snarige gitaar van hem. Liedjes ook die in zijn platenkast heel goed passen tussen die van The Feelies uit de jaren tachtig, en die van R.E.M., toen die nog rustig So Central Rain zongen. Soms kleeft er een licht psychedelisch randje aan de nummers van dit vijftal, meestal kabbelen ze braaf voort. Het publiek staat erbij, kijkt ernaar, geniet oprecht of keuvelt relaxed verder. Alleen tijdens de tien minuten lange afsluiter veroorloven de bandleden zich buiten het brave stramien van de geijkte songstructuur te stappen, noisy op elkaar te reageren en het orgel naar voren te mixen, terwijl het melodietje op de achtergrond wel weer netjes voort dendert. Goed bandje, sterke liedjes, nul uitstraling. (WJ)

De vrouwen staan er vandaag sterk voor op de vijf podia van Best Kept Secret (leest u mee, Jan Smeets?). De all-female band met het belangrijkste tijdslot op de vrijdag is die van Agnes Obel (18:35 uur, Stage One). Grootste talent van deze Deense en haar consorten? Duistere pianowalsen componeren over nijd, jaloezie en verknipte romances. Voor de vertolking op de festivals heeft Obel er een truc bij bedacht: snoeihard dreunende monsters van basdrums en elektronische fratsen. Begrijpelijk dat het korte aandachtsspanne van een Rock Werchter-bezoeker kan vasthouden. Maar het Best Kept Secret-publiek, dat wel degelijk muisstil naar ingetogen parels als Riverside kan luisteren, wordt ermee onderschat. Zelf lijden Obel en band nog het meest onder de lompere, alternatieve vertolkingen van uitstekend album Citizen of Glass: de subtiliteit van de prachtig gespeelde cello-partijen en het stemgeluid van de zangeres/pianiste met glitters op haar wangen worden behoorlijk gedomineerd. Gelukkig is er enige sprake van balans in de set door een zachtere handdrum in Stone en ‘oudje’ The Curse en blijven de uitstekende kwaliteiten van deze muzikanten nog enigszins op de voorgrond. (DC)

Er wordt met extra veel belangstelling naar het optreden van het deels vernieuwde Millionaire (19:35 uur, Stage Two) uitgekeken. Geestelijk vader Tim Vanhamel vond de tijd rijp om twaalf jaar na het tweede album plots weer als Millionaire naar buiten te komen. Met een dijk van een album en een live bezetting om van te watertanden. Het is al vroeg dringen vooraan in de tent. De band start overdonderend met twee tracks met louter één riff als basis. Gebalde energie, dat stort het zestal (drie gitaren, toetsen, bas en drums) over de massa uit. Als derde nummer volgt de funky vloedgolf vol laag genaamd I’m Not Who You Think You Are en zien we Vanhamel zijn eerste kenmerkende bewegingen als slangenmens maken. Zijn stem is, net als de gitaren, gedrenkt in echo en effecten. Dat maakt hem zelfs tijdens het weinige contact met zijn publiek nagenoeg onverstaanbaar. Het geluid van de band is zwaar, log en verzandt voor in Stage Two in een vaak ondoordringbare brij. Dat komt de liedjes niet ten goede. Daarin zorgen normaliter subtiele bijdragen op toetsen en weergaloze solo’s van Vanhamel op gitaar voor nuance en extra kracht.

Ik vermoed dat de band zelf erg goed speelde, maar dat dat achterin de tent duidelijker hoorbaar was. Voorin zorgden de drie gitaren samen voor een chemische reactie en werd het geheel een slecht soort donkergrijs beton. Het schimmenspel (beetje minder rook had wel gemogen) werd uiteindelijk doorbroken als de band I’m On A High en een weergaloze versie van Champagne, twee oudere cultklassiekers, inzet en het publiek daarmee tot pogoën en skydiven aanzet. Dubbele gevoelens derhalve bij deze krachtige terugkeer op het podium. Omdat het nog zoveel beter wordt als alle fraaie, onderscheidende details in die nieuwe songs ook te horen waren geweest en daarmee die op zich sterke tracks veel beter uit de verf zouden zijn gekomen. Laten we het erop houden dat de mannen er zin in hadden veel herrie te maken en het publiek met een bulldozer plat wilde walsen. In dat geval zijn ze, voor wat de eerste dertig rijen publiek betreft, meer dan geslaagd. Ik ga voortaan wat vaker achterin deze tent staan. (WJ)

Metronomy (20:35 uur, Stage One) stond eerder op Best Kept Secret (2014). Destijds op Stage Two, nu staan ze een treetje hoger én op een beter tijdstip. Pure winst voor Joseph Mount en kornuiten en helemaal verdiend. Ritmisch, funky, vreemd, een tikje irritant: je kunt het allemaal zeggen over deze Londenaren. Vooral in het voorste vak is het feest, maar ook op de rest van het strand wordt vrijuit gedanst. Dansen doet ook bassist Olugbenga Adelekan. Een Nigeriaan die zelfs nog een poosje in Den Haag heeft gewoond, als we zijn Wikipedia-pagina mogen geloven. Hij is vandaag de vrolijkste noot én uitblinker. Al is het niet het hele uur raak bij dat bandje van ‘m: het middenstuk, waar het tempo er even uitgehaald wordt, zakt het geheel deels in elkaar. Maar op momenten dat het gaspedaal met bongo’s en al ingedrukt wordt – zoals bij het afsluiter The Bay – maakt Metronomy een meer dan prima indruk. (JS)

Het laatste album van Jenny Hval (21:35 uur, Stage Three) is een conceptplaat over menstruatie, vampiers en alles wat je zoal in een horrorfilm tegen komt. Oké dan. Wat voor show we daar in godsnaam bij kunnen verwachten? Geen idee, en het programmaboekje werkt ook al niet mee: ‘Over de bizarre liveshow verklappen we niets, maar dit is iets wat je wil zien.’ Dat doen we dan ook braaf bij OOR, en het woord ‘bizar’ dekt inderdaad aardig de lading. De show van deze 36-jarige Noorse is niets minder dan kleinkunst. We zien bandleden die vanachter hun instrumenten vandaan klimmen om elkaars pruiken te knippen. We zien een stoffen versie van het menselijke darmstelsel (toch?) die onder andere als een soort sjaal dienst doet en een miraculeuze doeken-act. Het geheel klinkt als een spookhuis: compleet met galmende, snikkende en schreeuwende zangeres. Voor het grootste gedeelte praat Hval, maar met zoveel galm en accent dat je de woorden niet van elkaar kunt onderscheiden. Stage Three krijgt van dit alles weinig mee en vindt gezellig babbelen veel belangrijker. Bizar was deze show zeker, maar misschien ook wel iets te moeilijk voor Best Kept Secret vandaag. (JS)

De spoedcursus ‘hoe om te gaan met de geluidsinstallatie in Stage Two’, gegeven door Tars Vervaecke, geluidsman van Millionaire, goed in de oren geknoopt hebbend, stellen we ons voor de Australische psych rockers van King Gizzard & The Lizard Wizard (21:35 uur, Stage Two) dit keer strategisch achterin de tent, nabij de geluidsman van dienst, op. Vanaf het eerste nummer zit de sound geramd: Rattlesnakes! Die openingstrack van Flying Microtonal Banana (een album van een paar maanden geleden, maar inmiddels alweer niet meer het laatste van deze belachelijk productieve mafkezen) blijkt de opmaat voor een feest van formaat. Gevaarlijk zigzaggen de songs vervolgens als gladde alen door het publiek heen. Dat kan niet anders dan opspringen, meedansen of zich in trance laten spelen. Maar nooit te lang, want daar is alweer een tempowisseling, synchroon uitgevoerd door de twee drummers, of een andere rare kronkel in een volgend ingewikkeld akkoordenschema. Soms lijkt dit grote gezelschap een soort Rush on speed. Progrock met peper in hun reet. En psychedelica met een bluesharp en een sitargitaar, altijd dansbaar, tot je plots op het verkeerde been staat en die andere voet voor moet zetten. Zoiets. Technisch zeer verantwoord, met de energie van acht werkpaarden en het plezier van kinderen met hun eerste basispakket ‘ontdek het melkwegstelsel met deze zelf te bouwen sterrenkijkers’. En sterretjes zagen we. Ook zonder geestverruimende middelen. Sen-sa-tio-neel.

Als je als festivals al twee van de grootste bands ter wereld als headliners hebt, wie boek je dan in godsnaam als derde? Voor Best Kept Secret viel de keuze op hiphopduo Run The Jewels (22:45 Stage One). Een keuze die toch nog wat stof deed opwaaien, want een hiphopheadliner op een alternatief festival blijft ook in 2017 nog wel een dingetje. Gelukkig geven de heren Killer Mike en El-P een show weg die zelfs de grootste haters ongelijk geeft: Run The Jewels is vandaag namelijk de perfecte afsluiter. Het drietal tracks van de dit jaar verschenen plaat Run The Jewels 3 waarmee de heren aftrappen zet meteen de toon. Bombastische hiphop, met razendsnelle raps en een maatschappijkritisch laagje, maar ook altijd een knipoog. Dat gaat er op het goedgevulde veld in als koek. Vooral Legend Has It, met een perfect moment publieksinteractie: ‘and the crowd goes? RTJ! RTJ!’, blijkt een festivalknaller van jewelste.

Eigenlijk mag het helemaal geen verrassing heten dat Run The Jewels het festival compleet plat speelt. Run The Jewels 3 is een van de platen van het jaar, Killer Mike en El-P hebben live onvoorstelbaar veel chemie met elkaar en eerdere shows in ons land, een paar maanden terug in de Melkweg bijvoorbeeld, sloegen ook al in als een bom. Maar toch, op een festival waar bijna alle headliners tot nu toe toch rock- of popbands waren, bleef het natuurlijk maar de vraag hoe goed deze show zou vallen. Gelukkig hadden we ons eigenlijk geen zorgen moeten maken, zelfs de meest verstokte indieliefhebber gaat helemaal los vanavond. De beats van nummers als Blockbuster Night, Part 2 en All Due Respect blijken ook vanavond maar weer eens van een zeldzaam hoog niveau te zijn, de moeiteloze flow en het onuitputtelijke plezier van de twee rappers doet de rest. Toegegeven, tegen het einde van de set komen er misschien net wat teveel mid-tempo tracks voorbij, maar laten we niet zeuren: over het Run The Jewels zorgt vanavond voor een vorm van euforie waar nog geen tien gitaarbandjes tegen op kunnen. (RvdZ)

Rond tien voor één ’s nachts staat de Three goed vol met mensen die zin hebben in een feestje. Is dat omdat men weet dat er een danceprogramma is of omdat Kornél Kovács (1:00 uur, Stage Three) bekend is onder de bezoekers? Zijn platen liggen al niet meer bij de platenwinkel aan de overkant van het podium. Uitverkocht of gewoon niet geleverd? Over zijn bekendheid in Nederland zijn we nog niks wijzer, dus daarom maar een korte introductie: deze Zweed met Hongaarse roots sloot zich de afgelopen jaren aan bij het gerenommeerde Studio Barnhus en maakt zweverige elektronica en wacky nu-disco die de kloof tussen Todd Terje en DJ Koze prima dicht. Hoe gestoord zijn platen ook klinken, Kovács lijkt vannacht aanvankelijk een vrij veilige gevulde USB te hebben meegebracht: koebel-classic Rain van Omid16B en een Soichi Terada-remix volgen al snel, maar de set blijkt al gauw onconventioneel en bijzonder in z’n overgangen. Plots na sfeervolle techhouse een disco-banger droppen, vervolgens richting acid en DJ Koze, vlak daarna de slimste keuze van vanavond: handjes in de lucht bij Mylo’s Drop The Pressure, om dan op het zwaartepunt de aandacht te trekken naar het eigen campy Pantalón. Kovács voelt doorheen anderhalf uur in de breedte aan wat een Best Kept Secret-publiek aan dansnachten nodig heeft. Fijne set om de dag mee af te sluiten. Tot morgen! (DC)

Door Dave Coenen, Willem Jongeneelen, Jeroen Sturing en Reinier van der Zouw / Fotografie: Jack Parker (foto’s Run The Jewels en King Gizzard) en Marcel Poelstra

Gezien: 16 juni 2017, Best Kept Secret, Hilvarenbeek

Deel dit artikel

Meest gelezen artikelen

concert

Best Kept Secret dag 3: de eenzame klasse van Radiohead

Met een reeks shows van hoge kwaliteit, een internationaal publiek en dé twee headlineshows waar haast iedere bezoeker al het ...
concert

Best Kept Secret dag 2: Arcade! Fire! Arcade! Fire!

Na een prettige eerste dag is het vandaag tijd voor een van de twee namen waar het voor de meeste ...
nieuws
Foo Fighters

Foo Fighters kondigen Concrete And Gold aan

Op 15 september ligt Concrete And Gold in de winkel, inderdaad...het nieuwe album van de Foo Fighters! Eerste single Run ...