Pure Comedy

Genre
Pop
Distributeur
BELLA UNION/PIAS
Gepubliceerd op
Artiest/band
Father John Misty

Misty’s derde is vooral een stok om mee te slaan voor bijvoorbeeld OOR-collega Tim Veerwater, die het liefst niet één, maar meerdere hoofdkussens zou platdrukken op het smoelwerk van dit soort interessantdoenerige types, just to be sure. Pure Comedy is een lange conceptplaat waarop Tillman vertelt over de teloorgang van de samenleving. Een korte, versimpelde versie van het bijbehorende 2000-woorden-essay: op een andere planeet dan de aarde leeft een volkje dat desalniettemin dezelfde fouten maakt. Religie, politiek, oorlog en Total Entertainment Forever zijn er aan de orde van de dag. Tillman neemt alles maar dan ook alles wat hem aan het echte leven irriteert, en zet het in een zelfverzonnen setting te kakken. Hoe genadeloos hij dat ook doet, Pure Comedy bestaat voor negentig procent uit gepraat en da’s een probleem. Bij gebrek aan prikkelende muziek eromheen begint dat gepraat namelijk al snel aan te voelen als geouwehoer. Er is bijvoorbeeld geen mariachi-trompet die zegt wat woorden niet kunnen zeggen in het ellendig lange hoofdstuk Leaving LA. En het orkest dat aan het eind van het traag voortslepende Birdie in een zwart gat lijkt te worden gezogen, overleeft de daaropvolgende explosie maar een paar seconden. Het is onvoldoende om het nummer op de valreep nog spannend te maken. En zo gaat het met alle songs. Ze zijn stuk voor stuk gebouwd op een basis van piano en akoestische gitaar. De verdere aankleding is veel te dunnetjes, met louter klassieke strijkerarrangementen en smooth jazzy blazers achterin de mix. Tuurlijk, Tillmans stem is mooi, zijn verhalen vragen je aandacht en de wél aanwezige instrumentatie komt hemels helder uit je speakers rollen. Maar er gebeurt gewoon te weinig muzikaals op Pure Comedy. Het is meer een interessant boekwerk dan een fijn album. Ik zie NASA deze plaat eerder de ruimte in schieten dan dat ik mezelf er nog vaak naar zie luisteren. Iets zegt me dat dat Tillmans bedoeling ook was. RANDY TIMMERS