Ultramega OK

Genre
Rock
Distributeur
SUB POP/KONKURRENT
Gepubliceerd op
Artiest/band
Soundgarden

Al vanaf de dag dat het door Drew Canulette geproduceerde Ultramega OK klaar was, waren de bandleden ontevreden met het geluid ervan, en vanaf diezelfde dag wisten ze dat ze ‘m ooit nog eens opnieuw zouden mixen, maar dan met vertrouwensman Jack Endino, die in 1987 hun eerste EP Screaming Life had geproduceerd. Maar zoals dat gaat met bands die ineens in een rollercoaster terechtkomen en weten dat ijzer gesmeed moet als het heet is: het kwam er niet van. Sterker nog, in en om Soundgarden bleef het bijna dertig jaar lang de moeder aller running gags: we moeten Ultramega OK nog remixen! En nu is het 2017 en is het geschied. Door Jack Endino en onder supervisie van gitarist Kim Thayil. Inclusief nieuw hoesontwerpje en zes albumtracks in early versions. Weg is de ‘thinness, the sterile and transistory sound’, zoals Thayil het in de liner notes noemt. Iedereen blij? De band sowieso. Maar voor wie al decennialang Soundgarden-aficionado is zal het even wennen zijn: een volledig geremixt debuutalbum zónder die heerlijk vertrouwde, dunne, steriele transistorsound. Wie niet noemenswaardig verknocht is aan het origineel (ondergetekende bijvoorbeeld) hoort hoe dan ook een krachtige, geestdriftige en avontuurlijk ingestelde band – bij vlagen (665/667, Circle Of Power, One Minute Of Silence) zelfs op het baldadige af – die al voorzichtig ruikt dat er opwindende tijden te wachten staan voor muzikanten die ’t niet zo nauw nemen met de grenzen tussen de anarchistische en de commerciële kant van de rockmuziek. Waarbij prijsnummers als Flower, Head Injury en het lekker bezwerende, Sabbath-achtige Incessant Mace (in de beginjaren een livefavoriet) de kar trekken. Dat alles nu net effe wat ‘beefier, heavier, warmer, bigger and crunchier’ klinkt (aldus Jack Endino in de liner notes) is natuurlijk mooi, maar doet verder weinig af aan de status of zeggingskracht van dit historische staaltje grunge avant la lettre. ERIK VAN DEN BERG