OOR Albums overzicht

Repentless

Na de dood van gitarist Jeff Hanneman zei zanger Tom Araya dat wanneer Slayer weer bij elkaar zou komen, dit zou voelen alsof de band weer vanaf nul moest beginnen. Zo’n vaart loopt het niet. Natuurlijk is het wegvallen van Hanneman en drummer Dave Lombardo (wegens contractuele problemen) een aderlating. Maar gitarist Gary Holt van Exodus is natuurlijk ook geen koekenbakker en Paul Bostaph hamerde van 1992 tot 2001 al een aantal platen in. En hoewel Slayer het in die tijd op zijn heupen kreeg en meer het experiment ging opzoeken (boze tongen beweerden dat Bostaph het extreme drumwerk van Lombardo niet kon evenaren), zijn de openers van Repentless – het titelnummer en Take Control – ouderwetse snelheidsduivels, waarbij Slayer teruggaat naar zijn eigen thrashbasis.

No No No

U leest ‘Beirut’ en hoort in de verte het melancholische trompetgeschetter al aanzwengelen. Dat zal waarschijnlijk altijd de reflex blijven als Zach Condon zich roert. Een walsje, wat hoempapa, Sloveense fanfaremuziek, Mexicaans straatorkest, goulashsoep – Beirut staat voor al het niet-westerse in de wereld. Toch, als het aan Condon ligt, zien we hem niet meer als de jeugdige wereldreiziger die met Gulag Orkestar (2006) en The Flying Club Cup (2007) een grote indiesensatie werd.

Anthems For Doomed Youth

En toen waren de likely lads na elf jaar écht terug, met het officiële derde album Anthems For Doomed Youth. Begin 2015 opgenomen in Thailand, waar Pete Doherty in de afkickkliniek zat. Hij mag nog wel drinken, getuige de video bij eerste single Gunga Din, waarin de boys het er goed van nemen in een Thaise rosse buurt. Lekker los en aanstekelijk dranklied is dat trouwens, waarin Pete en Carl Barât elkaar muzikaal weer in de armen vliegen: ‘You’re a better man than I’.

The Book Of Souls

Hij leek onaantastbaar, die goedlachse frontman van Iron Maiden. Totdat er begin 2015 kanker werd gevonden in de tong (!) van Bruce Dickinson. Geluk bij een ongeluk was dat de vocalen van The Book Of Souls al waren opgenomen voordat de diagnose werd gesteld. De band heeft gewacht met de release totdat Dickinson kankervrij werd verklaard. Aan energie dus geen gebrek. En dat zullen we weten.

Nooit Meer Terug

Twijfel, zelfhaat, zelfspot, humor, intelligentie, angst, kwetsbaarheid, sociale bewogenheid – het is zoals we Fresku kennen sinds de albums Fresku en Maskerade. Op Nooit Meer Terug vervolgt hij de koers die hij de afgelopen jaren heeft ingezet. De Eindhovense rapper is daarmee uniek in Nederland. Geen enkele van zijn collega’s combineert humor, intelligentie, techniek, woordkunst en metaforen zo scherp als Fresku. En toch blijft hij twijfelen, gevoelig voor kritiek, en worstelen met zijn verantwoordelijkheden, zo blijkt uit de teksten op Nooit Meer Terug.

Yours, Dreamily

Het boksgevecht tussen Floyd Mayweather en Manny Pacquaio in mei van dit jaar was de aanleiding voor Stay In My Corner, de eerste single van The Arcs. De band is een nieuw project van Black Keys-zanger/gitarist Dan Auerbach. Yours, Dreamily werd opgenomen in Los Angeles, New York en Nashville, in slechts twee weken. Auerbach omringde zich met oude bekenden: producer en Shins-lid Richard Swift, onderdeel van de Black Keys-tourband, net als saxofonist Leon Michels. Het vijftal wordt gecompleteerd door drummer Homer Steinweiss en bassist Nick Movshon. Alle mannen hadden een gelijkwaardige creatieve input, waarmee het niet stiekem toch een Black Keys-album is geworden, maar dan zonder Patrick Carney.

What The World Needs Now...

‘What the world needs now, is love, sweet love’. Dat was althans zo in de wereld van Hal David en Burt Bacharach, die dat nummer in 1965 schreven voor artiesten als Jackie DeShannon, Dionne Warwick en nog zo’n honderd anderen. Dat werkt natuurlijk niet zo in het hoofd van John Lydon. Daar luidt het antwoord in Shoom: ‘Another fuck off!’ Ook dat is dus not a love song en Lydon zal voor zijn nog altijd wat puberale woordspelingen opnieuw geen kans maken op een Nobelprijs.

Too

De lawaaipapegaaien van FIDLAR trekken op Too weer alle registers open. Cheap Beer, Whore en Cocaine van het titelloze debuut uit 2013 krijgen waardige opvolgers met 40oz On Repeat, The Punks Are Finally Taking Acid en Sober (met de typische FIDLAR-tegeltjeswijsheid ‘I figured out as I got older, that life just sucks when you get sober’).

Brace The Wave

Al meer dan dertig jaar timmert lo-fi-held Lou Barlow aan de weg, oorspronkelijk als lid van Dinosaur Jr, later in verschillende samenstellingen en onder verschillende namen als Sebadoh, Sentridoh en The Folk Implosion. Brace The Wave is pas zijn derde officiële soloalbum, dat zes jaar na voorganger Goodnight Unknown verschijnt.

Poison Season

Destroyer is een los/vast-vriendencollectief rondom Dan Bejar, die daarnaast ook deel uitmaakt van de fameuze New Pornographers. Platen worden niet in een vaste (en daarmee dwingende) frequentie gemaakt, maar pas dan wanneer Bejar iets zinnigs te zeggen heeft. Mede daarom stijgt hij juist met Destroyer vaak tot grote hoogte. Poison Season is het tiende (!) volwaardige album van een schitterende discografie die ook diverse EP’s en cassettes omvat. Het tekent het ongrijpbare en tegendraadse karakter van de man uit Vancouver dat hij ook na doorbraakplaat Kaputt (2011) rustig de tijd nam voor deze opvolger, hoewel de leemte anderhalf jaar geleden enigszins werd gevuld met het interessante Five Spanish Songs.

What Went Down

Het zat er al een paar jaar aan te komen. Toch blijken die eerste drie albums nu niet meer dan – op zich prima – vingeroefeningen te zijn geweest voor wat er nu krachtig en overtuigend uitkomt: de Britse band Foals heeft een monument van een album gemaakt. Alles valt nu op zijn plaats.

Depression Cherry

De eerste single Sparks liet het al horen: Depression Cherry zou weleens een interessante move van Beach House kunnen worden. En dat is het ook. De even dromerige als donkere shoegazepop van Victoria Legrand en Alex Scally werd destijds snel opgepikt door indieblogs, die Beach House (2006) en Devotion (2008) hoog in de jaarlijstjes plaatsten. Het fraaie Teen Dream (2010) zorgde voor een bescheiden doorbraak, maar Bloom (2012) voor een grote: dat stond opeens in de Billboard top 10. Daar leek met enigszins bombastische popsongs als Myth en Lazuli ook bewust naartoe gewerkt.

Hermits On Holiday

Ga ik ‘t zeggen? Ja, ik ga ’t zeggen. Het slechtste – of toch zeker meest irritante – indieplaatje van 2015 is binnen. Tja, íemand moet ‘m maken. De eer is aan Drinks, een gelegenheidsduo bestaande uit het uit Wales afkomstige halftalent Cate Le Bon (drie aardige soloalbums sinds 2009) en Tim Presley, ooit in The Fall en The Strange Boys, maar tegenwoordig vooral bekend als sixtiesgaragefenomeen White Fence.

Little Victories

Nauwelijks droog achter de oren (de drummer was net vijftien geworden) en meteen al naar festivals als Werchter en Pukkelpop én de prestigieuze tv-show van Jools Holland. Dat hadden The Strypes volgens de critici vooral te danken aan hun coole looks én een gemiddelde leeftijd die nu nog altijd rond de achttien jaar ligt. De fans daarentegen roemden juist de verbluffende muzikaliteit die in een ronkende debuutplaat (Snapshot uit 2013) was omgezet.

Dark Black Makeup

Drie broers uit Missouri die net de tienerleeftijd ontgroeid zijn en er uitzien als de kleinkinderen van Phil Lynott, maar klinken als een Amerikaans punkbandje dat sterke riffs en pakkende liedjes kan bedenken. Ze spelen live al vijf jaar de pannen van het dak (check dat in Nijmegen, Amsterdam en Utrecht in oktober) en hun EP’s waren felbegeerd. Dit langverwachte debuutalbum hebben ze met producer Ross Orton (Arctic Monkeys, Drenge) in Engeland opgenomen.

Eyes Wide, Tongue Tied

Vaste prik aan het begin van de recensie van een Fratellis-album: nee, er staat geen nieuwe Chelsea Dagger op. Zou niet hebben gepast ook. Jon, Barry en Mince Fratelli zijn hier en daar nog wel te betrappen op een puntig ah-ah-ah-refreintje (Thief) of andersoortige makkelijk meezingbare stampers (Don’t Lie To Me!, Getting Surreal), maar de heren doen het anno 2015 nog altijd relatief rustig aan, terwijl ze ook wat andere stijlen uitproberen.

Meliora

Het werd weer met veel bombarie aangekondigd: de ‘nieuwe’ frontman Papa Emeritus, nu met het achtervoegsel ‘III’. Al twee platen wrijven de fans in de handen en krullen de haters hun tenen. Ghost is de lachende derde. Nog steeds is het een publiek geheim wie achter de maskers zitten. En ondertussen wordt de foto van de Papa met zijn kroost aan de hand, net voor het optreden op Pinkpop, meer bekeken dan een paaszegening van de Paus zelf.

The Making Of

Het schept natuurlijk wat verwachtingen als je getekend hebt bij het label van onder andere Franz Ferdinand en Arctic Monkeys. En warempel, met de eerste singles XXX en vooral Swarm leken The Bohicas die verwachtingen nog waar te maken ook. Lekker snelle indierock, met veel hooks, af en toe een licht psychedelisch tintje en mooie meerstemmige refreinen.

Dornik

Michael Jackson wordt ruim zes jaar na zijn dood nog steeds door miljoenen fans gemist, maar wie louter de muziek van de zelfgekroonde King Of Pop kon waarderen, vindt vandaag de dag veel goede alternatieven. De populaire optie is The Weeknd, de vooralsnog onbekende weg heet Dornik: een zanger uit Londen die voorheen drumde in de band van Jessie Ware.

Family Of The Year

Het lijkt niet op te kunnen, de lichtvoetige folkbandjes, het liefst met zowel een zanger als een zangeres, die festival-line-ups bestormen met hap-slik-weg-liedjes en hippieachtige vibes. Family Of The Year is zo’n band. Maar hoewel bovenstaande beschrijving misschien niet bepaald positief aandoet, is dat niet zo bedoeld. Niets mis met hap-slik-weg-liedjes, zolang ze goed in elkaar zitten.

Neither/Neither

‘We live in dangerous times. We are blinded by control vectors that separate us from reality’. Zo zien we The Black Dog graag. Denkend in complottheorieën en doemscenario’s, terwijl ze het vuurtje in bassbins in de internationale technoclubs nog wat hoger opstoken. Dansmuziek voor heupen en hoofd, zo gaat het al twaalf albums lang.

Green Lanes

Ultimate Painting begon vorig jaar als een bescheiden project, maar groeide snel uit tot een prioriteit voor zanger/gitarist Jack Cooper van Mazes en gitarist James Hoare van Veronica Falls. En terecht, want hun pas driekwart jaar oude titelloze debuut bevatte wel heel veel goeie liedjes in de klassieke indietraditie van The Velvet Underground, The Feelies en Pavement. Zo eentje die we niet zagen aankomen. En hier is plaat twee alweer.

Abyss

Chelsea Wolfe is populair in postmetalkringen en triomfeerde dan ook al eens op festival Roadburn. Haar oudere werk staat stevig onder invloed van PJ Harvey, maar op dat stekelige idioom bouwde ze vol overtuiging een oeuvre dat zaken als ‘heavy’ en ‘zacht’ heel elegant verbindt. Pain Is Beauty, haar vorige album, heette niets voor niets zo.

Compton

Detox. De afgelopen vijftien jaar werd dat ene woord fluisterend, schreeuwend, vragend en jammerend uitgesproken. Alle hiphopliefhebbers wisten gelijk waar het over ging. Het nooit verschenen album moest de reeks van The Chronic en 2001 afmaken. Wat Chinese Democracy was voor de liefhebbers van Guns N’ Roses was Detox voor de liefhebbers van Dr. Dre (en dus voor alle hiphopliefhebbers). Maar Detox kwam niet, ondanks zo veel beloftes, en lijkt nooit te komen nu Dr. Dre Compton zijn grande finale noemt. Compton was er zomaar, uit het niets bijna. Niemand had het na al die eerdere beloftes verwacht. Achteraf is het logisch. Dr. Dre is sinds de verkoop van zijn Beats-imperium zo rijk dat hij dagelijks meer aan rente verdient dan u en ik in een jaar bij elkaar werken. Hij kan doen wat hij wil. Tegelijkertijd staat de wijk Compton, waar alles voor hem begon, dankzij protégé Kendrick Lamar weer helemaal op de kaart en ten slotte was er nog de film over N.W.A., Straight Outta Compton, die nu al geslaagd is, omdat het Dre zó inspireerde dat hij in korte tijd deed wat hij vijftien jaar lang niet deed: een eigen album maken.

Death Magic

Kennen we ze nog? Een jaar of zes, zeven geleden was er ineens een hoop reuring over de ‘scene’ rond de in Los Angeles gevestigde undergroundclub The Smell. Noise, punk en avant-garde waren er de takken van sport en van het lijstje regulars slaagden bands als No Age, Abe Vigoda en dus Health erin enigszins bovengronds te komen. Health onderscheidde zich daarbij door een ongekende productiviteit: een titelloos debuutalbum, een remixversie daarvan (Health//Disco), een tweede album (Get Color), dáár ook weer een remixplaat van (Health::Disco2) en alles in nog geen drie jaar tijd.

Another One

In de categorie ‘gewoon, omdat het kan’ kwam Mac DeMarco onlangs op de proppen met Some Other Ones, een gratis te downloaden instrumentale ‘BBQ soundtrack’. De barbecue die hij gaf, was ter ere van de lancering van zijn geheel zelf opgenomen derde album, de mini-lp Another One. De ene plaat maken om de andere te promoten, het tekent de Canadees, die doorgaans lekker doet waar hij zelf zin in heeft.

Longitude

Een onverwacht teken van leven van The Frames, te meer omdat Glen Hansard komende maand zijn tweede soloplaat uitbrengt. De band bestaat 25 jaar, maar heeft sinds The Cost uit 2006 geen album meer gemaakt en treedt nog heel sporadisch op. Een kwart eeuw The Frames wordt bescheiden gevierd met Longitude, een soort verzamelalbum, maar met nieuw opgenomen versies van Revelate en Fitzcarraldo plus het nieuwe nummer None But I.

Marks To Prove It

‘Als Given To The Wild één ding duidelijk maakt, is het dat The Maccabees definitief volwassen zijn en in staat om zichzelf keer op keer opnieuw uit te vinden'. Aldus besloot collega Springveld zijn recensie van het voorlaatste album van de Londense band. Ik kan het niet laten Tom erop te wijzen dat hij hier twéé dingen noemt, maar verder bevestigt Marks To Prove It zijn gelijk.

If I've Only One Time Askin'

Daniel Romano wist het onvoorstelbaar geachte te bereiken door met een ouderwetse countryplaat meerdere eindejaarslijstjes te halen, al speelde daar hoogstwaarschijnlijk een sterk vermoeden van camp in mee. Met zijn druipsnor en western outfit deed de man op de hoesfoto immers onwillekeurig denken aan die nepcowboy van Village People, terwijl ook de albumtitel Come Cry With Me leek te wijzen op een melige parodie. Maar de Canadese neo-traditionalist met de smartelijke bariton neemt zijn muziek bloedserieus in zijn streven nieuw leven te blazen in de hard sentimentele croonerstijl van George Jones. Een van diens vele ondermaatse albums uit de jaren tachtig herbergt het schrijnende Learning To Do Without Me, dat Romano nu aan de vergetelheid ontrukt op het tongbrekend gedoopte If I’ve Only One Time Askin’.

Blood

Met een stem als de zon, stralend, warm en gloedvol, stal Lianne La Havas de afgelopen jaren de harten van het grote publiek. Het maakte niets uit dat de Britse met Jamaicaanse roots haar eerste album met minimale middelen opnam; charmante en wonderschone liedjes als Age, No Room For Doubt en Lost & Found maakten zelfs van Prince een fan. Op tweede plaat Blood pakt La Havas uit zoals je hoopt dat een groot zangeres dat doet.

Momentary Masters

Interessant om te zien hoe de Strokes-leden zich buiten de band om ontwikkelen. De verschillen verklaren waarschijnlijk waarom het moederschip de laatste jaren zo moeizaam vooruit komt. Albert Hammond Jr. ging als eerste solo met het fraaie Yours To Keep (2006) en het iets te snel in elkaar gezette Cómo Te Lllama? (2008). Hammond heeft een talent voor vrij luchtige gitaarpopsongs, terwijl Julian Casablancas solo het liefst schurende indie maakt, zoals vorig jaar met The Voidz.

Woman

Van de nieuwere generatie soulzangeressen is Jill Scott inmiddels de meest succesvolle en veelzijdige. Ze acteert, schrijft en maakt tot nu toe louter topplaten. Dit vijfde studioalbum sinds 2000 is wellicht haar beste ooit. Het is in elk geval het meest soulvolle en gevarieerde. Van spoken word, Motown, seculiere gospel, funk tot deep soul, deze plaat heeft alles.

The Jam Sessions

Colin Benders is een dapper man, ambitieus ook. De vorige editie van zijn Kyteman Orchestra was een nogal pompeuze onderneming, compleet met koor en operazangers. Met pakweg twintig muzikanten, inclusief twee rappers en een strijkkwartet, is de onderhavige bezetting iets bescheidener, maar het uitgangspunt juist niet. Jammen maar, zoek het avontuur zonder een vooropgezet plan, improviseer een eind weg – maar hou het overzicht. Dat is dan de taak van Benders/Kyteman, die het voortouw neemt en zijn ensemble met een zelfbedachte gebarentaal door de gang van zaken leidt.

St. Catherine

In het Amerikaanse indielandschap is de positie van Matt Mondanile te benijden. Als gitarist is hij verbonden aan Real Estate, dat vorig jaar met Atlas een prachtplaat in de klassieke traditie van The Feelies en The Chills uitbracht die breed is opgepikt. Daarnaast – of daardoor – is er ook steeds meer interesse voor zijn Ducktails, oorspronkelijk een slaapkamerproject maar inmiddels uitgegroeid tot een echte band.

Star Wars

Wilco stelde vanaf vorige week zonder vooraankondiging zijn nieuwe album beschikbaar als gratis download gedurende de maand voorafgaand aan het verschijnen van de cd, die pas eind november zal worden gevolgd door de lp-editie. Die sympathieke actie deed wereldwijd het jongenshart in menige mannenborst sneller kloppen en al helemaal toen Star Wars op het eerste gehoor niet veel minder dan een revelatie bleek. De elf liedjes – met een totale speellengte van amper een half uur – klinken op het eerste gehoor immers rauwer, kaler, directer, dwarser en daarenboven onbevangener dan de beide geperfectioneerde voorgangers.

Sing Into My Mouth

Sing Into My Mouth zat er blijkbaar al een tijdje aan te komen. Vijftien jaar geleden stuurden Sam Beam (Iron And Wine) en Ben Bridwell (Band Of Horses) elkaar al cassettebandjes en cd’s met muziek die hen inspireerde, en liepen ze met het idee rond om samen een plaat te maken. Het is er dan eindelijk van gekomen: het duo koos twaalf tracks uit om samen een hommage aan te brengen.

Bahdeni Nami

Muziek uit Syrië, het ligt momenteel niet heel erg voor de hand. Toch hebben we nog altijd Omar Souleyman, ooit veelvuldig optredend op bruiloften in het thuisland en nu omarmd door een hip westers publiek. Vooral wegens zijn opzwepende optredens, maar de fijnproever bewonderde ook zijn cd’s met rauwe ‘ veldopnamen’ op het prachtlabel Sublime Frequencies. Op Wenu Wenu (2013) werd die ruwe, opwindende sound enigszins naar het westen vertaald door producer Four Tet, met enigszins wisselend resultaat.

Wildheart

Met Wildheart is er eindelijk weer eens een r&b-plaat waarop seks centraal staat. En dan ook nog eens op de goede manier. Dat wil zeggen: er staat geen slow jam op, maar aan bloedserieuze songs waarin masturbatie, penetratie en ejaculatie tot het hoogst haalbare in het leven worden verheven, is geen gebrek. Miguel lust er wel pap van op de opvolger van het succesvolle Kaleidoscope Dream.

Born In The Echoes

De jaren negentig zijn terug: de reünies en comebacks vliegen je om de oren. Drie maanden nadat The Prodigy met een nieuwe plaat kwam, brengen ook The Chemical Brothers hun langverwachte nieuwe album uit. Naar eigen zeggen een ‘pure’ Chemical Brothers-plaat en daar hebben ze gelijk in. Eerste single en opener Sometimes I Feel So Deserted blijft misschien nog net wat te braaf en heeft wat minder chemical beats dan we van het duo gewend zijn, maar daar komt al snel verandering in: vanaf tweede nummer Go zit de vaart er meteen goed in.

Currents

We wisten al dat Kevin Parker op een gegeven moment zijn gitaarkoffer zou dichtgooien. Die doffe klap hoorden we op Lonerism (2012) al aankomen. De Tame Impala-voorman had thuis elk denkbaar effectpedaal al aan zijn parketvloer genageld en het was een kwestie van tijd voor hij heel de handel zou vervangen voor een nieuw, wellicht wat handzamer speeltje. Toch, het voelt niet helemaal juist dat uitgerekend hij zijn trouwe zessnaar verruilt voor een synthesizer. Kevin Parker was namelijk een van de beste gitaristen van de afgelopen vijf jaar. Niet bepaald het type dat gitaar speelt met zijn tanden, maar wel iemand die een machtige stonerriff weet te bouwen (Desire Be Desire Go). Hij kon met drie noten vulkanen laten uitbarsten (Endors Toi) en zijn geliefde phaserpedaal bracht hem – en ons – naar de verste uithoeken van de psychedelische muziek (Solitude Is Bliss). Dat moeten we dus allemaal missen op het derde studioalbum Currents.

Something More Than Free

Toen Jason Isbell lid was van Drive-By Truckers dronk hij zichzelf bijna dood. ‘Saw my guts, saw my glory, it would make a great story, if I ever could remember it right’, zong hij daarover op Southeastern. Met die debuutplaat maakte de 36-jarige, tegenwoordig sobere countryrocker uit Alabama veel indruk, door onderwerpen als alcoholisme en kanker met zeldzame zelfreflectie te tackelen. Na jaren in bandjes te hebben gespeeld, brak hij dan ook razendsnel door als soloartiest. Het Americana power couple, worden hij en zijn bruid Amanda Shires (ook een muzikant) nu door de Amerikaanse pers genoemd. Something More Than Free is aan de andere kant van de Atlantische oceaan een van de grote releases van 2015 en laat een man horen die een stuk steviger in zijn schoenen staat dan voorheen.

Water For Your Soul

Ten tijde van Joss Stone’s zijstap in de supergroep Superheavy ontmoette ze Damian Marley. Die vond dat ze een reggaeplaat moest maken en dat is bij deze een feit. Althans, haar zevende album is een popsoulplaat met veel reggae-invloeden geworden, sterk beïnvloed door Damian en de Britse reggaewizard Dennis Bovell.

Communion

Vergeet Frozen, een van de leukste muzikale kinderfilms heet A Goofy Movie. Het plot: Disney’s grootste klungel neemt zijn puberzoon Max mee op road trip, met als eindbestemming een concert van de fictieve popster Powerline. Dit alles om een meisje te imponeren, uiteraard. De film is relatief onbekend, r&b-zanger Tevin Campbell (verantwoordelijk voor de stem van Powerline) werkt nu waarschijnlijk in een supermarkt, maar de muziek is springlevend in de handen van de Britse popsensatie Years & Years.

Teenage Movie Soundtrack

Die albumtitel dekt de lading perfect: Heyrocco’s met teenage angst overladen collegerock sluit namelijk naadloos aan bij de American Pie-filmfranchise die, net als het genre, zo’n vijftien jaar geleden z’n hoogtijdagen beleefde. Best een prestatie van dit jonge trio uit South-Carolina.

Twelve Reasons To Die II

Twelve Reasons To Die was in 2013 een prettig tussendoortje van Adrian Younge en Ghostface Killah, die zich te buiten gingen aan een maffiaverhaal rond Tony Starks, Ghostface Killah als personage en een ingewikkeld misdaadsyndicaat. In het vervolg wordt het er niet begrijpelijker op. Er wordt gemoord, er zijn reïncarnaties en er wordt een nieuw personage opgevoerd: Lester Kane. Die wordt vertolkt door de man die zo gemist werd op het eerste deel van Twelve Reasons To Die: Raekwon.

Key Markets

‘It’s a classic. Fuck ‘em’. Nee, laat er volgens Jason Williamson, het vuilbekkende boegbeeld van Sleaford Mods, vooral geen misverstand bestaan over Key Markets, opvolger van die vórige ‘klassieker’, Divide And Exit uit 2014. Via die plaat, maar vooral ook via een geruchtmakend optreden op Lowlands maakten we kennis met Williamson – half dichter, half hooligan – en zijn compaan Andrew Fearn, wiens podiumtaak uitsluitend bestond uit het indrukken van de startknop op zijn laptop en het wegwerken van zoveel mogelijk blikjes bier.

Perpetual Motion People

Nooit een saai moment, bij Ezra Furman. Hij typeert zichzelf als rusteloos, ongrijpbaar en niet in een hokje te stoppen. Dat laatste is in elk geval van toepassing op zijn derde soloplaat Perpetual Motion People, zijn zesde inclusief de albums die hij daarvoor maakte als Ezra Furman & The Harpoons. Furman betoont zich het jongere broertje van Jon Spencer en het ruige achterneefje van Joe Jackson.

Freedom

‘Nothing has changed’, schreeuwt Refused-zanger Dennis Lyxzén in de opener van het langverwachte comebackalbum Freedom. Zeventien jaar heeft de Zweedse punkband niks uitgebracht, maar ze blijken nog altijd actueel. Na zo’n lange afwezigheid kun je verwachten dat elke seconde onder de loep wordt genomen, maar met een ‘fuck what people expect of us’ laten ze reeds weten daar geen boodschap aan te hebben.

The Monsanto Years

Neil Young hield in zijn inmiddels bijna een halve eeuw omspannende carrière altijd al flink de vaart erin, maar de laatste tijd stoempt hij zelfs nog een tandje hoger. Zo is The Monsanto Years na het nostalgische coveralbum A Letter Home en het orkestrale liefdesdrama Storytone zijn derde album binnen veertien maanden. Gewoontegetrouw blijkt de onvermoeibare veteraan weer een totaal andere weg te zijn ingeslagen, al komt het muzikale landschap wel degelijk bekend voor.

My Love Is Cool

‘Gotta stay cool with your hot, hot head’, zingt frontvrouw Ellie Roswell van Wolf Alice tijdens het refrein van Silk. Vrij exemplarisch, dat kleine zinnetje. De indieband is namelijk door ongeveer ieder Brits muziekinstituut tot een van de beloften van het jaar uitgeroepen (de BBC zette Wolf Alice bijvoorbeeld in de prestigieuze Sound Of 2015-lijst), al maanden voor het verschijnen van dit debuut. Probeer dan maar eens cool te blijven. Het lukt Roswell niet en gelukkig maar.

Moonbuilding 2703 AD

In 2005 verraste The Orb ons ineens met het verrassend lichtvoetige en afgepaste Okie Dokie It’s The Orb On Kompakt op, inderdaad, het Keulse minimal-label Kompakt. Toen moesten we dus iets van tien jaar wachten op een echte opvolger, een paar bijdragen aan compilaties en een wat plichtmatige samenwerking met Lee ‘Scratch’ Perry daargelaten. Waren de nummers op Okie Dokie nogal, eh, compact, hier nemen Alex Paterson en Thomas Fehlmann nogal de ruimte en de tijd: vier nummers in een uurtje.

Dancing At The Blue Lagoon

De hoes van Cayucas’ tweede plaat Dancing At The Blue Lagoon toont een klassiek Amerikaans tafereeltje: een motel met zwembad, waarlangs de ligstoelen strak in het gelid staan. Rondom staan palmbomen, er zijn bergen op de achtergrond en uiteraard schijnt de zon. De muziek van de Californische band, die bestaat uit Zach Yudin en zijn tweelingbroer Ben, zou er een mooie soundtrack onder zijn. Ze maken galmende surfliedjes, al staat de echo minder ver open dan op hun debuutplaat Bigfoot.

Payola

Toen punkband Desaparecidos in 2002 het tomeloze Read Music / Speak Spanish uitbracht, was dat een interessante zijsprong voor de nieuwe Bob Dylan van die dagen. Zanger/gitarist Conor Oberst (toentertijd vooral opererend onder de naam Bright Eyes) was een ongekend productief wonderkind met al één meesterwerk (Fevers & Mirrors) op zijn palmares en een nog indrukwekkender album (Lifted) in de pijplijn. De furieuze gitaarmuren van Desaparecidos legden een nieuw aspect van zijn talent bloot.

Bones

Delicate bouwwerkjes zijn het, de liedjes die songschrijver/multi-instrumentalist/producer Ryan Lott als een architect met grote precisie construeert en in elkaar zet. Er zit geen noot, ritme of geluidje teveel in en alles past precies op zijn plek. Hiphop, electro, minimalisme en (post)rock voegt hij samen tot een volstrekt natuurlijk klinkend mengsel.

En Hoe Het Dan Ook Weer Dag Wordt

Daar zat een wat schuchter meisje, gitaar behoedzaam bespelend, open en onschuldige blik in de ogen, en ze zong een lied dat direct na afloop gretig werd gedownload. Maaike Ouboter veroverde met Dat Ik Je Mis in een paar minuten miljoenen harten in Nederland en België. Hoe houd je dan het hoofd koel en met welke nummers geef je een passend vervolg aan deze razendsnelle bestorming van de ladder?

Get To Heaven

‘So you think there’s no meaning, in anything that we do? / Try to understand it, try your best to understand the world.’ De toon wordt meteen gezet in To The Blade, het openingsnummer van Get To Heaven. Het suggereert zware kost op de derde plaat van de uit Manchester afkomstige indiepopformatie Everything Everything. Dat valt mee, want hoewel de teksten wel degelijk substantie hebben, wemelt het van de energieke liedjes, met pakkende melodieën, verleidelijke ritmes en meerstemmige zang.

A Dream Outside

Mannen die met rare falsetstemmetjes zingen – waarschijnlijk zijn we er door het succes van Bon Iver, Wild Beasts en Alt-J voorlopig nog niet vanaf. Ik ga er altijd mijn keel van schrapen, het zal wel een soort inlevingsvermogen zijn. A Dream Outside van Gengahr is ook een schraapplaat, maar geen slechte. Het Londense kwartet bestaat pas sinds eind 2013, maar heeft er al een volledige Europese tour in het voorprogramma van Alt-J opzitten. Dat heeft allicht te maken met een gedeeld management, maar dat Gengahr muzikaal wat in huis heeft, bewezen de eerste singles Fill My Gums With Blood en Powder vorig jaar al.

Universal Themes

Ruzie zoeken kan de getormenteerde Mark Kozelek als de beste. De man achter Sun Kil Moon had zijn pijlen vorig jaar gericht op The War On Drugs en recentelijk moest een Britse journaliste het ontgelden. Het staat in schril contrast met zijn openhartige, breekbare folkliedjes, hoewel hij zich ook daarin nogal kan opwinden en soms een sneer uitdeelt.

No Place In Heaven

‘Waar is die knuffelbare, over the top-vrolijke Mika gebleven?’ vroegen we ons af bij het verschijnen van The Origin Of Love, de derde plaat van de Libanees-Britse zanger. De kenmerkende hoge uithalen waren er uiteraard nog, verpakt in dansbare popliedjes. Maar toch leek Michael Penniman het motto Relax, Take It Easy – dé hit van 2007 – van debuutplaat Life In Cartoon Motion behoorlijk letterlijk te nemen. En ook bij No Place In Heaven ontstaat dat gevoel weer.

Armand & The Kik

De hechte band tussen The Kik en Armand ontstond een jaartje of drie terug, toen de Rotterdamse Nederbietels voor hun debuutplaat Springlevend het liedje Want Er Is Niemand (En Nou Ik) van en met de roodharige protestzanger opnamen. Dat smaakte naar meer en dus volgde een gezamenlijk theatertoertje (De Veelste Grote Nederbiet Sjoo) en ligt er nu zelfs een hele plaat.

Lantern

Geldt dat cliché nog, van de moeilijke tweede, als er pakweg zes jaar tussen de eerste en de tweede zit en de maker zich van een bolle, jonge twintiger heeft ontwikkeld tot een soort van ijkpunt in de elektronische muziek? Tussendoor was er ook nog de festivalkraker TNGHT en werd de maker opgenomen in het eliteclubje dat produceert voor en met God op aarde, Kanye West zelf. In die zes jaar heeft Hudson Mohawke zo'n enorme lading ervaring opgedaan dat het een wonder zou zijn als Lantern dichtbij debuut Butter zou liggen.

Beneath The Skin

In 2012 was er een periode van een paar weken, vlak na die snikhete Lowlands waarop iedereen drie dagen lang vooral zijn best deed níet te bezwijken, waarin je steeds met hetzelfde liedje in je hoofd zat. Vrolijk, aanstekelijk, makkelijk mee te zingen, lichtvoetig en zomers: Little Talks van 3FM-band pur sang Of Monsters And Men. De rest van het bijbehorende album (My Head Is An Animal) was aardig, maar niets bleef zo hangen als Little Talks en dat andere hitje, Mountain Sound.

Black Magick Boogieland

Death Alley – de naam van de zesde studioplaat van Zeke. De band die live enorm verslavend werkt. Helaas kunnen ze door wettelijke strubbelingen moeilijk de Amerikaanse grens over. Reden voor een groep branieschoppers om onder die naam een aan Zeke gelieerde band te gaan beginnen? Niet helemaal. Death Alley is meer, maar refereert wel aan de tijd waarin Zeke floreerde.

FFS

De letters FFS staan voor de verrassende samenwerking tussen de popgroepen Franz Ferdinand en Sparks. Van een generatiekloof lijkt amper sprake. Toen het Schotse kwartet in 2004 debuteerde, werd hun muziek vaak gerelateerd aan die van vooral Britse groepen uit de jaren tachtig. Zelden of nooit werd hun muziek vergeleken of in verband gebracht met die van de altijd actief gebleven Amerikaanse band van de broers Ron en Russell Mael. Die vierden overigens hun hoogtijdagen al in de jaren zeventig, maar werden destijds wel vaak voor Britten aangezien. Opvallend aan de samenwerking is dat de muziek van beide bands nagenoeg naadloos in elkaar geschoven wordt.

Drones

Klassiek, symfonisch, elektronisch – op hun laatste twee albums verkende Muse de paden van pathos en bombast op de meest uiteenlopende manieren. Het enigmatische Britse trio was uitgegroeid tot stadionact en ook in de studio leken er geen grenzen aan tijd en ruimte. Een vrijheid die zich uitte in Grote Thema’s, allemaal bezien vanuit een apocalyptische kijk op mens en maatschappij: op The Resistance was het the people vs the world, op The 2nd Law de wereld tegen de mensheid. En nu is er Drones, hun zevende, waarop de vooruitzichten onheilspellend blijven als altijd, maar wel gevat in het verhaal van één figuur.

Alternative Light Source

In de slipstream van The Prodigy en The Chemical Brothers kon Leftfield natuurlijk niet achterblijven met een comebackalbum. Dus is er nu Alternative Light Source, opvolger van Rhythm & Stealth (1999) en dancemonument Leftism (1995). Albums waarop machtige, basgedreven dansmuziek stond die in de vorige eeuw wereldwijd festivalweides deed golven van plezier.

The Way It Feels

In 1994 brak singer-songwriter Heather Nova door met het indrukwekkende album Oyster, dat louter scherpe en goed doordachte songs bevatte. De plaat leverde haar een flinke schare trouwe fans op.

Before We Forgot How To Dream

Krachtigste element in de muziek van Soak is haar stem, die je al na één luisterbeurt uit duizenden herkent. Heel uitzonderlijk is dat nu ook weer niet – een mens is in staat om honderden en honderden soortgenoten enkel op basis van stemgeluid te herkennen – maar die stem van Soak is werkelijk bijzonder. Ze is hees als Katja Schuurman met een kater, laat regelmatig klanken of volledige lettergrepen wegvallen, klinkt voortdurend alsof ze net wakker is of juist al 48 uur aan een stuk niet heeft geslapen en daardoorheen echoot een zekere soul.

In Colour

Naast zijn productie- en percussiewerk in het succesvolle indiecollectief The xx staat Jamie Smith, beter bekend als Jamie xx, ook solo al enkele jaren zijn mannetje. Die verdomd goede singles Girl/Sleep Sound en All Under One Roof Raving schreeuwden om een debuutalbum van dit elektronicawonderkind. Dat is er nu, en wel in technicolour.

How Big How Blue How Beautiful

‘Maybe I’ve always been more comfortable in chaos’, klinkt het in St. Jude. Er zijn mensen wier excentriciteit hen past, zoals Florence Welch. De frontvrouw van Florence + The Machine heeft een hang naar het grote gebaar en klinkt zoals ze eruit ziet: groots en meeslepend. Na het stoere, rafelige debuut Lungs schoof de band op opvolger Ceremonials al wat op richting een voller, bombastischer geluid. Welch en consorten trekken die lijn verder door op hun derde plaat How Big How Blue How Beautiful, geproduceerd door Markus Dravs (o.a. Björk, Arcade Fire).

Starfire

Er zijn al jaren zorgen over de huidige staat van de jazzmuziek. Ondanks dat de grootste publiekstrekkers bejaard zijn, ontbreekt het binnen het genre namelijk aan vernieuwingsdrang. Een van de positieve noten in de klaagzang is Jaga Jazzist. Deze Noorse meesterinstrumentalisten debuteerden in 2001 met een nu-jazzklassieker, maar vulden daaropvolgende platen met unieke eigen brouwsels van jazzfusion.

Are You Satisfied?

‘New tracks like Do Something and Cheer Up London are aimed at making people realise life is out there for the taking. […] Inspiring people is our goal.’ Was getekend: Slaves, mei 2015. De twee Britten (met de uitstraling van Engelse voetbalhooligans: kortharig, oorbelletje, tattoos) aan het werk zien, staat gelijk aan geïnspireerd raken.

The Epic

Alles is duizelingwekkend groot aan The Epic. De speelduur (drie uur, uitgesmeerd over drie cd’s), de band (tien man, bestaande uit de beste jazzmuzikanten van de Amerikaanse westkust) en de ambities. Zo wilde saxofonist en bandleider Kamasi Washington graag ook nog een 32 man tellend orkest en een twintigkoppig koor in zijn muzikale jongensdroom verwerken. Aldus geschiedde.

Mutilator Defeated At Last

Een jaar zonder nieuwe Thee Oh Sees is een verloren jaar. Althans, voor wie zijn garagerock graag weird en onvoorspelbaar blieft. Meer Butthole Surfers dan Velvet Underground, zeg maar. En vooral voor wie oudgediende John Dwyer als de échte held van de bijbehorende Californische scene beschouwt (in plaats van Ty Segall of Mikal Cronin).

Multi-Love

Who got the funk? Wel, afgaand op Multi-Love liggen de patenten momenteel bij Ruban Nielson.Op het tweede Unknown Mortal Orchestra-album II (2013) introduceerde de kleine man uit Nieuw-Zeeland een sound waar hij nog jaren mee vooruit kan. Dat krijgt nu een vervolg met een spannende knik.

English Graffiti

Geen idee hoeveel stokslagen de recensiepolitie rekent voor überclichés als ‘cruciale derde plaat’, maar ik waag ’t er maar even op, want we hebben hier een vet exemplaar te pakken. Voor The Vaccines zal English Graffiti immers erop of eronder zijn.

Ratchet

Jong, ambitieus, androgyn, eigenwijs en vernieuwend: maak kennis met Shamir Bailey, kortweg Shamir. Twintig jaar pas, opgegroeid in Las Vegas en het internet loopt volledig met hem weg.

The Desired Effect

The Desired Effect is als een tripje met een tijdmachine. Dat de jaren tachtig, een decennium dat de 33-jarige Brandon Flowers nauwelijks bewust heeft meegemaakt, de verbeelding van de Killers-frontman prikkelen, wisten we natuurlijk al lang, maar aan de hand van sterproducer Ariel Rechtshaid gooit hij pas echt alle remmen los. Geen enkel stijlmiddel dat wij mensen met goede smaak ‘fout’ zouden noemen als het niet zo verdomde aanstekelijk was, wordt geschuwd.

Why Make Sense?

De titel klinkt als de vraag die voorafging aan Stop Making Sense, de baanbrekende concertfilm van Talking Heads. Inderdaad, Hot Chip-frontman Alexis Taylor werkte wel met opper-Head David Byrne en inderdaad, Hot Chip vertoont eenzelfde, schitterend bedachte en diep doorvoelde combinatie van intellect en dansbaarheid, hoofd en heup.

Sol Invictus

Reunited, sinds 2009 al op het podium en nu met nieuwe muziek. Laten we zo langzamerhand maar vaststellen dat geen enkele band – hoe credible of indie ook – ontkomt aan een reünie. Het is simpelweg een lucratief onderdeel van een carrière geworden en daar hebben muzikanten op middelbare leeftijd én hun voormalige publiek wel oren naar. Maar wellicht ook jongere oren, zeker in dit streaming-tijdperk, waarin praktisch elk stukje popgeschiedenis binnen een paar seconden voor je op het scherm staat. En laten we Faith No More vooral crediten voor hun rol in het populariseren van metal en alternatieve rock in de vroege jaren negentig, al was de band zelf nooit makkelijk in een hokje te stoppen.

Pass It On

Douwe Bob Posthuma laat er geen gras over groeien. Een kleine twee jaar en dik honderd optredens na het bijna autobiografische Born In A Storm is de eerste winnaar van De Beste Singer-Songwriter van Nederland terug met een opvolger. Het grootste verschil tussen Pass It On en zijn debuut is dat de zanger zich niet meer hoeft te introduceren en aan de slag kan met onderwerpen die hem echt aan het hart gaan.

Did I Sleep And Miss The Border

Tom McRae is een ouderwets vakman. Schrijven, spelen, opnemen, produceren, mixen – hij doet het allemaal zelf. De hoes van zijn zevende studioalbum Did I Sleep And Miss The Border doet vermoeden dat we met een oude bluesplaat te maken hebben.

Saturns Pattern

De verzamelaar More Modern Classics, die vorig jaar het solowerk van Paul Weller in de afgelopen vijftien jaar samenvatte, was zeker geen aankondiging van zijn afscheid. Zijn twaalfde soloalbum Saturns Pattern is het volgende hoofdstuk in het vervolgverhaal dat in 1977 begon met het charmante singletje In The City van The Jam en hem de grootste ster in Engeland van de vroege jaren tachtig maakte.

Dark Bird Is Home

De ontwikkeling van The Tallest Man On Earth verliep tot nu toe heel geleidelijk, maar op Dark Bird Is Home beleeft Kristian Matsson zijn eerste artistieke groeispurt. Bestond het instrumentenpalet van de Zweed de eerste tien jaar van zijn loopbaan uit alleen gitaren en soms een piano, hier maakt zijn stem ineens kennis met strijkers, blazers, synthesizers en koorzang. In vrijwel ieder nummer leidt deze ruime verdubbeling van het wapentuig tot een verrijking van Matssons sound.

Love Songs For Robots

Geheimzinnigheid en dromerigheid zijn altijd al belangrijke kenmerken geweest van de muziek van Patrick Watson, de Canadese band die is vernoemd naar zijn voorman. Op Love Songs For Robots is dat niet anders, misschien wel meer dan ooit. Toch bewandelt de formatie geen platgetreden paden op zijn vijfde album, dat wordt bevolkt door liedjes vol ijle soundscapes, vervreemdende gitaareffecten en elektronica.

Wilder Mind

The Avett Brothers hebben maar liefst acht mooie folkalbums op hun naam staan, maar Mumford & Sons, de groep die de sound van dergelijke bandjes opblies tot stadionformaat, hangt de banjo al na twee platen aan de wilgen. Aan de ene kant is dat logisch, want op Babel was te horen dat het gestamp de koek razendsnel deed verkruimelen. Maar aan de andere kant hebben de Britten nog niets gedaan om de muziek waarvoor ze zich als boerenkinkel verkleedden nieuw leven in te blazen. Op Wilder Mind verruilt de band zonder pardon de folk – vol banjo’s en mandolines, laarzen met hardhouten zolen en oubollige metaforen – voor muziek die even ambachtelijk en authentiek is als iets wat uit een 3D-printer komt.

Hairless Toys

Róisín Murphy! We waren haar misschien al bijna vergeten, na haar tweede soloalbum Overpowered van ook alweer een jaar of acht terug. En dat was dan al jaren na de hoogtijdagen van Moloko, het danceduo dat ze dreef met haar ex Mark Brydon. Maar het is goed dat ze er weer bij is.

MCIII

Hij zou weleens een ambitieus project als een rockopera willen proberen, zei Mikal Cronin twee jaar geleden bij het verschijnen van MCII. En verdomd: de tweede helft van MCIII bestaat inderdaad uit een conceptuele songcyclus (Circle), die het autobiografische verhaal vertelt van de jonge Cronin die het zonnige Laguna Beach verruilde voor Portland om er te gaan studeren, maar daar doodongelukkig werd. Hij keerde terug naar Californië om zich op de muziek te storten.

Koo Wit De Floo In Almelo

‘Ik ben nooit in Parijs geweest / Het was daar een reuze feest’, zong Herman Finkers ooit in een voorstelling. Parijs ken ik wel, maar Almelo niet. En als ik Koo Wit De Floo In Almelo mag geloven, dan is het daar toch écht een reuzefeest. De zanger/cabaretier bezingt op het album, dat hij samen met Daniel Lohues maakte, zijn thuisstad namelijk in plat Twents, met een affectie die zelfs de meest fanatieke Knuffelrock-luisteraar zou laten blozen.

California Nights

De wetenschap dat er mensen rondlopen die U2 of Nirvana nog in Vera hebben zien spelen, maakt me langzaam gek, maar om daarom avond aan avond langs de kleine concertzalen van ons land te trekken, gaat ook weer wat ver. Dat zou het verhaal ook niet ten goede komen, zoiets moet spontaan gebeuren. Toen ik in 2010 onderweg was naar Best Coast in Bitterzoet, wist ik bijna zeker dat ik beet had.

Born Under Saturn

Dat het ruim drie jaar duurde voor de naar Londen verkaste Schotten van Django Django met een opvolger voor hun titelloze succesdebuut kwamen, was eigenlijk zo gek niet: om te beginnen moesten ze, waarschijnlijk, eerst bijkomen van de schrik. ‘We made what I thought would be an obscure bedroom record’, zegt drummer/producer Dave Maclean in de persbijsluiter over dat debuut. ‘We ended up playing to 60,000 people.’ Uiteraard bleef de band eerst nog een tijdje in het warme bad van de onverwachte, massale erkenning dobberen, waarna enkele bandleden het tijd vonden voor wat privéprojecten: reisje naar Afrika, muziek voor een theaterstuk, eigen platenlabel, liedje voor een film en hier en daar een eenmalig samenwerkingsproject. Enfin, never a dull moment. Maar toen moest er toch een nieuwe plaat komen.

Rituals

Stel dat een woord als ‘filmisch’ niet bestond – het zou een stukje schrijven over de muziek van Other Lives knap lastig maken. Bij het luisteren naar Tamer Animals, de soort-van-conceptplaat waarmee de band uit Oklahoma in 2011 doorbrak, stuiterden de tumbleweeds bijvoorbeeld al snel over de dorre, onafzienbare prairies waar het gezelschap rond zanger/multi-instrumentalist Jesse Tabish werd geboren. En wie er geen beeld bij kreeg, werd tijdens optredens alsnog een handje geholpen met passende achtergrondfilmpjes.

Hypnophobia

Het lange interview met de 27-jarige Jacco Gardner in de huidige OOR verschaft de broodnodige inzichten over Hypnophobia, zijn tweede album. Komen ze: de focus is verschoven van eind jaren zestig naar begin jaren zeventig, Halloween heeft volgens de Noord-Hollander een duidelijk hoorbare invloed op de ‘creepy atmosphere’ en Gardner vindt muziek belangrijker dan teksten.

Who Is The Sender?

Bill Fay maakte tweeëneenhalf jaar geleden – na liefst vier decennia – een alom bejubelde comeback met het op een Amerikaans label verschenen Life Is People, nadat verklaard fan Jeff Tweedy tijdens een concert van zijn groep Wilco in Londen de obscure Engelse singer-songwriter al eerder uit de vergetelheid had gehaald.

Tape Hiss

Van al het muzikale talent dat de afgelopen jaren in DWDD mocht aanschuiven, was Rats On Rafts-zanger David Fagan misschien wel de vreemdste eend in de bijt. Natuurlijk, onze nieuwe nationale superster – de lichtelijk schizofrene Jett Rebel – maakte het Matthijs ook niet altijd makkelijk, maar die kon zich nog verschuilen achter het alter ego dat wel zichtbaar van alle roem en aandacht genoot.

Damogen Furies

Het beukt, het knalt, het zoemt, het giert – en dat dan in de grilligste configuraties. Goed, dan is Tom Jenkinson alias Squarepusher weer eens in de weer. Hij debuteerde in de jaren negentig met een doorgedraaid soort drum ‘n’ bass, waar hij heel behendig zijn eigen, uiterst elastische basgitaarlijnen (modelletje Jaco Pastorius) doorheen vlocht. Sindsdien bewandelde hij nogal uiteenlopende wegen, van een plaat met uitsluitend en alleen die basgitaar tot en met een reeks optredens met ons eigen Metropole Orkest.

The Magic Whip

Ja, nee, misschien, nee… En uiteindelijk dus toch ja. Na de nodige tegenstrijdige berichten over een nieuw Blur-album en de publiekelijk uitgesproken twijfels van de bandleden zelf, leek het erop dat The Magic Whip eeuwig op de plank zou blijven liggen. Niet dus. En gelukkig maar, want de achtste Blur-plaat, de opvolger van Think Tank uit 2003, is er eentje om te koesteren.

Achter Glas

Zeventig is hij en inmiddels gestopt met het spelen van zijn oude hits. Maar de stem doet het nog en de ideeën blijven komen, dus waarom niet een nieuw album. Boudewijn de Groot is een van die popartiesten die verkennen tot hoe oud je geloofwaardig muziek kunt blijven publiceren. Het past hem. Forever young was toch al nooit zijn ding. Ooit maakte hij na 22 jaren al het Testament op van zijn jeugd. Hij heeft ook een paar dingen mee. De hem kenmerkende relaxte manier van zingen is fysiek niet zo inspannend en de productie van Een Nieuwe Herfst, Het Eiland In De Verte en Lage Landen, waarmee hij een uiterst succesvolle herfst van zijn carrière beleefde, was al vrij tijdloos.

Sound & Color

Debuut Boys & Girls (2012) sloeg in als een bom, maar niet alleen uitvalsbasis Athens, Alabama trilde nog lang na. De plaat, gevuld met van blues doordrenkte southern rock en soul, was wereldwijd een groot succes. De jonge band (zangeres Brittany Howard is nog maar 25) heeft gevoel voor traditie, maar wil meer zijn dan een relatief klassieke rhythm & bluesband die klinkt alsof ze een wat steviger rockende versie van Try A Litte Tenderness van Otis Redding wil maken. Op Sound And Color slagen de Alabama Shakes daar voorbeeldig in.

Talks Little, Kills Many

Een succesvolle toer met Daryll-Ann, geslaagde samenwerkingen met onder anderen Tim Knol en Clean Pete en tussendoor een plaat opnemen. Anne Soldaat draait er zijn hand niet voor om. Even lijkt het erop dat hij op Talks Little, Kills Many – net als Beck op Morning Phase – opent met een klassiek instrumentaaltje, maar het betreft hier slechts een intro waarna hij zingend invalt.