OOR Albums overzicht

Blood Red Shoes

Welcome Home, zo heten de eerste twee minuten op Blood Red Shoes’ vierde langspeler. De instrumentale ouverture voelt inderdaad als thuiskomen.

Benji

En Mark Kozelek gaat gewoon door met waar hij al jaren heel goed is: op intieme wijze verhalen over voorvallen die zijn leven raakten. Dat doet de Amerikaanse singer-songwriter (ex-Red House Painters) ook deze keer niet onder eigen naam, maar als Sun Kil Moon.

Let's Wrestle

Op de hoes is de apostrof in Let’s ergens onderweg zoekgeraakt en misschien is dat wel illustratief voor deze ietwat schlemielige Londense band rond zanger/gitarist Wesley Patrick Gonzalez. Drie albums zijn ze inmiddels op weg en Let’s Wrestle is naar eigen zeggen hun coming of age-plaat.

Atlas

Hoe moeilijk is het om in de tak van sport waar Real Estate actief is – dromerige, zweverige gitaarpop met neuzelzang – de luisteraar een heel album of optreden bij de les te houden?

Blue Film

Het is de laatste jaren gezellig druk op dat vermaledijde snijvlak van indie, r&b en elektronica. En het volk neemt bagage mee vanuit alle uithoeken: folk, avant-garde, soul en zelfs klassiek, zoals we nu meemaken met Matthew Hemerlein alias Lo-Fang.

Motivational Jumpsuit

‘Gonna have a lotta fun / Gonna hit a home run.’ En wég zijn de mannen weer, de inmiddels 56-jarige Robert Pollard (half mens, half liedjesgroothandel) voorop. Nog negentien songs te gaan en dan staat er weer een Guided By Voices-album.

The Great Scam

Admiral Freebee is het alter ego van zanger/songschrijver Tom Van Laere, die net onder de grens met Nederland opgroeide met muziek van Bob Dylan, Hank Williams en Neil Young.

Down Like Gold

Gouden Keeltjes, iedereen heeft ze tegenwoordig. De jongens en meisjes van de talentenjachten op tv, elke Beste Singer-Songwriter van Nederland, de muzikale tafelgasten bij DWDD, de zangers en zangeressen van de vele nieuwe Mumfords & Sons waarmee we dagelijks worden gestenigd en waarschijnlijk ook alle caissières bij de C1000.

Present Tense

We zijn er laat voor opgebleven, we hebben er regenachtige straten mee bewandeld en flessen whisky op geleegd, we hoorden de bel toen bezorgde vrienden langskwamen, maar hebben de deur op het slot gehouden. Niet omdat Present Tense nu zó goed is. Nee. Wild Beasts éist een dergelijke betrokkenheid van zijn luisteraar.

St. Vincent

Inzake Annie Clark bleef de term 'meesterwerk' tot dusver in de kast liggen bij OOR. Ondanks de barokke avonturen van Actor (2009) en de mooi uitgewerkte kunstacademie-indie van Strange Mercy (2011). Ooit, op een goede dag, plukken we 'm uit de kastlade.

We Both Know The Rest Is Noise

Ineens is daar eindelijk de nieuwe plaat van de Amsterdamse band Moss. Bassist Jasper Verhulst verliet de groep en zijn plek werd ingenomen door Koen van de Wardt. Nieuwe liedjes werden geschreven en opgenomen in de oefenruimte, pas in een later stadium werd producer Kalle Gustafsson-Jerneholm (Whitest Boy Alive, José González) aangetrokken.

Zoo

Dat Go Back To The Zoo een zwak heeft voor Britpop wisten we al sinds hun debuuthit Electric. Maar op hun eerste twee cd’s zochten en vonden ze hun inspiratie ook nog in de VS. Hun derde album Zoo is echter één grote ode aan de Britse popmuziek van de jaren negentig.

Morning Phase

De zes jaar die het duurde voor er een nieuwe plaat van Beck verscheen, zijn het wachten meer dan waard geweest. Zoethoudertjes tussendoor waren het in bladvorm uitgebrachte Song Reader en enkele in eigen beheer uitgegeven nummers. Nu zijn twaalfde studioalbum Morning Phase eindelijk het licht ziet, is er maar één conclusie mogelijk: Beck Hansen heeft een magistrale plaat afgeleverd.

Burn Your Love For No Witness

De Amerikaanse singer-songwriter en gitariste Angel Olsen maakte in 2012 een soloplaat met incidentele hulp. Half Way Home werd een intiem werkstuk. Voor haar tweede album Burn Your Love For No Witness riep ze de hulp in van bassist Stewart Bronaugh en drummer Josh Jaeger.

Dizzy Heights

Neil Finn maakte eind jaren tachtig, begin jaren negentig furore als de frontman van Crowded House, de Nieuw-Zeelandse gitaarpopband die van al haar generatiegenoten het dichtst bij het niveau van The Beatles kwam.

Live

Eigenlijk werd deze plaat al aangekondigd op Benjamin Hermans vorige, Café Solo. Daar stonden twee puike stukken op die live waren opgenomen in De Kring in Amsterdam. Hier staan doodleuk nog eens vijf nummers van datzelfde concert, plus twee van elders.

Emmaar

Nederlandse militairen op VN-missie in Mali zullen naar alle waarschijnlijkheid geen musici van Tinariwen tegenkomen. De Malinese woestijnbluesmannen hebben het Afrikaanse land verlaten.

Sun Structures

Het dreint en het jengelt, het draagt lederen jasjes, strakke pony's en heeft de potentie over vijf jaar als bloated focking egos uiteen te barsten. De Britse muziekpers heeft haar eilanden voor minder doen schudden van enthousiasme.

Cheatahs

Kijk, dat schiet op. Exact drie drumslagen ver in het debuutalbum van Cheatahs hebben we het complete pakket met referenties op het notitieblok staan. Beetje flauw, gelijk de etikettenprinter laten draaien, maar dit viertal uit de Londense indiehemel Camden Town vraagt er met hun overduidelijke, haast banale referenties zelf om.

Acoustic At The Ryman

De gemiddelde strekking van een recensie over een Band Of Horses-plaat van ondergetekende is al sinds Cease To Begin (2007) grofweg hetzelfde: waren ze maar verder gegaan op de zinderende indierockroute waarvoor op debuut Everything All The Time (2006) de basis werd gelegd.

Baifang

In het cd-boekje poseren de mannen van Hanggai als trotse ruiters op de steppen van Mongolië. Daar liggen inderdaad hun wortels, via de punkscene van Beijing weliswaar, maar inmiddels zijn ze in Nederland ook aardig thuis.

Moodymann

Detroit. De failliete stad waaruit ooit auto’s en Motown-hits rolden. Ook de zwarte houseproducer Kenny Dixon Junior komt er vandaan en iedereen mag weten dat hij ondanks de misère trots is op zijn roots. Als Moodymann maakte hij al zes albums, die meestal wisselvalliger uitpakten dan zijn fabuleuze, met soul doordrenkte singles. Maar op deze titelloze zevende komt de Amerikaan eindelijk dicht bij de perfecte langspeler.

Passing Through

De keuze, twee jaar geleden, voor Chef’Special als huisband van De Wereld Draait Door was op z’n zachtst gezegd een verrassende. De singles Too Far Gone en Airplaying waren wel eens op de radio geweest en hun debuutalbum One For The Mrs. was vriendelijk ontvangen, maar de Haarlemse band gold niet direct als een belofte.

Prisoner

Eens te meer blijkt er weinig meer nodig te zijn dan energie, bevlogenheid en werklust om een agenda vol te boeken, ook met shows in het buitenland. Birth Of Joy zal niet de geschiedenis ingaan als de meest vernieuwende Nederlandse band van dit decennium, wel als een van de meest opwindende.

War Room Stories

Wie had dat gedacht: Breton begint steeds meer op een popband te lijken. Debuut Other People’s Problems (2012) was een onsamenhangende collectie popliedjes, vaak meer geluidscollage dan liedje.

Too Much Information

Maxïmo Park, wat moet je daar nog mee anno 2014? Het semiklassieke postpunkdebuut A Certain Trigger (2005) gaan de vijf uit Newcastle nooit meer overtreffen en na Our Earthly Pleasures (2007) belandde de band muzikaal in de marge, al zitten de clubzalen nog altijd redelijk vol.

Hydra

Bij Within Temptation is de afgelopen tijd flink wat veranderd. Drummer Stephen van Haestregt maakte plaats voor Mike Coolen en gitarist/componist Robert Westerholt deed eveneens een stap terug. Laatstgenoemde is op Hydra, het zesde album van de band, nog aanwezig als componist van opener Let Us Burn, maar het merendeel van de songs is van de hand van zangeres Sharon den Adel en toetsenist Martijn Spierenburg.

7 Layers

De Amsterdamse singer-songwriter Dotan debuteerde twee jaar geleden succesvol met het album Dream Parade. This Town en Where We Belong werden bescheiden hits en mede dankzij een lange reeks huiskamerconcerten heeft hij op de Social Media inmiddels een fanatieke fanbase.

So Long, See You Tomorrow

Even is er de vrees dat weer zo’n leuk gitaarbandje ten prooi is gevallen aan de wens een groter publiek aan zich te binden en zich daartoe vergrijpt aan elektronica en effecten. Nou is dat precies wat Bombay Bicycle Club doet op haar vierde album So Long, See You Tomorrow, maar verdomd, ze komen ermee weg.

Al Zeg Ik Het Zelf

Het zal waarschijnlijk meer toeval dan beleid zijn dat Excelsior ons nog geen jaar na Seek & Sigh van DWDD-huisband Tangarine wederom een tweeling voorschotelt. Je zou Loes en Renée Wijnhoven van Clean Pete de vrijpostige zusjes van de brave gebroeders Tangarine kunnen noemen.

Have Fun With God

The old Callahan blijft ons verrassen en verbazen. En hij laat ons ook steeds vaker lachen. Het in september verschenen Dream River is de meest losse, ontspannen en zomerse plaat in zijn catalogus en deed je tekstueel regelmatig gniffelen om zinsnedes als ‘The only words I said today are beer and thank you’.

Mind Over Matter

Zomer 2012. Central Park, New York City. Ondanks de idyllische omstandigheden is het optreden van Young The Giant om te janken zo slecht. Bij My Body willen we als publiek zijnde nog wel even meewerken, maar daarna is het gedaan.

After The Disco

Zet Brian Burton alias Danger Mouse en James Mercer alias Mr. The Shins in één ruimte en er ontstaat muziek die je op basis van de geschiedenissen van beide heren wel zo’n beetje zou verwachten.

Rave Tapes

Nog even en de vijf stoïcijnse Schotten van Mogwai mogen de Rolling Stones van de postrock heten: al een jaar of twintig actief, nieuwe albums die meer fungeren als excuus om maar weer eens op tournee te gaan dan als artistieke statements, live altijd indrukwekkender dan op plaat en vroeger waren ze beter.

Sky Hits Ground

Mintzkov won in 2000 de prestigieuze Humo Rock Rally. Sindsdien schurkt de band van zanger/componist Philip Bosschaerts al jaren tegen die doorbraak naar een breder publiek aan, maar ondanks een dozijn sterke singles en Vlaamse radiohits bleef die vreemd genoeg uit.

Harlequin Dream

‘Pop van het goede soort’, noemt frontman Dave Hoskin de muziek van zijn band Boy & Bear zelf en dat is een heel accurate omschrijving.

Too True

De Dum Dum Girls uit Los Angeles debuteerden in 2010 met het rammelpopdebuut I Will Be, maar verruimden de blik snel met het fraaie Only In Dreams (2012), waarop het typische indiegeluid een wavey en classic rock-makeover kreeg.

Warpaint

Na hun juichend ontvangen debuutalbum The Fool uit 2010 waren de verwachtingen rond dit tweede album van Warpaint hooggespannen. De band was met een fragment van de single Love Is To Die al te zien in een reclame van Calvin Klein en er is een heuse documentaire over hen in de maak. Er lijkt zowaar sprake van een kleine hype.

Brothers And Sisters Of The Eternal Son

Merkwaardig. In vijf songtitels op Damien Jurado’s elfde album Brothers And Sisters Of The Eternal Son zit het woord Silver. Dat is raar, omdat de uit Seattle afkomstige singer-songwriter met gouden liedjes komt, al voor de derde achtereenvolgende keer.

Post Tropical

Er zijn twee redenen waarom de verwachtingen omtrent James Vincent McMorrows tweede album (terecht) zeer hoog gespannen waren. Ten eerste vanwege zijn briljante debuutplaat Early In The Morning uit 2011, maar ook vanwege Cavalier, de eerste, adembenemend mooie single van Post Tropical.

Give The People What They Want

Dit album van soulkoningin Sharon Jones en haar Dap-Kings had al veel eerder zullen verschijnen, maar werd uitgesteld toen bekend werd dat de zangeres galwegkanker had, die onmiddellijk behandeld moest worden.

Total Strife Forever

De spagaat is een merkwaardig ding. In de ballet- en turnwereld wordt ie gezien als het summum van lenigheid, een fysieke prestatie die bewondering afdwingt en applaus verdient.

Run The Jewels

Stel dat je allerbeste vriend, met wie je een voorliefde deelt voor arthousefilms, grand cru wijnen, Russische literatuur en vrouwen als Scarlett Johansson, plots thuiskomt met een type Yvon Jaspers.

High Hopes

Dit nieuwe, achttiende studioalbum van Bruce Springsteen valt niet los te zien van voorganger Wrecking Ball (2012), die weloverwogen, grimmige woedeuitbarsting tegen de veroorzakers van de mondiale economische crisis.

Alles Wat Naar Boven Drijft

Met een in de voorverkoop al uitverkocht concert in Paradiso vierde Van Dik Hout onlangs zijn twintigjarig bestaan. Twee decennia in dezelfde bezetting leverden een reeks van hits op, waaronder klassiekers als Stil In Mij, De Stilte Valt Zo Hard en Zij Maakt Het Verschil

The River & The Thread

Rosanne Cash begon haar carrière eind jaren zeventig onder de hoede van haar toenmalige wederhelft Rodney Crowell, destijds de muzikale rechterhand van Emmylou Harris. Geen wonder dan ook dat haar eerste albums in het countryrockidioom vielen, waarop ze zich geïnspireerd door het succes en een heftige levenswandel ontwikkelde tot een van de eerste vrouwelijke singer-songwriters binnen het genre, om zich vervolgens ook nog eens te ontpoppen als een gewaardeerd literair schrijfster.

No Use Crying

Ricky Koole houdt er een grote en veelzijdige productiviteit op na. De afgelopen tijd speelde ze Rachel Hazes in de succesvolle musical Hij Gelooft In Mij, maakte ze het Nederlandstalige album Wind Om Het Huis, stelde ze samen met haar man Leo Blokhuis de dubbelaar Time Will Tell samen en speelde ze in en zong ze het openingslied van de film Kauwboy. Op No Use Crying keert ze terug naar haar basis, het maken van Engelstalige rootsrock.

Wig Out At Jagbags

Hét statistische feitje dat je in elke recensie over Wig Out At Jagbags zult lezen en daarom hier ook maar: het is het zesde album van Stephen Malkmus als soloartiest dan wel als frontman van The Jicks en daarmee is de output van Pavement (vijf albums) overtroffen.

Sum/One

We hebben hier in arren moede maar even ‘dance’ boven gezet. Dat deden we namelijk ook bij de platen van het New Yorkse rariteitencollectief Gang Gang Dance, waarin Brian DeGraw – hij is bEEdEEgEE – fungeert als de geniale dorpsgek met een chronisch surplus aan bonte muzikale ingevingen.

There's A Storm Coming

Als 2013 het jaar van Nick Cave was, dan mag 2014 op kleinere schaal een mooi jaar voor Niels Duffhues worden. De Brabander bevat veel gelijkaardige genen, maar begeeft zich al jaren in een trage tijgersluipgang onder de radar.

How To Stop Your Brain In An Accident

How To Stop Your Brain In An Accident is het vierde album van dit postpunk- en hardcoregezelschap uit Cardiff onder aanvoering van Andy Falkous (ex-Mclusky) en is een orenwasser geworden zoals The Jesus Lizard en Shellac ze ook konden maken: het gestripte en meedogenloze muzikale behang – hoekige ritmes, beukende drums, ronkende bassen, krassende en gierende gitaren – vormen het ideale decor voor de in your face-teksten van Falkous.

Malconfort

Misschien vat de band dit op als een grote belediging, maar het woord dat mijn gemoedstoestand tijdens het beluisteren van Katadreuffes langspeeldebuut Malconfort het best beschrijft, is ‘blij’. Best gek eigenlijk.

Climax

De naam doet vermoeden dat we te doen hebben met een ongure metalband. Niet vreemd; de leden hebben namen als Goatspeed en Kvohst en afzonderlijke verledens in bands als Hexvessel, Dødheimsgard en Goatspeed. Daarnaast brengen ze hun debuut uit op Svart, een label waar doorgaans platen van Pentagram, Katatonia en Steve Von Till (Neurosis) op uitkomen. Maar niets is minder waar.

Cooper

Meer dan twintig jaar zitten ze al met z’n drieen in een bandje, de Haagse heren van Cooper. Hun titelloze, zesde album namen ze eigenhandig op, voor het mixen werd Bill Stevenson (drummer van Descendents, producer van o.a. Rise Against, Hot Water Music) ingeschakeld, die de vorige albums van Cooper nog produceerde overigens.

Spaces

Neoklassiek: afhankelijk van wie je erover hoort is het de redding van de westerse muziek, het genre dat eindelijk een brug slaat tussen de verre werelden van klassiek en pop of een fondanten klankenmassa voor wie geen zin meer heeft in echt avontuur. Nils Frahm is een stijlzuivere beoefenaar van het genre, vanachter zijn piano.

Black Panties

Of ik al een halfharde had, vroeg iemand toen ik zei dat ik naar Black Panties van R. Kelly aan het luisteren was. Legitieme vraag, maar nee, ik krijg niet snel halfhardes van R. Kelly en dat bevalt me wel.

Because The Internet

Childish Gambino is het rappende alter ego van Donald Glover, ook bekend van zijn rol als Troy Barnes in de Amerikaanse komediereeks Community, als mede-auteur van de tv-serie 30 Rock en als stand-up comedian. De vraag rijst of we hier te maken hebben met een vleesgeworden identiteitscrisis of met een multi-getalenteerd wonderkind.

Live At The Cellar Door

Neil Young begon eind jaren zestig gelijk na Buffalo Springfield met het geven van kleinschalige soloconcerten, iets wat popmuzikanten indertijd zelden of nooit deden. Tijdens die intieme optredens bracht hij veel nog niet op plaat gezet nieuw werk naast mooie oerversies van prijsnummers uit het handvol tot dan toe verschenen albums.

What The...

Het moet wel het grootste debacle van 2013 zijn geweest: de reünie van Black Flag. Het begint al voor er nog maar een noot gespeeld is. Want terwijl Greg Ginn – gitarist en oprichter van het originele Black Flag – een terugkeer voorbereidt, gaan vier andere ex-leden (onder wie originele zanger Keith Morris) onder de naam FLAG optreden. Ginn is not amused, doet ze een proces aan de broek, verliest dat en focust zich dan maar op zijn eigen reünie.

StrijderSysteem

Alles zat Sjaak mee om zijn debuutalbum tot een commercieel en kwalitatief succes te maken. Hij heeft een ongekende schare volgelingen en een geweldige stem, hij heeft netjes gewerkt aan zijn reputatie, met zijn techniek is niks mis en hij blinkt uit in de veelheid aan klanken die hij in zijn raps legt. Lijkt een inkoppertje dus, dit StrijderSysteem. En toch is het dat niet. Waar de zwakke plek zit, wordt pas na zo’n negen nummers goed duidelijk. Bij Everyday I Am (Stoned) blijkt pas goed dat de verhalen van Sjaak gewoon niet zo interessant zijn.

You Were Right

Na What Kind Of World (2012) moedigde zijn manager powerpopsmid Brendan Benson aan om in 2013 maandelijks een 7-inch-single uit te brengen. Op You Were Right staan ze verzameld, aangevuld met een handvol nieuwe songs. Ooit belandde The Wedding Present met zo'n singlesproject twaalf keer in de Britse hitlijst, maar die tijden zijn voorbij. Hoe dan ook: leuk idee, niet in de laatste plaats omdat Bensons platen zich doorgaans toch al als een collectie singles laten beluisteren.

Foreverly

Green Day-voorman Billie Joe Armstrong komt na zijn openlijk beleden verslavingen nu afgekickt en wel uit de kast als een devoot fan van The Everly Brothers. Vanaf eind jaren vijftig wist dit duo een half decennium lang als geen ander country & western en rock & roll samen te smelten in welluidende popliedjes. Van de reguliere albums uit hun gloriedagen mag eigenlijk alleen Songs Our Daddy Taught Us relevant heten, zeker ook vanwege het feit dat dat tweede album uit 1958 een autonoom geheel vormt, iets wat in dat genre nog niet eerder was vertoond. Met een spaarzame begeleiding van akoestische gitaar en contrabas vertolkten de beide broers een dozijn door vader Ike Everly overgeleverde traditionals en klassiekers uit de country en bluegrass op niets minder dan eeuwigheidswaardige wijze.

Suburban Guide To Springtide

Cuntrock, dat kenden we nog niet. De Vlamingen van Psycho 44 gebruiken deze term om hun debuut Suburban Guide To Springtide aan de man te brengen. Het komt neer op catchy punkrock, likjes grunge, wat buiginkjes naar Queens Of The Stone Age – Josh Homme vroeg de band hoogstpersoonlijk als voorprogramma in Brussel – en electropunk. Dat laatste overigens maar in één nummer, Dance MTHRFCKR Dance, dat dan weer aan Disco Ensemble doet denken en een van de leukste liedjes van de plaat is.

Inside Llewyn Davis

Inside Llewyn Davis is de nieuwe film van de Coen Brothers, bekend van The Big Lebowski en O Brother, Where Art Thou? In die films speelde muziek een grote rol en dat is ook het geval in hun nieuwe rolprent. De film vertelt het verhaal van een folkzanger die in het New York van de vroege jaren zestig probeert door te breken. In de film wordt Llewyn Davis vertolkt door Oscar Isaac. Hij zingt het repertoire van Dave Van Ronk, een van de velen die tegelijkertijd met Bob Dylan probeerden naam te maken in de barretjes van Greenwich Village. In de film is Llewyn een echte folkpurist.

Back To Land

Rechtdoor op dezelfde weg gaat voor – een ezelsbruggetje voor automobilisten, een artistieke visie voor Eric ‘Ripley’ Johnson. Het maakt niet uit welk vehikel die man het asfalt opstuurt, hij laat zijn karretje altijd voorttrekken door een motorische dreun. Zowel Wooden Shjips als zijproject Moon Duo leunen op breed uitgesmeerde spacerock. U weet wel, een eindeloze loop van rockriffs, na-echoënde zang, ruimte voor visuele invulling; ergo, hallucinaties. Het leuke van Johnson is dat hij elk muzikaal vergezicht samenvat in twee, bij uitzondering drie akkoorden. Waarom dat leuk is hoeven we niet uit te leggen in een tijd dat zelfs ministers lui genoeg zijn om een baard te laten staan.

Beyoncé

Nota bene vrijdag de dertiende december was het er ineens, aanvankelijk alleen digitaal via iTunes: een onaangekondigd gloednieuw album van Beyoncé Knowles. Met veertien liedjes en liefst zestien videoclips. Beyoncé noemt het haar visual album. Ze verrast hiermee niet alleen het publiek maar ook haar platenfirma, die kennelijk nog niet echt op de hoogte was van deze actie. Of er wellicht tegen. Hoe dan ook, hardnekkige geruchten doen de ronde dat haar label de plaat niet had willen ondersteunen omdat ze het niet goed genoeg vinden. De fans wisten echter beter en kochten de plaat massaal: binnen een etmaal stond Beyoncé bovenaan de verkooplijsten in 66 landen. En terecht. Dit titelloze album – haar vijfde studioplaat – is ook artistiek het meest gedurfde dat ze tot nu toe heeft gemaakt. Voor de helft zijn er echte liedjes, zoals Pretty Hurts, Blow en Jealous. Glorieuze popsoul zoals we die al van haar kennen.

Mug Museum

Nee, geen ex van Simon, deze Cate Le Bon. Hoewel ze uit Wales komt en in Los Angeles woont, zingt ze met een accent dat vagelijk Duits aandoet. Dat, gevoegd bij haar intonatie en haar klankkleur, maakt dat de eerste associatie bij het horen van haar stem die met Nico is. Ook muzikaal gezien heeft Le Bon zich nogal laten inspireren door The Velvet Underground, naast Television en Talking Heads. Op haar derde plaat Mug Museum wemelt het van de hoekige ritmes, repeterende orgeltjes en gitaren die het ene moment klateren en het volgende lekker lijzig klinken.

Join The Dots

De eerste indruk van de nieuwe Toy gunt je niet veel verrassing. De Britten kiezen net als op hun debuut voor een mix van lange uitgesponnen psychedelische spinnenwebben en wat kortere, meer popachtige nummers. Is het erg dat de band geen moeite heeft gedaan om te veranderen? Laten we dat eens gaan onderzoeken (laten we op een spirituele safari gaan, jij en ik)... Allereerst de lange nummers. Die geven je al snel het idee dat je vastzit in een dromerige wereld en dat is een fijn idee.

Under The Covers Vol. 3

Het Amerikaanse duo Matthew Sweet en Susanna Hoffs maakte zich op Under The Covers Vol. 2 uit 2009 schuldig aan mishandeling van een aantal composities uit de jaren zeventig. Audiorampen blijven gelukkig uit op het derde deel van Under The Covers, dat de jaren tachtig als liedjesleverancier heeft. In dat decennium maakte Hoffs naam met de Californische meidengroep The Bangles en debuteerde Sweet als singer-songwriter, eentje die pas in de jaren negentig zou pieken. Het siert de twee dat ze er ook nu geen Greatest Hits van gemaakt hebben, maar het is jammer dat ze wederom met minder aansprekende titels van enkele bands (dB’s, Roxy Music, R.E.M) aan komen zetten.

Sumie

Je krijgt er enorm veel voor terug, zeggen jonge ouders bemoedigend tegen elkaar op moeilijke momenten, bijvoorbeeld wanneer ze ontdekken dat hun kroost de pas gewitte muren ongevraagd in drie tinten zelfgeproduceerd bruin heeft overgeschilderd. Als niet-ouder heb ik daar altijd mijn bedenkingen bij, maar in het geval van Sandra Sumie Nagano snijdt die zin zowaar hout. Terwijl zuster Yukimi furore maakte als frontvrouw van electrocollectief Little Dragon, zat Sumie thuis met haar gitaar op de bank, waar ze zo zacht mogelijke liedjes speelde om haar twee kinderen niet te wekken.

December

Had dan nog een maand gewacht, als je je album December noemt. Maar waarschijnlijk vond de platenmaatschappij dat toch niet zo goed idee. De jaarlijstjes zijn dan immers al gemaakt. En Julien Dyne's derde zou daar zomaar in kunnen komen. Want December is hartstikke raak. De Nieuw-Zeelandse beatbouwer zit in dezelfde divisie als Flume, Flying Lotus en Shlohmo en maakte eerder indruk met Pins & Digits (2009) en Glimpse (2011). Op December slaat de avontuurlijke tegenvoeter geen radicaal nieuwe wegen in.

Fellow Travelers

In de veertien jaar dat Shearwater bestaat is de band van Jonathan Meiburg steeds toegankelijker gaan klinken, zonder uitverkoop te houden. De man die eerst samen met zijn compagnon Will Sheff twee bands deelde (Meiburg zat ook in diens Okkervil River en vice versa) klinkt zelfs op dit tussendoortje – zo was deze verzameling covers oorspronkelijk bedoeld – bijzonder gemotiveerd en sterk. Het idee is sympathiek: nummers opnemen van (en soms met) de artiesten waarmee je samen optreedt, toert en de wachttijden in de backstage doodt.

Reflection

Het zijn drukke jaren geweest voor Hooverphonic. Na het prachtige The Night Before (2010) - de eerste cd met de toen nieuwe zangeres Noémie Wolfs – begon de band aan een lange tournee, die in 2012 ook nog eens twee albums opleverde: With Orchestra en With Orchestra Live, waarop het beste werk van de Vlamingen in een orkestraal (live)jasje was gestoken. Maar toen de band klaar was met het orkest, was de band er ook helemaal klaar mee. Reflection klinkt om te beginnen als een enorme bevrijding, als een band die blij is weer even en petit comité muziek te mogen en te kunnen maken. Om het album op te nemen, verzon men bovendien een behoorlijk originele invalshoek.

If You Wait

Er wordt wel eens geklaagd dat recensenten elkaar allemaal napraten. Ik zal het niet ontkennen, maar het is niet onze schuld. Neem bloglieveling London Grammar. Nummers als Hey Now en Shyer zijn zó overduidelijk geïnspireerd op The xx dat je je in heel rare bochten moet wringen om die referentie niet te noemen. Een andere naam die vaak opduikt, die van Florence Welsh, zou je eventueel kunnen vervangen door Kate Bush, maar dan zal je zien dat een of andere Franse of Noorse blogger op datzelfde idee is gekomen, dus ik laat het maar zo. In vergelijking met The xx en Florence is London Grammar net even toegankelijker.

Swings Both Ways

In 2001 had Robbie Williams veel succes met Swing When You’re Winning, een album vol croonerliedjes uit de jaren veertig, vijftig en zestig van de hand van o.a. Nat King Cole, Duke Ellington, Bobby Darin en Brecht & Weill. Het genre bleek de James Bond van de popmuziek op het lijf geschreven. Zijn duet Somethin’ Stupid met Nicole Kidman werd een grote hit en het album werd een van zijn bestverkochte platen ooit. Swings Both Ways is opnieuw zo’n plaat. Anders dan toen is de helft van de songs nu van Williams’ eigen hand. Het album is het eerste resultaat van de hernieuwde samenwerking met songschrijver en producer Guy Chambers (die in de tussenliggende tijd ook werkte met o.a. Katie Melua, Rufus Wainwright, Katy B en Mark Ronson). Onder diens hoede klinkt Williams weer als vanouds. Dat betekent niet dat de songs allemaal even sterk zijn.

Travelers

Zo’n zestig instanties, bedrijven en vooral particulieren hebben er met sponsorgelden voor gezorgd dat het tweede album van het Nederlandse popduo Miss Molly & Me uitgebracht kon worden. Ze zullen tevreden zijn, want de heerlijk heldere zangeres Marlijn Weerdenburg (ook actrice) en zanger/multi-instrumentalist Helge Slikker (acteur, frontman van de Utrechtse popband Storybox) hebben met Travelers een onderhoudende en ongecompliceerde plaat gemaakt, een album dat in muzikaal opzicht en arrangementen (trompet, Hammond, gefluit, mondharmonica van Thomas Acda) een stevige stap vooruit en elektrischer is in vergelijking met debuut Rewind And Say Hello uit 2011.

Live From KCRW

Wie ‘t nog niet begrepen had, moet afgelopen jaar vér buiten de dampkring hebben verkeerd, maar 2013 was dus het jaar van Nick Cave. Album van het jaar (Push The Sky Away), concert van het jaar (Lowlands), twee memorabele optredens in de HMH en dan nu nog even, als potje gallery play in de slotfase van een met twee vingers in de neus gewonnen wedstrijd, Live From KCRW: een livesessie-met-publiek voor radiostation KCRW in Santa Monica, Californië, opgenomen in april van dit jaar, tussen twee Bad Seeds-concerten op het Coachella-festival door. In een bescheiden bezetting (Cave, violist/gitarist Warren Ellis, bassist Martyn Casey, drummer Jim Sclavunos en de tijdelijk op het oude nest teruggekeerde oer-Bad Seed Barry Adamson) werd een handvol songs van Push The Sky Away – waaronder het bloedstollende titelnummer – plus een bij deze intieme setting passende keuze uit het omvangrijke repertoire gespeeld. Wat neerkomt op een bescheiden nadruk op rustige(r) albums als The Boatman’s Call (1997) en No More Shall We Part (2001).

Artpop

Na haar debuutalbum The Fame en schitterende singles als Poker Face, Bad Romance en Telephone leek Lady Gaga een fonkelende carrière tegemoet te gaan. De muziek was top en Stefani Germanotta was dan weliswaar niet het knapste meisje van de klas, ze wist als geen ander hoe ze de aandacht moest trekken. Maar al snel kwam er zand in de motor. Op haar tweede album Born This Way overdonderde ze ons met een overdaad aan ideetjes en slap-in-your-face-geluiden, waarvan eigenlijk alleen het van Madonna geleende titelnummer en de ballade You And I beklijfden. Op het door Jeff Koons vormgegeven Artpop wekt Lady Gaga even de indruk dat dit een veel persoonlijker plaat is. ‘Do you want to know the girl who lives behind the aura?’ vraagt ze in het openingsnummer Aura.

Freddy & Bundy

Mocht er een prijs bestaan voor de meest cute albumhoes van het jaar, dan wil ik bij deze Crooks & Hef nomineren. Vanaf de bank kijkt kleuter Hef lachend in de camera, zijn nieuwsgierige broertje onder zijn beschermende arm geklemd. Nog altijd is hij de trotse grote broer die alles op alles zet om Crooks in zijn slipstream mee te zuigen. Freddy & Bundy is inhoudelijk allesbehalve cute. Hef, op debuut Hefvermogen nog hongerig naar het geld en succes dat toen binnen handbereik lag, klinkt gedesillusioneerd nu hij zich realiseert dat het behalen van de Nederlandse hiphoptop geen garantie voor een steady inkomen is. Crooks is nauwelijks minder cynisch.

The Marshall Mathers LP 2

Misschien had ik niet zulke hoge verwachtingen moeten hebben. Of misschien had Eminem voor zijn nieuwe album geen titel moeten kiezen die die verwachtingen uitlokt. Want zeg nou zelf: The Marshall Mathers LP 2 doet toch vermoeden dat de rapper een vervolg op zijn hitalbum The Marshall Mathers LP uit 2000 heeft gemaakt? Na vier albums en een mixtape die strekken van ‘wel leuk’ tot ‘tenenkrommend’ was zo’n knaller als The Marshall Mathers LP best welkom geweest. Helaas telt deel 2 in totaal drie nummers die doen denken aan deel 1: Brainless, So Far (met geleende stukken uit The Real Slim Shady en I’m Back) en Evil Twin, waar Eminem als vanouds uithaalt naar zijn collega’s in de showbiz. Blijkbaar staan popdiva Rihanna, Sia en Kendrick Lamar wel aan de goede kant van de rapper, want waar voorheen Dr. Dre, Snoop Dogg en D12 klonken, is nu plaatsgemaakt voor deze namen.

Rap Album One

Wellicht denkt u: wat grappig/opmerkelijk/triest, een hiphopper die zich vernoemt naar een acteur. Maar de dingen zijn niet altijd wat ze lijken. Westernheld John Wayne ontleende zijn naam aan de achttiende-eeuwse militair Anthony Wayne en dat was dan weer de over-over-over-etc.-grootvader van de Californische mc/producer Jon Wayne. Jon lijkt in niets op zijn elegante voorvader. Met zijn bolle lijf, zijn twee-voor-de-prijs-van-één-bril, zijn wilde onverzorgde baard die moeilijk te rijmen is met zijn babyface en twee lachwekkende sandalen aan zijn kingsize voeten is hij bovendien een opvallende verschijning in hiphopland. Maar wat zei ik nou? De dingen zijn niet altijd wat ze lijken.

The Songs Of Tony Sly: A Tribute

Op 31 juli 2012 overleed Tony Sly, totaal onverwachts in zijn slaap. De frontman van No Use For A Name werd slechts 41 jaar. Labelbaas en vriend Fat Mike (NoFX) nam het initiatief voor deze tributeplaat, waarvan de opbrengst naar de vrouw en twee kinderen van Sly gaat. Maar liefst 26 nummers, zo’n beetje iedereen die wat voorstelt doet mee. De nummers die door Bad Religion, The Bouncing Souls, Lagwagon, Pennywise en NoFX onder handen zijn genomen, zijn het luisteren meer dan waard, maar blijven vaak redelijk dicht bij het origineel.

Eve

Bijna hadden ze er de brui aangegeven, de jongens van Booka Shade. Na de matige recensies van hun voorlaatste album Glow en de zoveelste uitputtende tournee waren danceproducers Walter Merziger en Arno Kammermeier er helemaal klaar mee. Maar een zomers bezoekje aan de Eve-studio in Manchester bracht helderheid in de hoofden van beide Duitsers. Hier moest het gebeuren. En verdraaid, hun vijfde album Eve (een kloeke dubbel-cd) laat het duo in topvorm horen. Misschien wel omdat ze teruggingen naar de wortels van house, toen nummers nog melodie en vocale haakjes hadden.

Wishbone

Als we de bocht even scherp nemen, kent het verschijnsel ‘Scandinavische zangeres met indie-credibility’ twee hoofdcategorieën: de singer-songwriter die het klein houdt (Agnes Obel, Ane Brun, Nina Kinert) en de bewust internationaal opererende omnivoor die het graag elektronisch aanpakt (Lykke Li, Annie, Fever Ray). Oh Land, alias de Deense Nanna Øland Fabricius, zit goeddeels in de laatste categorie en werkt zelfs alweer een paar jaar vanuit Brooklyn, waar ze dicht op het hipstervuur zit. Niet zo gek dus dat haar nu verschenen derde album tot stand kwam onder de vleugels van producer David Sitek, lid van TV On The Radio en nog altijd zo’n beetje de naam om mee te koop te lopen, ook al verandert beslist niet meer alles wat de man aanraakt in goud.

Matangi

‘Controversieel’ is het meest gebruikte woord om de Brits-Sri Lankaanse M.I.A. te omschrijven. Op haar nieuwe album Matangi laat ze zich echter van een zachtere kant zien. Haar vierde langspeler vernoemde ze naar zichzelf (haar echte naam is Mathangi Arulpragasam) en het is toevallig ook de naam van de Hindoe-godin van de muziek. Die Indiase invloeden, gemengd met strijdkreten, tribale geluiden en Arabische melodieën, vormen de basis van Matangi. Die combinatie zorgt ervoor dat luisteren naar het album vooral veel energie kost. M.I.A. hanteert een duidelijke en herkenbare stijl waar je van moet houden, maar na drie nummers hysterische samples, vervelende belletjes en haperende, repetitieve rap begint het irritant te worden en moet de plaat even op pauze.

Shangri La

Jake Buggs debuut werd in 2012 nog te voorzichtig ontvangen. Weliswaar werd de in 1994 geboren zanger hier een supertalent genoemd dat we in de gaten moesten houden, maar ik vraag me af hoeveel collega’s er de toekomst van de Britse popmuziek in terughoorden. Toch is hij dat. En niemand anders. Amper een jaar later is er al de naar de studio van producer Rick Ruben genoemde opvolger en opnieuw doet deze knul mijn gedachten constant tussen de jonge Bob Dylan en de nog altijd jonge Alex Turner heen en weer stuiteren. Keek de achttienjarige met gitaarkoffer en sigaretje ons vanuit een straat in Nottingham nog wat schuchter aan op zijn debuut, diezelfde knul werpt ook op de kleurrijke hoes van zijn verbluffend sterke tweede album alvast zijn schaduw vooruit. Sommigen vonden hem op dat debuut al een wijsneus, hier lijkt hij in zijn directheid en poëtisch neergepende volzinnen in niets meer op een jongen die net is uitgepuberd. Ook muzikaal is Shangri La een zegen voor de pure popliefhebber. Simpelweg omdat er door de door Rubin opgetrommelde zwaargewichten – gitarist Matt Sweeney (Bonnie ‘Prince’ Billy, Cat Power, Johnny Cash), bassist Jason Lader (The Mars Volta) en drummers Chad Smith (Red Hot Chili Peppers) en Pete Thomas (Elvis Costello) – lekker degelijk gas wordt gegeven.

Rivertown Fairytales

Michael Prins won de tweede editie van De Beste Singer-Songwriter van Nederland. Een jongen met een markante stem en volwassen luisterliedjes, die duidelijk klaar was voor zijn plaatdebuut. Dat ligt er nu met Rivertown Fairytales. Anderhalf album zelfs, want Prins debuteert met maar liefst twintig liedjes. Begrijpelijk als je weet dat de 27-jarige Haarlemmer al zo’n tien jaar songs schrijft en veel materiaal op de plank had liggen, maar voor zo’n eerste kennismaking toch iets te veel van het goede. Dat neemt niet weg dat er juweeltjes tussen zitten. De single Close To You is een hele mooie, net als Sailor, All I See Is You en het Nick Drake-achtige Morning Sun.

Phosphene

In de jaren zestig was Den Haag vermaard om zijn beatgroepen. Dit jonge kwartet past in de nieuwe lichting, met The Deaf als lijstaanvoerder en ook Soul Sister Dance Revolution als sterke vertegenwoordiger. Twee jongens van Taymir scoorden live al eens met het helemaal op de sixties geschoeide The Consolers, maar trokken de stekker eruit vlak voor de internationale platendeal werd afgesloten. Haagse branie, het getuigt van lef. Ze wilden iets nieuws, zo lezen we in hun bio. ‘Met de ballen van Arctic Monkeys en het venijn van The Strokes.’ Dat is dan weer Haagse bluf, want dat mochten ze willen.

Story Music

Story Music. Story Music? Vergeet het eerste woord van de titel van Teitur Lassens zesde album. De Scandinavische singer-songwriter is geen verhalenverteller à la Drive-By Trucker Patterson Hood of Mark Kozelek. Sterker, zijn tekstjes zijn schetsmatig en oubollig. En het moet gezegd: soms zijn ze grappig. Een bezongen Indie Girl heeft mainstream-buren. ‘She taught them social behaviour / Instead of Jon Bon Jovi, she gave them David Bowie!’ Blijft over de muziek. Die is een stuk interessanter dan de verhaaltjes. Voor het fragmentarische Story Music is Teitur teruggegaan naar zijn geboorteland, de Faröer Eilanden. Voetballen kunnen ze daar niet, zingen wel.

Soldier On

De glimlach verschijnt meteen en wordt alleen maar groter bij beluistering van Soldier On, de derde plaat van Tim Knol en de eerste die hij zelf heeft geproduceerd. Hij zegt dat ‘het in alle opzichten een album is geworden over afscheid nemen en doorgaan.’ Dat heeft zelden zo opbeurend en vol overtuiging geklonken als hier bij Knol. De invloed van zijn voorliefde voor Neil Young, Americana en sixties-westcoastpop is ook nu terug te horen.

Crimson Red

De Engelse band Prefab Sprout brak halverwege de jaren tachtig door met het album Steve McQueen. Verraderlijk lichte popliedjes die bij nadere beluistering behoorlijk diepgang bleken te hebben. Albums als From Langley To Park To Memphis, Swoon en Jordan: The Comeback klonken ook in menig Nederlandse studentenkamer. Daarna zakte de band weg in de vergetelheid. Zoals nu blijkt werd zanger en songschrijver Paddy McAloon jarenlang geplaagd door gehoorproblemen, die hem muziek maken min of meer onmogelijk maakten. Inmiddels heeft hij daarvoor een werkbare oplossing gevonden en meldt hij zich, getooid met grijs haar en volle baard, weer terug aan het front.

Aheym

Popmuzikanten die aan de klassiek gaan. Doorgaans geen goed idee. Tenzij het heil gezocht wordt in de zogenaamde minimal music, dat met gelaagde herhaling gevulde genre van bijvoorbeeld Steve Reich, Philip Glass en Terry Riley en dat zijn weerslag vond op onder andere Brian Eno, David Bowie en de house en techno. Geen namen en termen die direct Bryce Dessner, gitarist van The National, in herinnering roepen. Maar het modern klassieke Kronos Quartet vroeg toch echt hem om werk voor ze te componeren. En dat pakt nog best gunstig uit, in vier verrassend afwisselende composities.

The Family Tree: The Branches

Gewoon een albumpje in elkaar knallen is er voor Ben Cooper aka Radical Face niet bij. Zijn driedelige The Family Tree-serie heeft een concept. De albums vertellen het verhaal van een negentiende-eeuwse familie die de Amerikaanse muzikant zelf bedacht. Het eerste deel, The Family Tree: The Roots, kwam uit in 2011 en nu is het tijd voor het vervolg The Family Tree: The Branches. Alsof een tot in de puntjes uitgedacht verhaal nog niet genoeg was, besloot Cooper alleen instrumenten te gebruiken die al bestonden in de tijd waarin The Family Tree: The Branches zich afspeelt (1860-1910).

The Coincidentalist

De uit Arizona afkomstige muzikant Howe Gelb gaf de nummers van het laatste Giant Sand-album Tucson, een countryrockopera, bizar onnozele teksten mee. Dat is niet het geval op zijn achttiende soloplaat, ook al heet ie The Coincidentalist. Dat is iemand die toevalligheden begrijpt, maar hun bedoeling niet probeert uit te leggen. ‘The coincidences aren’t there to figure out but to point the way’, aldus Gelb. Tja. Zelf laat hij, gezien zijn gasten, niets aan het toeval over op een soloplaat die net zo goed een Giant Sand-album had kunnen zijn. Gelb zwabbert weer alle kanten op.

Antiphon

Het hoogtepunt in het oeuvre van Midlake is toch hun tweede album The Trial Of Van Occupanther, dat vol mooie folksongs staat, afwisselend melancholisch en uptempo. Op opvolger The Courage Of Others namen de heren uit Denton, Texas al een kleine afslag richting progrock. Daarmee wisten ze een groter publiek aan zich te binden. Op Antiphon wordt die weg verder bewandeld. Het zelfgekozen vertrek van zanger Tim Smith, die volgens gitarist en nieuwe voorman Eric Pulido zijn stempel teveel drukte op de band, heeft dan ook niet gezorgd voor een radicaal andere koers. Bovendien vertoont Pulido’s stem een prettige gelijkenis met die van John Grant, voor wie Midlake de begeleidingsband was op diens eerste soloalbum Queen Of Denmark.

Christmas Songs

Ik draaide deze plaat met lichte tegenzin. Want kom op, je band heet jandorie Bad Religion en dan kom je met nummers over de meest gevierde Christelijke feestdag ter wereld! Al kun je je natuurlijk afvragen hoeveel Amerikanen werkelijk weten dat we met Kerstmis de geboorte van Jezus vieren, maar goed. Punt twee: het voelt te makkelijk, zeker voor een band van deze statuur, om negen kerstnummers te verpunken. En dan begint de plaat ook nog eens met Hark! The Herald Angels Sing, een evergreen uit 1739 met zinnen als ‘Christ, by highest heaven adored / Christ, the everlasting lord’. Bad Religion heeft God gevonden. Halleluja!

Corsicana Lemonade

White Denim was tot voor kort een voorbeeld van de typische garagerockband. Elk jaar verscheen er een nieuw studioalbum van ongeveer een half uur, opgenomen in een kelder of caravan. Maar met D uit 2011werd dat anders. De band sloeg een melodieuzere, Amerikaanse route in en nam het album op in een professionele studio. Twee jaar later pas is er Corsicana Lemonade, waarop de experimentele rockers uit Austin, Texas voortborduren op het geluid van D. Het album heeft een nog wat opener, popgerichter geluid dan D, zonder dat de heren hun herkenbare tempowisselingen en ingewikkelde nummerstructuren laten varen.

Lanterns

Zo’n ongrijpbare plaat die je – net als vorig jaar het debuut van Alt-J – maar blijft verwonderen, verrassen, fascineren en verwarmen. En die je daarom maar hoog in je jaarlijstje zet. Zó’n plaat is Lanterns, het derde album van de Amerikaanse alleskunner Ryan Lott alias Son Lux. Dat u ‘t weet. Het precieze hoe en waarom laat zich (ook al net als bij Alt-J) lastig in woorden vangen. Laten we zeggen: wie nog altijd warme scheuten voelt bij de gedachte aan Sufjan Stevens toen hij de zaken nog betrekkelijk klein wist te houden, heeft meteen een voorsprong. Ook Son Lux is een man die z’n muziek – tussen orkestrale pop, folk en elektronica – graag troostrijk en melancholiek opdient en daarbij in principe weinig middelen voor nodig lijkt te hebben.

Pure Heroine

Met haar zestien jaar behoort Ella Yelich-O’Connor alias Lorde tot de jonge meiden waar al dan niet in Cuijk wonende groomers zich op richten. Maar die creeps zouden geen schijn van kans maken bij Lorde, want de Nieuw-Zeelandse electropopster is een pittige, zelfverzekerde jonge vrouw die op haar debuutalbum Pure Heroine uitermate volwassen overkomt. Ook al zingt ze soms over ‘mom and dad’ en komen er tienerzaken aan bod. Die teksten schreef de uit de buurt van Auckland komende muzikante zelf. De muziek is een co-productie van Lorde en producer Joel Little en is niet behaagziek of puberaal, maar steekt knap in elkaar.

Recharged

Recharged is het tweede remixalbum van Linkin Park. Debuut Hybrid Theory werd in 2002 al succesvol in de mix gegooid op Reanimation, nu is ook vijfde en laatste studioalbum Living Things (2012) die eer te beurt gevallen. De plaat opent grappig genoeg met een nieuw nummer, A Light That Never Comes, een samenwerking met houseproducer Steve Aoki. Net als bij Reanimation ligt de focus van de remixen ook hier op elektronische en hiphopversies van de tracks van het origineel. Zo is rapper Pusha T te horen in I’ll Be Gone, mocht dubstepproducer Datsik zich uitleven op Until It Breaks en nam Money Mark (bekend van z’n vele samenwerkingen met de Beastie Boys) een eigen versie op van datzelfde nummer. Mike Shinoda – de rapper van Linkin Park – deed zelf ook een aantal remixen en klaar is Kees.