Bescheiden maar subliem jubileum Moss

Genre
Indie
Gepubliceerd op


De band heeft er zin in. Heel veel zin. Twee jaar hebben ze niet gespeeld en de speelvreugde spat van het podium. Er zijn veel inside jokes, nog meer goedkeurende knikjes en knipoogjes, maar bovenal: het gaat in een moordend tempo. Zoals Dorleijn al na drie nummers aangeeft heeft de band ‘12,5 jaar in te halen’. Drummer en ondertussen oude rot in het vak Finn Kruyning tikt in zijn jeugdig enthousiasme alles achter elkaar af, terwijl Dorleijn nog druk is met uithijgen, het wisselen van gitaren en het rechtzetten van z’n bril. Typerend voor de huidige status van Moss - toch helemaal niet zo lang geleden de grootste indierockband van Nederland - is dat de bandleden zelf al het zware werk doen. Ombouwen, soundchecken, tunen en shirtjes verkopen. Ook het feit dat de Amsterdammers met hun jubileumtour langs kleinere zalen als De Helling en Bitterzoet trekken, is veelzeggend. De lichtshow is erg simpel, maar met een flinke dosis rook en witte lichtstralen toch doeltreffend. Ook het uitgebreide dankwoord van Dorleijn (‘ik wist niet of jullie allemaal nog wel zouden komen’), tekent de bescheidenheid.


Ten tijde van album twee, hét doorbraakalbum met I Apologise (Dear Simon) en I Like The Chemistry - nog altijd de grootste en enige hits - was Moss toch bestemd voor de grotere dingen. Dat kwam er niet echt van. Wel heeft de band altijd weten te verrassen en is het ondanks dat altijd hun eigenwijze, vooruitstrevende zelf geweest. Zo was daar het eerste album (The Long Way Back) met popliedjes waarop de akoestische gitaar nog een grote rol speelt. Op het tweede album (Never Be Scared / Don’t Be A Hero) voerde vooral de elektrische gitaar de boventoon en op album drie (Ornaments) werd met elektronica geëxperimenteerd. Album vier (We Both Know The Rest Is Noise) is dan weer een melancholisch, gejaagd donkere plaat. Vier totaal verschillende dingen op papier, maar op het podium is het allemaal heel logisch. De typerende, echoënde stem van Dorleijn (wat is ‘ie goed bij stem!) en de meestal erg aanwezige baslijnen zorgen ervoor dat elk nummer als typisch Moss klinkt, ook als de opbouw met dag en nacht verschilt. Drijvende kracht is drummer Kruyning die ongelofelijk creatief blijft met roffeltjes, tegendraadse ritmes en bijzondere slagjes.


Onverwacht hoogtepunt is de afsluiter van de reguliere set, Silent Hill, waar na een lang uitgesponnen intro naar een grootse gitaarmuur wordt toegespeeld. Maar het echte hoogtepunt betreft een nieuw nummer vlak daarvoor. Een opzwepende baslijn, een licht gitaarlijntje, de karakteristieke stem van Marien en stuwende drum maakt dat het over komt als een typisch Moss-nummer, maar dan dansbaar, uitmondend in een ronkende jam. Het komt de band op de grootste ovatie van de avond te staan. Alle nieuwe nummers die de band ten gehore brengt, worden sowieso stuk voor stuk goed ontvangen: een zeer goed teken voor de toekomst. Zo staat Moss vanavond niet te veel stil bij het verleden, maar viert het vooral het bestaan. Wie dacht dat Moss wel zo’n beetje passé was, mag zich nog weleens achter de oren krabben. Moss is terug en met hernieuwde levensvreugde.

Door: Jeroen Sturing / Fotografie: Arend Jan Hermsen (foto’s gemaakt in Bitterzoet)

Gezien: 26 november 2017, De Helling, Utrecht