Bring Me The Horizon defibrilleert de nu-metal

Genre
Metal
Gepubliceerd op

Die laatste twee albums hebben er niet alleen voor gezorgd dat de band vanavond in de Heineken Music Hall staat, maar ook dat die stijf uitverkocht is. Als Sykes voor Chelsea Smile, het enige oudje op de setlist, vraagt wie al vanaf het begin fan is, gaan natuurlijk alle handjes de lucht in. De publieksrespons op de nummers van That’s The Spirit en met name Sempiternal (Can You Feel My Heart, The House of Wolves) doet anders vermoeden. Komt nog bij dat veel van de aanwezigen nog op de basisschool of in de brugklas zaten toen Chelsea Smile in 2008 uitkwam. Het is ook niet moeilijk om je voor te stellen hoe je als ‘weirdo’ op het schoolplein als een blok voor deze jongens met beentatoeages en quasi-diepe teksten over wolven en doodgaan valt. Met andere woorden: in de rij naar de garderobe spelen mensen met een strippenkaart voor skinny jeans en stijltangen een potje Wie Heeft De Meeste Genitale Piercings.

De bewondering voor Bring Me The Horizon is live terug te brengen tot de vergoddelijking van Sykes. De scenekid-turned-spierbundel toont zich een strenge doch charmante kommandant die niet snel tevreden is over de grootte van een mosh pit (‘Push it back!’). Gelukkig konden we al even oefenen bij de beide voorprogramma’s. Verder valt er – behalve het imposante podiumontwerp vol verhogingen en visuals – ook weinig te vergoddelijken: de andere bandleden communiceren niet of nauwelijks. Vooral in het geval van de relatief recente toevoeging Jordan Fish is dat zonde. Hij draagt als multi-instrumentalist en zanger een groot deel van de nieuwe koers van de band.

Dat hij live ook een groot deel van de zang moet dragen, is de smet op de avond. Sykes is namelijk hard op weg uit te groeien tot de Ster Zonder Stem. Hij heeft zich op oude songs, met titels als Tell Slater Not To Wash His Dick, dusdanig toegetakeld dat BMTH in september nog een deel van zijn Australische tour moest afzeggen vanwege Sykes’ ontstoken stembanden. Ook vanavond heeft de twintiger moeite om boven zijn band uit te komen. Toch – of misschien juist daardoor – geloven we hem bijna als hij, geplaagd door drugsverslavingen, voor Sleepwalking vertelt dat hij niet meer zou leven zonder zijn band. Sykes kan zich troosten met de gedachte dat dat andersom ook niet het geval zou zijn, zo blijkt bij hoogtepunten als Shadow Moses en Follow You.

Zoals het een populaire metalband betaamt, weet Bring Me The Horizon ook prima hoe het clichématig over moet komen. ‘This is the best show of the tour!’ Dat houdt niet meer in dan dat we op muzikaal gebied wél van België kunnen winnen, want het concert in de HMH is pas het tweede van deze reeks. De verhouding inhoud/gebakken lucht is, kortom, vergelijkbaar met die van de gemiddelde zak chips. Na prijsnummer Throne vormt de toegift, in zijn geheel afkomstig van That’s The Spirit, een samenvatting van de avond. Alleen Bring Me The Horizon bezit op dit moment nummers als het topzware True Friends vol strijkers, het dansbare Oh No (inclusief saxofoonsolo!) en Drown, een anthem dat de overkant van de ArenA Boulevard verdient. Kunnen we daar ook weer eens van België winnen. Bring Me The Horizon regeert vanaf zijn troon de grensstreek tussen metal en mainstream met bezigheidstherapie voor geest en lichaam. Nu-metal? Ja, dat mag met dank aan deze defibrillator weer zo heten.

Door Dirk Baart / Fotografie: Luuk Denekamp

Gezien: 13 november 2016, Heineken Music Hall, Amsterdam