Chance The Rapper: positivo en podiumstrijder

Genre
Hiphop
Gepubliceerd op


Maar Chance The Rapper, dat is toch die vrolijke jongen met een onverwoestbare positiviteit die raps over happy thoughts en blije trompetmelodieën schrijft? Sure, maar vandaag krijgen we twee kanten te zien van Chancellor Johnathan Bennett: de positiviteitsgoeroe en het strijdlustige podiumbeest. Als die twee karakters met elkaar versmelten, is het vuurwerk op het podium en is de tent helemaal lit. Maar Chance schiet vandaag plotsklaps van het ene naar het andere uiterste van zijn persoonlijkheid, waardoor zijn show wat turbulent en onevenwichtig aanvoelt.


Oké, dat biertje had ‘ie ons gelukkig weer snel vergeven: we krijgen een second Chance vanavond. ‘One more time, i’ll do this… One. More. Time.’, spreekt hij de aanwezigen streng en nadrukkelijk toe.Die second Chance staat hier namelijk niet zomaar, hij wil hard werken om het ons naar de zin te maken. De rapper uit Chicago danst en springt over het hele podium, strak geregisseerd met de visuals mee. Gretig kijkt hij de voorste rijen en de mensen op het balkon aan als hij vraagt om participatie. Handen moeten in de lucht, voeten van de vloer en de ooh-woo’s, mmm-mmm’sen got damns moeten uit volle borst klinken; het lukt ‘m met gemak. U las het goed trouwens: got damn. Geen heiligschennis, want Chance is een gelovig man. Met een flinke vleug gospel, lofzang en optimisme horen we in zijn muziek hoe goed het met hem, zijn gezin en zijn carrière gaat. Allemaal dankzij God natuurlijk, want Chance heeft Angels om hem heen, zoals hij in het openingsnummer vertelt. En de Blessings komen er wel wanneer hij zijn gebeden opwaarts richt.


Met die onverwoestbare positiviteit maakt Chance er de eerste helft van zijn show een keihard feestje van. In rap tempo vuurt hij een blok Acid Rap op ons af, komt oudere anthem Brain Cells voorbij en vormen No Problem, Mixtape en All Night de absolute drietrapsraket van de avond. In het beladen Summer Friends en in Kanye West-collab All We Got wordt er niet alleen een positief feestje gevierd, maar is er ook een keiharde reality check. ‘Jullie denken misschien dat alles me voor de boeg gaat en dat ik altijd blij ben, maar tijden als deze zijn zwaar als zwarte man in Amerika’. Ja, duiding, dat is hard nodig in dit politieke en muzikale klimaat. Hier versmelten ook de positivo en de podiumstrijder in Chance naadloos. Op dit moment is deze show niet alleen een mooi feestje, maar ook een voelbaar, diepgaand en memorabel spektakel. Zijn band The Social Experiment is voor de rest van de avond vrij laks en weinig spontaan, maar tijdens All We Got en Summer Friends worden de pianopartijen niet ge-loopt of uit een doosje getrokken en wordt er volop meegetoeterd door maatje (met de ongelukkige naam) Donnie Trumpet. Dat komt de kwaliteit van de show en de boodschap ten goede.


Vanaf dit hoogtepunt schakelt Chance wat versnellingen lager en gaat hij weer rap terug naar motiverende positieveling. Niets mis met positief, maar de show verliest duidelijk vaart vanaf dit punt. Waar wereldplaat Coloring Book een geniale balans tussen jam en song vormt, snijdt Chance zijn liveshow rigoureus doormidden in een feestgedeelte en een langzaam intiem gedeelte. Daardoor worden goede nummers als Juke Jam, Same Drugs en Finish Line / Drown taaiere kost dan ze zouden moeten zijn. Daarbij zijn de laatste treinen al bijna uit Tilburg vertrokken en is het een stuk leger in de zaal dan bij aanvang. Chance laat ons nog een keer ‘when the praises go up, the blessings come down’ scanderen. Waar hij eerst nog een vrij geregisseerde indruk maakte, is Chance nu spontaan en doordringend. De aanwezigen die er nog zijn hopen zich vooraan op en slaan de armen om elkaar heen. Zelfs de grootste atheïsten in de zaal doen mee, en wanneer je als drieëntwintigjarige bij zoveel mensen deze reactie kan opwekken, mag je jezelf gerust tot de grote jongens van je genre rekenen. Met iets meer balans tussen feest en diepgang, controledrang en spontaniteit, en langzaam en snel, kan Chance live alleen maar beter worden.

Door Dave Coenen / Fotografie: Ron van Rutten

Gezien: 17 november 2016, 013, Tilburg