COULEUR CAFÉ: CHIC, SELAH SUE, METHOD MAN & REDMAN E.A.

Genre
World
Gepubliceerd op

Couleur Café heeft op de openingsdag helaas last van een natte zegen van boven, zoals tot op heden trouwens bijna ieder festival. Naast slechte weersvoorspellingen heeft dit sympathieke Brusselse festival bovendien te maken met de Rode Duivels Koorts en angst voor aanslagen onder een deel van de mensheid. Uitverkocht raakt het festival dit jaar niet, desondanks is het druk op het goed verharde en derhalve amper modderige festivalterrein, bij de uit tientallen verschillende landen afkomstige kraampjes met eten, in de viertal tenten met podia en vanaf 21.00 uur uiteraard ook vóór het grote tv-scherm met daarop het debacle van het Belgisch voetbalelftal tegen Wales op de EK.

‘You’re a star that never goes out’, zijn de eerste woorden van de Vlaamse ster Selah Sue in de song Alive pal na de voetbalteleurstelling voor het rood gekleurde, niet zelden met duivelse hoorntjes getooide publiek. ‘We moeten dit als land samen verwerken’, verklaart de Leuvense zangeres iets later vanaf de mainstage genaamd Titan. Verbinding, draait het daar op Couleur Café eigenlijk sowieso niet om? Enfin, de dames in het publiek beginnen al snel de hits van Selah Sue letterlijk mee te zingen. Ze staat op het podium met een megagrote band, inclusief twee prima backingvocalisten en drie blazers. Haar set omvat veel funk, soul, wat reggae en soms rapt ze ook iets.

Tijdens Crazy World horen we diepe bassen, veel bombast en een drummer die gemixt wordt alsof hij vette dub aan het spelen is. Sportief laat ze zich op de catwalk soms natregenen en haar energie is lovenswaardig. Selah Sue is uitgegroeid tot een showdame met allure. Een diva. Heel iets anders dan het poppetje dat zeven jaar geleden solo met haar gitaartje op Couleur Café haar eerste festivalbeleving meemaakte. Heel even is ze ook anno 2016 weer even dat jonge kwetsbare meisje, als ze zich opnieuw solo akoestisch op Fire stort. ‘I won’t go for more, till the rain stops’, zingt ze even later toepasselijk samen met haar publiek. En ze gooit er nog een paar hits uit. Selah Sue bezit een dijk van een uit duizenden herkenbare stem. Ze wordt door alle Belgen op handen gedragen en in Brussel is te zien dat dat niet meer dan logisch is.

De festivalganger mag die dag toch al niet klagen over bijzondere stemmen. Vroeg in het programma staan de Frans-Cubaanse tweelingzusjes Ibeyi geprogrammeerd. Lisa zit achter de piano en zingt, Naomi speelt cajón en batádrums en zingt. In de door stevige beats met lage bassen opgesierde tracks danst het publiek in de tent genaamd Univers sierlijk mee. De ritmes zijn exotisch en de harmonieën prachtig. Met zijn tweeën slechts op een verder kaal groot podium, de dames kunnen moeiteloos zo’n groot publiek aan. In de klein gehouden songs is dat moeilijker. Dan zie je dat Ibeyi eigenlijk een ideale clubact is. Ook zijn er dan strafpunten voor de dj van om de hoek die boven een bar zijn drang naar harde beats niet kan bedwingen waardoor zijn ‘pauzehits’ de zang van de dames overstijgen.

In de iets kleinere tent genaamd Move laat zanger Paul Janeway van St. Paul & The Broken Bones horen over heel bijzondere stembanden te beschikken. Denk aan een soulrevue met blazers en een opvallende frontman. Janeway is opgegroeid in de Pinkstergemeente en wilde oorspronkelijk dominee worden. Het publiek van Couleur Café neemt graag de rol van beminde gelovigen op zich. Vanwege maar weer eens een stortbui overtuigt hij ook de schuilers achter in de zaal. Niet omdat deze uptempo rhythm & blues en gepassioneerd gebrachte ballads (type Wilson Pickett) muzikaal enige vernieuwing in zich dragen, wel omdat die met overtuiging en een berg energie over het publiek uitgestort worden. Wat een muil heeft die Janeway. Een enkele keer doen zijn uithalen zelfs pijn, want zitten ze iets te prominent in de mix.

Even overtuigend, maar compleet anders van klankkleur en inzet is de warme stem van de Britse Ghanees Kwabs (voluit Kwabena Sarkodee Adjepong). Een doortocht op Pukkelpop in 2014 leerde België al dat de soulzanger een enorm talent was. De toen nog redelijk summiere elektronische sound (denk aan een soulversie van James Blake) is ingewisseld voor een zeskoppige live band, inclusief twee backing vocalisten. Met het grootste gemak windt hij het publiek in de Move om zijn vingers, zigzagt hij schijnbaar achteloos en perfect timend door het ritmisch allesbehalve voor de hand liggende materiaal en laat hij het publiek de hit Walk mooi zacht meezingen. Soul anno 2016. Sterk optreden.

Dat kan ook gezegd worden voor de show van Method Man & Redman. Twee old school rappers die al ruim vijfentwintig jaar actief zijn. De eerste was actief in de legendarische Wu-Tang Clan, de laatste in Def Squad. Samen scoorden ze in 1999 en 2009 met gezamenlijke albums. Veel clichés komen voorbij (‘say hey, day ho ho’) en het publiek wordt zeer regelmatig aangespoord ‘some motherfucking noise’ te maken, de muziek (denk aan hiphop oude stijl, bijzonder groovy en met machtige breaks) is een verademing. De vraag of het publiek graag old of new shit wil horen wordt volmondig met old beantwoord. De klok wordt teruggedraaid naar 1992 en de mannen in camouflagebroeken laten het publiek weer hoog springen bij een volgende Wu-Tang klassieker. Hiphop is megapopulair, op veel zomerfestivals, maar deze mannen maken er een zeer geïnspireerd feestje van. Aanwinst in het festivalcircuit, deze gezamenlijke terugkeer!

Een dag op Couleur Café zou niet compleet zijn als er ook niet een gezonde portie reggae en afrobeats te horen waren. Op het buitenpodium Titan zorgt Chronixx uit Jamaica voor een perfecte set om het natte weer te vergeten. Met een gekleurde poncho aan is het ook lekker meedeinen op de sterke mix de band van zanger Jamar Rolando McNaughton Jr. met zijn band. Chronixx is een jongeman met een gezonde aandacht voor de roots van de reggae uit Jamaica, daarnaast is de stem van deze pas 23-jarige jonge god ook al geconstateerd op de mixtape Start A Fire van Major Lazer. Ook de afrobeats van Magic System uit Ivoorkust worden door het uitermate gemêleerde publiek dansend ontvangen. De groep bestaat al twintig jaar en stond hoog op het verlanglijstje om Couleur Café nog eens met een bezoek te vereren. De groep, die beschikt over vier frontvocalisten, verkocht in Afrika alleen al ruim 1,5 miljoen cd’s, maar is vooral in Frankrijk ook mateloos populair. Diep na middernacht mogen ze met hun Zougloude mainstage bijzonder dansbaar afsluiten.

Het hoogtepunt van de dag komt echter uit Amerika. Getooid in wit kostuum en eeuwige glimlach mag de Amerikaanse Nile Rodgers met zijn band Chic nogmaals bewijzen waarom zijn jukebox aan hits niet alleen ongekend sterk is, maar ook de ideale festivalact vormt. De uitdrukking ‘een feest der herkenning’ geldt voor niemand op deze driedaagse meer dan voor Rodgers. De strak gespeelde soul- en discorevue is in feite een aaneenschakeling van hits die hij voor zijn eigen band Chic schreef, maar ook voor Diana Ross, Sister Sledge, Madonna, Duran Duran en zelfs ook David Bowie. ‘Let’s Dance’ klinkt het halverwege de fantastische set met dat funky gitaartje van Rodgers constant in de aanslag, terwijl een deel van het publiek toch wat oneerbiedig richting beeldscherm danst. Daar wacht namelijk het Waterloo voor de Rode Duivels en zo komt dat deel van de bezoekers van een natte koude kermis thuis. Maar een prachtig festival blijft het, dit Couleur Café met de andere dagen nog optredens van onder meer Arno, De La Soul, Jamie Woon, Julian Marley, Kassav’, Nneka, Omar Souleyman, Trixie Whitley en Youssou N’Dour. We gunnen die bezoekers alleen iets beter weer.

Door Willem Jongeneelen / Fotografie: Couleur Café (Leen van Laethem, Nathalie Nizette, Sergine Laloux, Vanessa Rasschaert)

Gezien: Couleur Café 1 juli, festivalterrein Tour & Taxis, Brussel (B)