Crossing Border: Angel Olsen, PJ Harvey e.a.

Genre
ALL
Gepubliceerd op

Te beginnen met Angel Olsen (openingsfoto). Deze 29-jarige Amerikaanse maakte met My Woman één van de mooiste albums van het jaar. Wellicht niet heel verrassend dus, dat haar optreden in The Raven alles verpletterd wat we tot dusver op Crossing Border hoorden en zagen. Met een omvangrijke band brengt de introvert aandoende zangeres een mooie selectie songs oud en nieuw. Daaronder een hard en vurig Shut Up Kiss Me, een dreigend gespeeld Hi-Five (van Burn Your Fire For Your Witness) en een op en top innemende, uiterst bezwerende uitvoering van het waanzinnige Sister. Olsen is een zangeres die in mysterie op het podium gehuld staat. Ze heeft eenzelfde soort energie en aantrekkingskracht als de dames in Fleetwood Mac, met wie ze tevens een soortgelijk (retro) stemgeluid deelt. Al hebben haar stoerdere tracks ook iets weg van bijvoorbeeld de pop van een Gwen Stefani in No Doubt. Ze pakt er deze grote zaal volledig mee in.


De grootste naam op de affiche is ongetwijfeld PJ Harvey. De tweemalig Mercury-price winnares en maakster van talloze klassieke platen kwam echter niet naar Crossing Border om te zingen. In de Lutherse Kerk draagt Harvey voor uit haar eerste boek, dichtbundel The Hollow And The Hand. Hoewel zangeres en auteur haar schrijfwerk vanavond als een losstaand project brengt, maakt het boek deel uit van een groter geheel waar ook Harvey's laatste plaat, The Hope Six Community Project, aan toebehoort. Verhalen over oorlogen en rampgebieden dus. Uw recensent is geen literatuurstudent en zal u zijn analyse van Harvey's teksten besparen, maar dat deze vrouw een en al kracht uitstraalt ziet iedereen. De presentatie van haar schrijfwerk is al even sterk als de presentatie van haar muziek.

‘Den Haag, het volgende nummer heb ik vijfentwintig jaar geleden geschreven. Ik vocht toen met een alcoholverslaving en zag mijn kinderen nooit, maar vandaag gaat alles goed.’ Was getekend: Balthazars' Maarten Devoldere, zelf net de vijfentwintig gepasseerd. De rol van gekwelde verleider vervult Devoldere met verve, onder solopseudoniem Warhaus. Hij croont met de blik op oneindig, zwiert met zijn handen en gaat door de knieën. Namen als Tom Waits en Serge Gainsbourg zijn nooit ver weg, maar liggen nergens te dik bovenop de sound. Live is Warhaus een trio dat wat steviger klinkt dan op debuutplaat We Fucked A Flame Into Being. In de liedjes zitten veel toeters en bellen, maar nooit meer dan nodig. Zo pakt de Vlaming in prijsnummer I'm Not Him een trompet erbij. Een goede trompettist is Devoldere misschien niet, maar het intermezzootje komt wel uit zijn tenen. Het zijn deze subtiele momentjes van ontlading die het onderkoelde optreden tevens prettig onstuimig maken.


Terwijl de zaterdagavond in volle gang is, voelt het in de kleine zaal van Paard van Troje alvast als zondagochtend. Dankzij Eleanor Friedberger, bekend van rusteloze indieband The Fiery Furnaces. Solo werkt ze zonder haar liedjesschrijvende broer en klinkt ze lang zo rusteloos niet. Normaal gesproken zou je haar tijdloze americana en folkpop een uitgekauwde sound kunnen noemen, maar Friedberger houdt het fris. Binnen de lijntjes kleuren kan de 40-jarige namelijk fraai, met diepte en verschillende lagen. Haar liedjes zijn goed, de uitvoeringen zijn nog beter. Het publiek valt voor de fijne hooks, uptempo melodieën en ook voor de charmante frontvrouw. Tel daar een kraakhelder bandgeluid bij op en je hebt een fijn zondagochtendconcert op de zaterdagavond.


Dat het etiket supergroep misschien wel te snel op bands geplakt wordt bewijst Minor Victories. Hoewel leden van klinkende bands als Editors, Slowdive en Mogwai onder deze noemer het podium delen, zou je ze in de kroeg niet herkennen. We geven ze graag het voordeel van de twijfel, maar verbreden de muzikanten hier elkaars horizon? Vanavond in ieder geval niet want Minor Victories ziet er fraaier uit dan hun industriële shoegaze klinkt. We horen monotone bombast met stadionambities. Pompende bassen en oorverdovende gitaarmuren maken Slowdives Rachel Goswell onverstaanbaar. Zo erg is dat nog niet: Goswell - gezegend met een dromerige elfenstem - zingt namelijk regelmatig een beetje vals. Enkel in het terughoudende en prachtig dreigende Folk Arp wordt er recht gedaan aan Goswells unieke stemgeluid en hangt er voor even magie in de lucht.


Op basis van zijn onopvallende voorkomen zou je het niet zeggen, maar C Duncan heeft een bijzondere kijk op popmuziek. Zowel vader als moeder zijn klassieke muzikanten, en zelf genoot Christopher een opleiding aan een Schots conservatorium. Fijnproevers ontvingen het fonkelnieuwe The Midnight Sun - elf liedjes vol intellectuele sciencefictionpop - vol enthousiasme. Op het podium hebben Duncan en zijn vier muzikanten wat meer moeite om de juiste sound te vinden. De liedjes voelen live soms oprecht, maar vaker bedacht. Dat gevoel wordt versterkt door de Midlake-achtige samenzang, die soms atonaal en wat kitscherig klinkt. Toch blijf je luisteren naar wat komen gaat, en dat is tegen het einde van de set het vijfsterrenliedje Wanted To Want It Too. In de live-uitvoering een machtige trip en de meest indrukwekkende track die Duncan tot dusver schreef. Crossing Border hoort ook live dat hij geen doorsnee muzikant is, hoewel hij voor nu hoofdzakelijk een Architect in de studio blijft.


Het zou een verschrikkelijk pretentieus begin van een optreden zijn, ware het niet dat Crossing Border voor de middenweg tussen muziek en literatuur staat. Tijdens de eerste tien minuten van The Low Anthem in The Raven zit de zangeres van de band achter een typemachine. Ze tikt en leest voor. Iets over Eyeland, de laatste plaat van de groep, en over de gevleugelde wezens die daar schaduwen in het maanlicht werpen. Op de achtergrond maken de andere muzikanten junglegeluiden. Net wanneer dit schouwspel te lang dooremmert, mag de muziek beginnen. The Low Anthem maakt allang geen doorsnee folk meer, maar waagt zich tegenwoordig ook aan elektronica. Het openingsnummer heeft wat weg van wat er ook op het nieuwe album van Lambchop staat. Een lang aanslepende song met een hoofdrol voor de drumcomputer, folky zang en allerlei clicks en bleeps. Het kan heerlijk zijn wanneer dit soort ambachtelijke bands ineens met moderne apparatuur beginnen te klooien. Qua sfeer is er weinig veranderd bij deze Amerikanen. The Low Anthem gaat voor betovering, met een bezwerende lichtshow en vele verstilde momenten. Helaas worden die stiltes opgevuld door het gelal van bebaarde dichters en ander gespuis in het publiek. Ongelooflijk dat die hier gaan staan, op een festival met zoveel locaties. Enfin, wanneer de sfeerlichten uit gaan en Boeing 737 ingezet wordt, is het plaatje compleet. The Low Anthem blijft één van de betere folkbands in het livecircuit.


Cass McCombs is een ervaren rot die telkens als ik hem zie doodmoe oogt. Niet schrikken; dat is gewoon zijn standaard look. Dit jaar bracht de singer-songwriter Mangy Love, zijn meest vitale en beste werk tot nu toe uit. Een heerlijke, ietwat jazzy plaat vol slimme, lekker loom groovende liedjes. Een album voor in de late uurtjes, dachten de boekers van Crossing Border vast en zeker, en die gedachte leidt tot magie. In het Koorenhuis speelt McCombs namelijk rond middernacht, precies wanneer onze collectieve koppen op zijn muziek staan ingesteld. Tijdloze tracks als Opposite House en Bum Bum Bum klinken ook live als een klok. Iedere nuance klopt. Tijdens het eerstgenoemde nummer duikt Angel Olsen zelfs spontaan op om de backing vocals te vertolken, zoals ze in de oorspronkelijke studioopname ook deed. Dat haar microfoon niet meewerkt, doet er niet echt toe. Een bonus als deze steek je in je zak, daar moet je niet over zeiken. Prachtig hoe de nonchalante McCombs staat te genieten van zijn band, die hij precies genoeg tijd en ruimte geeft voor solo's smooth as butter. Met zijn slimme songteksten en nauwkeurige sound is hij de perfecte afsluiter van dit mooie festival op de grens tussen muziek en literatuur.

Door Daan Krahmer en Randy Timmers / Fotografie: Dimitri Hakke

Gezien: 5 november 2016, Crossing Border, Den Haag