#ESNS17: de van-alles-wat route van woensdag

Genre
ALL
Gepubliceerd op


Het Deense Communions (VERA, 21:00) is voor ons de eerste band van de avond. Denen ja, maar Britser dan Communions klinken er niet veel. Opener Forget It’s A Dream kan net zo goed een verloren The Smiths-nummer zijn, al zijn de teksten niet zo donker als die van Morrissey. De band heeft sowieso een voorliefde voor de 80’s: de bassist draagt eenzelfde mutsje als The Edge en het smalle gezicht van zanger Martin Rehof lijkt met een beetje fantasie wel wat op een jonge David Bowie. Verder dan dat gaat die associatie overigens niet. Met een flinke bak galm en een stevige baslijn zijn ook de vergelijkingen met overigens The Cure nooit ver weg, maar in de meeste nummers draait het toch om ouderwets rammelende gitaren. In presentatie en uitstraling heeft de band nog wel wat te winnen, want ze zijn nog wel erg schuchter. Rehof doet wel z’n best met zijn leren jasje, maar een echte rockster is het nog niet.


Door na het Grand Theatre, waar de Franse krullenbol Julien Barbagallo zijn vrolijke popliedjes de redelijk volle grote zaal in drumt. Bijgestaan door een uitstekende zangeres, en aardige visuals. De akoestische gitaar zorgt voor de ambachtelijke popsound. Een aardige ontdekking, maar tot een volledig oordeel komen we niet, omdat we moeten haasten naar de piepkleine bovenzaal.


Die is gereserveerd voor Saint Sister (22:15, Grand Theatre, bovenzaal). Bloedmooie Ierse dames (ja, ze bestaan). De een bespeelt een semi-akoestische harp, de ander heeft een toetsenbord en een bakje met andere toetjes en draaiknopjes voor haar neus. De bassist ruilt zijn gitaar soms in voor synthesizers en de drummer heeft een drumpad ingebouwd. Wat krijg je dan? Folk met elektronische invloeden. Ondanks al die instrumenten ligt de basis bij de prachtige samenzang van zangeressen Morgan MacIntyre en Gemma Doherty. De één laag en hezig, de ander hoger en helder. De valkuil zit ‘m bij dit soort acts vaak in dat het teveel van hetzelfde wordt, maar dat lossen de dames uitstekend op door de twee heren een paar nummers weg te sturen.


Het voordeel van de woensdag-editie van het festival, is dat het nog niet zo druk is in de stad, echte rijen vormen zich dan ook nog niet voor de deuren van Vera als Ekkah (Vera, 23:00) zich daar meldt. Vooraf wordt Chics Le Freak hard gedraaid en dat is zeker een voorbode voor wat komen gaat: disco. De band ontleent haar naam aan de naam van allebei de zangeressen: Rebecca. Twee typisch Britse dames, de een iets alternatiever met zwarte pony, de ander een blonde Barbie. Luchtige disco konden we verwachten, en luchtige disco krijgt Vera. Soms zelfs té luchtige disco - vaak gewoon pop. De eerste paar nummers kennen dezelfde opbouw en zanglijntjes, terwijl beide Rebecca’s hun best doen om hun pasjes synchroon uit voeren. Super cheesy. Net voordat het goedkoop begint te worden nemen de dames een instrument ter handen, een elektronische gitaar en een sax, en horen we een dieper geluid. Hits maken kunnen deze Britten overigens ook: Last Chance To Dance is erg radiovriendelijk en aanstekelijk, en zo zijn er nog een handjevol. Veelbelovend, maar een beetje verdieping kan geen kwaad.


Palace Winter (Huize Maas, 23:45) staat voor een vol huis, dat getrakteerd wordt op lang uitgesponnen, hypnotiserende jams, waarin de gitaren in hevige strijd met hun galmende effecten verweven zijn. Tame Impala is een van de eerste namen die door het hoofd schiet, maar als de akoestische gitaar om wordt gehangen, is de vergelijking met The War on Drugs ook te billeken. De band komt uit Denemarken, en niet zoals de naam doet vermoeden uit Rusland, al is de naam waarschijnlijk wél afgeleid van het prachtig Russische paleis waar de Russische monarchie enkele eeuwen woonde. Nog niet eerder speelden ze zo laat, maar de latenightshow past ze perfect. Ondanks het gitaargeweld is het geheel namelijk erg dansbaar. Belangrijke rol is hierin weggelegd voor de toetsenist, die eerst een baslijntje inspeelt, alvorens eroverheen te spelen.


Black Oak (AA-kerk, 00:30) is de collaboratie tussen het Groningse Black Atlantic (Geert van der Velde) en het Utrechtse I Am Oak. Ze maken ambachtelijke gitaarmuziek, op z’n Amerikaans. Luisterliedjes zijn het, stuk voor stuk. En gelukkig maar: luisteren is iets wat de AA-kerk goed kan. Even rondkijken leert dat aardig wat mensen zitten te knikkebollen, dat mag je in dit geval best als iets positiefs zien, omdat Black Oak liedjes maakt om bij weg te dromen. De stemmen van frontmannen Van der Velde en Thijs Kuijken vullen elkaar prachtig aan: moeiteloos wordt van klankkleur gewisseld, met een natuurlijk ogende machtsstrijd voor een positie op de voorgrond. De setting van een kerk doet de muziek van Black Oak goed. Vooral de gelaagdheid van de liedjes valt op, hierdoor krijgt de muziek een erg vol geluid. Adembenemend mooi.

Door Jeroen Sturing / Fotografie: Marcel Poelstra

Gezien: 11 januari 2017, Eurosonic, Groningen