Halloweenfeestje Slaves half geslaagd

Genre
Punk
Gepubliceerd op



Isaac Holman en Laurie Vincent, die eerder Pinkpop, Lowlands, London Calling en Paradiso Noord al aan zich onderwierpen, zijn in het teken van Halloween uitgedost als skelet en duivel. Het ziet er nauwelijks komischer uit dan normaal (normaal is twee kale bonken van Britten vol tattoos die elkaar kusjes geven en knuffelen). Echt spannender wordt Slaves er ook niet van. Hoeft ook niet, want de band houdt zijn punk graag primitief. Uitbreiding van het drumstel, dat nu uit twee trommels en twee bekkens bestaat? Nee, zo blaft Holman halverwege de show in koor met zijn hondstrouwe fans: ‘Fuck the hi-hat!’ Daar is in ieder gevoel goed over nagedacht. Kan drummende zanger Holman zijn partijen tenminste met één hand spelen als hij zijn schouder weer eens uit de kom slaat. 



Het duo van dienst heeft echter níet zo goed nagedacht over zijn setlist. Ze openen met een kwartet van het recente Take Control, waarop simpliciteit grotendeels plaatsgemaakt heeft voor saaiheid. Publiek nog wakker? Ja, dat wel. Dat komt vooral door nieuwe meezinger Spit It Out. Van pitten is geen sprake, van pítten wel! Vincents riffs lijken eentonig, maar het publiek houdt ze moeiteloos uit elkaar en beschouwt ze als startsein voor een massale moshpit die de Melkweg stukje bij beetje als een zwart gat op begint te slurpen.

Na Spit It Out begint Slaves namelijk naar meer te smaken. ‘Oudjes’ Sockets en The Hunter van het vorig jaar verschenen Are You Satisfied? zijn hoogtepunten die die vraag reduceren tot een retorische. Zonder te innoveren inspireren zulke nummers mateloos, met name door de twee gezichten van Slaves. Daarmee doelen we niet op Holman en Vincent, maar op de politieke insteek van nummers die gebracht worden als een soort punkparodie (‘violence is not cool’, ‘don’t let alcohol consume your life, enjoy it in moderation’). Slaves is een band die best iets serieus te zeggen heeft, maar die je verder niet te serieus moet nemen. Doen ze zelf ook niet. De band is op zijn sterkst als de grenzen tussen concert en cabaret bijna verdwenen zijn. Of zoals Holman het verwoordt in The Hunter: ‘It’s useless, it’s pointless, but it’s also very fun.’



Het lijkt er echter op dat iemand Slaves wijsgemaakt heeft dat een set pieken en dalen moet kennen. Niks van waar natuurlijk. Dat ze het zelf wel geloven is zonde, want ook in de tweede helft van de set slaan de – zelfs voor Slaves-begrippen – lompe en langzame nummers van Take Control wat dood. Het is bijna zonde dat alle skeletschmink inmiddels van Holmans gezicht gezweet is. Het sterkste nummer van de plaat, People That You Meet, wordt nota bene niet gespeeld. Leuk dat Holman in plaats daarvan een nummer op bas speelt en Vincent een track op synthesizers, maar eigenlijk zouden we zelfs zulke verwaarloosbare vooruitgang bij Slaves het liefst verwijzen naar de achteruitgang.

Als vervolgens uit klassieker Where’s Your Car Debbie? en afsluiter Hey blijkt hoe speels Slaves óók kan klinken, voelt het einde van de show toch nog vroegtijdig. Is het ook, want een band met tweeëneenhalf album mag natuurlijk best een uur spelen. Dat lukt Slaves vanavond niet. Dat het ook niet lukt om het niveau van hun shows op Lowlands of London Calling te halen is geen schande, maar het biedt wel stof tot nadenken. Zelfs voor Slaves.

Door Dirk Baart / Fotografie: Tim van Veen

Gezien: 31 oktober 2016, Melkweg, Amsterdam