Killing Joke gooit doos van Pandora open

Genre
Rock
Gepubliceerd op


Wat volgt is anderhalf uur doemmuziek vol dreigende donderwolken, koude-oorlog-retoriek en duistere demonen die Coleman al een jaartje of veertig achtervolgen. De zanger ziet er zowaar keurig uit. Geen ketelpak, werktenue of spinnen-outfit. Ook geen camouflagestrepen op het gezicht. Coleman kan in z’n mooie jas zo door naar een bruiloft (of begrafenis). Wat opvalt: de schokkende robotmotoriek waarmee hij doorgaans over de bühne stuitert, ontbreekt vanavond ook. En toch, als Coleman een podium oploopt is hij altijd op oorlogspad. Intense blik in de ogen, pupillen als knikkers, waanzinnige grimassen die het gegroefde gelaat tekenen, hij heeft nooit veel tijd nodig om zich in de onheilszwangere postpunkrituelen te verliezen. De grootste Killing Joke-hit, Love Like Blood, zingt hij aanvankelijk verbluffend sterk, met de kanttekening dat hij gedurende het liedje wel steeds vaker door de meegalmende zaal moet worden geholpen. Maar die oerschreeuw, die van wanhoop en agressie overlopende oerbrul, die is nog helemaal intact en heeft nog altijd een verwoestende uitwerking.


De band wordt vanavond geholpen door een vleermuis die vanachter z’n computer en keyboard sinistere sounds de zaal in slingert. Noodzakelijk voor de textuur van het geluid ja, maar Killing Joke is natuurlijk vooral uniek vanwege die vier andere mannetjes. Mannetjes die ogenschijnlijk compleet van elkaar verschillen maar samen hecht klinken, ook al is dat weer wat anders dan superstrak. Drummer Paul Ferguson heeft hoorbaar moeite met een liedje als Eighties, maar wordt er door een veelvuldig grimlachende Youth doorheen getrokken. De bassist oogt nog steeds als een verdwaalde toerist, maar beantwoordt de hoekige, staccato ritmes van Ferguson zoals alleen hij (en wijlen bassist Raven) dat kan: met pompende en pulserende partijen die als een stoomwals over je heen denderen. Aan de andere kant staat gitarist Geordie in z’n eigen universumpje. Dromerig en met vrouwelijke elegantie beroert hij hooguit drie, vier snaren tegelijk, genoeg om het equivalent van een cirkelzaag neer te zetten.


Coleman groeit ondertussen met het nummer in z’n rol van voorganger en onheilsprofeet. In een verstikkend liedje als Exorcism is hij zichtbaar in z’n element en transformeert hij moeiteloos tot een zwartgallige priester die met veel plezier sardonische zinnetjes over ons uitspuugt. Niet veel later is hij de opruiende postpunker van de eerste jaren en voorziet hij een toch al gloedvol gespeeld Complications van sterke zangpartijen. Langzaam maar zeker wordt de hele doos van Pandora opengetrokken. In het geweldige Unspeakable dringt geen greintje licht door en happen we naar adem, het nog oudere Pssyche krijgt de opgefokte energie die het nodig heeft, waarna The Death And Ressurection ShowWardance en Pandemonium er in de toegift voor zorgen dat alle hoop op een goede toekomst is vervaagd. En dan weten we nog niet eens of Trump president wordt.

Door Raymond Rotteveel / Fotografie: Jelmer de Haas

Gezien: 8 november 2016, TivoliVredenburg (Pandora), Utrecht