Le Guess Who? 2016: het complete verslag

Genre
Indie
Gepubliceerd op

Opvallend: vorig jaar had de ramp in Bataclan zich net voltrokken, dit jaar is de verkiezing van Donald Trump aanleiding voor veel politiek getinte optredens. Donderdag was Wilco-dag, met ook onder meer Steve Gunn, Deerhoof, Wand, Die Nerven, Girl Band en Preoccupations op het programma. Dat verslag lees je hier.

VRIJDAG

Om 20.30 uur zorgt Nap Eyes voor een relaxt en smaakvol begin van de vrijdagavond. Zanger en gitarist Nigel Chapman is zo bescheiden dat het een beetje sullig wordt: ‘We hebben merchandise bij ons maar dat is niet belangrijk. Bewaar je geld maar voor de goede bands.’ Daar horen jullie ook bij hoor, Nigel! Kop op! Het Canadese kwartet heeft twee fraaie gitaarplaten uit in de klassieke ‘derde van de Velvet Underground-traditie.’ Indiepop-liedjes met kraakheldere en mooi vervlochten gitaarlijntjes dus. Daar zitten absoluut parels tussen en de sologitarist maakt het geheel wat stekeliger, die vliegt af en toe lekker smerig uit de bocht. De drummer speelt met één arm in het gips maar lijkt niet veel minder te doen dan gebruikelijk, er zit veel ruimte in de muziek van Nap Eyes. Chapman zingt met een mooie zware stem die niet echt bij zijn nerdy verschijning past, de band doet wel denken aan Scott & Charlene’s Wedding maar dan zonder irritante valse zang. Goeie band, maar een héél klein beetje stoerder mag best. (JD)

Beak > is het krautrock-hobbybandje van mister Portishead Geoff Barrow. Een jaar of vijf geleden speelde het trio al in De Helling tijdens Le Guess Who? Geweldig optreden was dat, Barrows losse maar toch dwingende drumpartijen, Billy Fullers repetitieve en stuwende bas en zeurende toetsen van Matt Williams, nu vervangen door Will Young. Aangelengd met ouwejongens krentenbrood-humor van Barrow en Fullers tussen de nummers door, prima bandje. Beak heeft echter sinds 2012 geen plaat meer gemaakt en veel is er niet veranderd in de tussentijd. Ze doen jaarlijks wel een tourtje maar anno 2016 oogt het wel heel erg als een gezellig uitje voor mates Barrow en Fuller, Young lijkt er een beetje buiten te vallen. Prijsnummers Yatton en Eggdog komen al vroeg in de set voorbij, een paar nieuwe nummers liggen in het verlengde van wat we kennen. Muzikaal is het nog altijd oké. Leuk om Barrow te horen drummen én ouwehoeren, maar Beak is te vrijblijvend geworden, een excuus om samen bier te drinken. Hup Geoff, maak je op het podium nou weer eens net zo boos als op Twitter. (JD)


Savages is in alles het tegenovergestelde van Beak. Urgentie, there, I said it. Dat heeft de band rond Jehnny Beth in overvloed, die teringherrie moét eruit. Savages overrompelt de stampvolle Ronda vanaf de eerste seconde met noisy postpunk en een even stoere als sensuele zangeres. Op hoge blokhakken vreet ze de eerste rijen gelijk op, I Am Here! Meedogenloos, intens en in je gezicht, als op het album Adore Life. Gitariste Gemma Thompson staat een uur lang voor haar versterker gecoördineerd lawaai te produceren, bassiste Ayse Hassan beukt monotone riffs, drumster Fay Milton verzorgt bezwerende patronen. Gaaf, maar na een half uur wordt de intensiteit vermoeiend. Precies dan trekt Beth haar blokhakken uit en duikt ze meerdere malen het publiek in. Showelement: check. In de toegift wordt er eindelijk gas teruggenomen met Mechanics en Adore, nummers waarin Beth klinkt als de ideale nazaat van Siouxsie Sioux en Patti Smith. Afsluiter Fuckers (‘Don’t let the fuckers get you down’) is natuurlijk één brok urgentie in Trump-week en laat je beseffen dat punk er weer toe doet anno 2016. (JD)

ZATERDAG

Dat je ook met minder middelen de intensiteit van een Savagesshow kunt evenaren bewijst Circuit Des Yeux. Aan het begin van de zaterdagavond laat de zangeres, in het dagelijks leven Haley Fohr geheten, dat een vergelijking met Nick Drake hout snijdt. Daarvoor heeft ze, los van haar volstrekt unieke stem, enkel een twaalfjarige gitaar nodig. In de volle Janskerk komt haar stemgeluid vooral hard binnen, soms vibrerend als Anohni dan weer zwelgend als Tim Buckley. Geen noot lijkt daarbij te moeilijk en het korte concert laat zich kennen als een emotionele achtbaan. Haar eigenaardige composities monden geregeld uit in geschreeuw, maar Fohr overschreeuwt zich voor aandacht. Haar talent is echt, hoewel er ook veel te raden overblijft. Zo zien we voor een groot deel van het concert enkel haar silhouet. Deze eigenzinnige mis van Circuit Des Yeux zullen we niet snel vergeten. (DK)


Op uitnodiging van de jubilerende organisatie keert Julia Holter terug naar Le Guess Who. In vergelijking met vorig jaar, toen Holter ook op het affiche stond, heeft de innovatieve componiste een verrassende groei doorgemaakt. Tegenwoordig speelt ze bijvoorbeeld met een saxofonist, wat een gouden toevoeging blijkt. De livesfeer voelt minder kil en de fantasierijke popliedjes worden met meer detail naar het podium vertaald. Hoewel de immer charmante Holter niet op en top gefocust lijkt en soms een slordigheidsfoutje maakt - altijd met humor opgevangen - rijkt ze verrassend ver. Voor aanvang kun je je afvragen hoe ze over zal komen in de grote zaal, maar tijdens haar ingekorte concert blijkt dat ze zich goed staande weet te houden, mede dankzij enkele van de knapste liedjes van deze tijd. (DK)


Dinosaur Jr moest natuurlijk een keer op het Le Guess Who?-affiche, al waren de slackerrock-godfathers moeilijk te missen de afgelopen tien jaar. De ooit gezworen vijanden J Mascis, Lou Barlow en Murph lijken zich helemaal suf te touren, zelfkastijding moet wel een soort essentieel onderdeel van de band zijn. Des te opvallender is het dat een Dinosaur Jr-optreden bijna nooit gesmeerd loopt, zeker vanavond niet. Ze beginnen al jaren met The Lung, ook nu. In Get Me is er al gedoe met J’s pedalen en dat zorgt voor veel opstoppingen tijdens het optreden. Hij lijkt een beetje doorgeslagen in zijn audiofilie, als Kevin Shields van Britse zusterband My Bloody Valentine. Het verprutst een paar nummers en wat zingen betreft doet J al helemaal niet zijn best. Dat is jammer, want het invloedrijke oeuvre is natuurlijk prachtig. In Little Fury Things lijkt Mascis meer bezig met zijn over-overdrive wahwah-pedaal en Marhall-muur achter zich dan met het liedje. Lou – ik ben maar de bassist – Barlow harkt zijn bas aan gort, drummer Murph doet zijn ding maar het wil niet echt vlotten vanavond. De toegift is het beste, met de klassieke Cure-cover Just Like Heaven en wat oud no nonsens hardcore-spul van Deep Wound, waarin Barlow zich hees schreeuwt. (JD)

De Braziliaanse Elza Soares heeft bepaald een indrukwekkend CV. Actief als zangeres sinds het begin van de jaren 50, en daarmee al langer bezig dan Bob Dylan of The Stones, om maar twee klassieke voorbeelden te noemen. Ze heeft inmiddels vijfendertig platen vol gezongen en de organisatie vond in protestzangeres Soares - terecht - de gelijke van Turks succesverhaal Selda. De excentrieke zangeres is inmiddels op leeftijd en optreden doet ze daarom zittend. Maar wel in stijl, op een hoge troon, midden op het podium. Een bizar visualisatie, en de opkomst is er meteen eentje om niet meer te vergeten. Met acht man wordt de kwetsbare Soares op haar plaats gehesen, er wordt nog wat make-up opgedaan, waarna twee leden van de crew bemoedigend haar trillende hand vasthouden. Het meest indrukwekkende moment van het concert volgt als Soares zes minuten na aanvangstijd haar mond opent en de zaal vult met haar klaagzang. Het publiek reageert euforisch. Begrijpelijk, want dit is een wonderlijke verschijning die wonderlijke muziek maakt. Een soort kruising tussen swingende salsa en ontroerende soul, met een belangrijke rol voor haar waanzinnige begeleidingsband. De drummer neemt ook de rol van tolk op zich en vertaalt Soares, die zelf geen woord Engels spreekt. Is ook niet nodig, want Soares heeft geen woorden nodig om haar gevoel te uiten. (DK)

Cate Le Bon zet zich op plaat neer als een intrigerende singer-songwriter die wel aan Nico doet denken met haar wat statische en donkere zang. Live is het toch vooral een niet al te opvallend indie-gitaarbandje. Het luistert lekker weg maar de liedjes van Le Bon uit Wales (Crab Day is haar nieuwste album) kabbelen wat gewoontjes weg in de Pandora. De keuzes zijn niet radicaal genoeg. Het is niet leuk frivool (Veronica Falls ofzo) en ook niet indringend zwaar. Misschien is het de schuld van Leonard Cohen die net overleed, maar ik wilde het darker en dat werd het niet. (JD)


Volgens mij stond The Ex nooit eerder op Le Guess Who? Dit jaar krijgen de kraakscene-legendes in ieder geval alle ruimte, met een eigen Ex-festival op zondag en een bijna twee uur lange show samen met het Ethiopische Fendika op zaterdag. Ik vraag me altijd af hoe anarchistische punk in Ethiopische oren klinkt, maar dat er een wederzijdse klik is bewijst The Ex al jaren. The Ex begint met een eigen set en vliegt er lekker onbevangen in. Vooral gitarist Terry, die trapt zijn gitaarsnoer kapot en moet rennen om een nieuwe te pakken terwijl de band gewoon doorspeelt. Het hoekig swingende Maybe I Was The Pilot komt voorbij, drumster Katrien zingt wat, er is nog altijd geen band die als The Ex klinkt. Het is een soort postpunk met invloeden uit de hele wereld, van jazz tot afrobeat. Na The Ex speelt Fendika een eigen set met even sierlijke als opzwepende Afrikaanse muziek. Met dansers die zich om de haverklap omkleden, wel even wat anders dan The Ex. Maar het laatste halfuur spelen ze samen en dat werkt wonderwel heel goed. Het wordt één groot dansbaar multiculti festijn waarop nog maar weinig mensen stil staan. Om een heel goed humeur van te krijgen. (JD)

Ook bijzonder: de eenmalige Nederlandse reünieshow van Digable Planets. Deze tijdgenoten van onder meer De La Soul en A Tribe Called Quest zijn een beetje in de vergetelheid geraakt en laten vanavond horen waarom dat zowel terecht als onterecht is. De groep is flink te laat en heeft moeite met op gang komen. Een nogal matig geluid, waar de raps onverstaanbaar door klinken, helpt duidelijk niet mee. Pas na een half uur slaat de vlam in de pan en begint de half lege zaal alsnog te dansen. Het is inmiddels diep in de nacht, maar de sfeer is losjes en de band speelt funky en soulvol. Van de drie MCs is Ishmael 'Butterfly' Butler - ook bekend van Shabazz Palaces - het meest begaafd, maar de kar wordt vanavond getrokken door collega's Ladybug Mecca en Doodlebug. De groep neemt zichzelf op de hak, straalt plezier uit en laat zien dat deze reünie vanuit liefde voor de muziek tot stand is gekomen. En hoewel de groep er soms een potje van maakt, is dat precies wat deze serieuze editie van LGW nodig had. (DK)

ZONDAG


Op zondagmiddag is Ekko de place to be. Voor de deur is de intocht van Sinterklaas bezig en buitenlandse bezoekers kijken er met grote ogen naar. "Is this Christmas? The music is interesting..." grapt Shane Butler van indiepopband Quilt. Het viertal heeft er zin in. Bijna smekend vraagt Butler aan de geluidsman of ze eerder mogen beginnen om wat meer te kunnen laten horen. Quilt biedt veel afwisseling en - vooral - goede liedjes. Invloeden zijn er uit de jaren '70, maar Quilt geeft er een eigen draai aan. Er is geen duidelijke bandleider, maar in alle vier de leden schuilt een Beach Boy. Met de kopstem zingen ze hun zachtaardige liedjes, die rafelig genoeg zijn om de aandacht vast te houden. Twee keer vliegt de groep onverwacht uit de bocht, tot goedkeuring van de aanwezigen. Zo'n fris bandje als deze verdient meer aandacht. Ook als de goedheiligman niet in de stad is. (DK)

Begin juni presenteerde ze haar dreampop in dezelfde zaal, nu is Ekko opnieuw at capacity voor Amber Arcades. Niet gek dat er veel animo is voor Annelotte de Graaf (zij is Amber Arcades); sinds Kensington is er geen Utrechtse act geweest die (inter)nationaal zulke hoge ogen gooide. Zo gaf het gerenommeerde Drowned In Sound haar debuut Fading Lines, ingespeeld met leden van Quilt, de maximale score. Amber Arcades heeft de sound en de liedjes, hoewel je voor dat laatste wel goed moet luisteren. Veel liedjes bouwen op vanuit een kleine riff om daar vervolgens niet meer vanaf te wijken. Een dergelijk gebrek aan variatie zou voor veel bands de doodsteek zijn, maar Amber Arcades heeft er haar handelsmerk van gemaakt. Af en toe wordt het wat vlak, maar met de hulp van Quilts Butler tijdens het vlammende Turning Light komt alles weer goed (DK).


Helemaal bovenin de Cloud Nine staat in de vroege avond de Zweedse Anna von Hausswolff te spelen. De zaal is stampvol en luistert ademloos toe. Haar muziek is bezwerend, droney en melancholiek, als Low die nog een paar versnellingen lager speelt. De schitterend opgebouwde stukken duren gemiddeld ruim tien minuten. Zware gitaarakkoorden en fraaie pedalsteelpartijen van Swans’ Kristof Hahn ondersteunen haar engelachtige zang, sporadische mondharmonica-partijen doen denken aan Ennio Morricone’s Once Upon A Time In The West-soundtrack. Het eindigt in een noisy climax waarin het even helemaal losgaat. Prima voorbode voor Swans, waarmee ze dan ook op tournee was. (JD)


Rellen en provoceren, Elias Bender Rønnenfelt houdt er wel van. Tijdens Le Guess Who 2014 maakte hij veel tongen los met zijn band Iceage. Op uitnodiging van Suuns mag hij in de herkansing. Deze keer solo, al staat hij er niet alleen voor. Bijgestaan door vier muzikanten, kermistypes met kaalgeschoren hoofden, treedt hij op als Marching Church. De groep brengt hun illustere punknoir slordig en - dankzij de trompettist - melancholisch. Toch voert ontregeling de boventoon. Rønnenfelt oogt gevaarlijk en labiel, wat mede mogelijk wordt gemaakt door de grote hoeveelheid wijn die op het podium genuttigd wordt. Eerst lijkt het een pose, die qua pathos zelfs doet denken aan Nick Cave, maar later ga je twijfelen of Rønnenfelt niet echt dronken is. Zo wordt de Deen zonder reden boos, legt hij het optreden stil en gaat hij steeds slechter zingen. Als klap op de vuurpijl volgt een onverwachte cover. Patty Brard wordt geëerd met een bizarre uitvoering van Luvs The Greatest Lover. Er valt altijd wat te beleven met Elias. (DK)


Swans is altijd hetzelfde en altijd weer een overrompelende ervaring. De band rond Michael Gira bedrijft zwarte magie op het podium, het is geesten oproepen met muziek. Alles wordt uit de kast getrokken om het publiek massaal in een soort occulte trance te brengen. Het begint met langzaam aanzwellende minimalistische geluiden die minstens een kwartier aanhouden. Het wordt harder en harder en als de eerste repetitieve drone-klappen volgen, is de betovering al compleet. Prachtig te zien vanaf de tribune: hoofden in de zaal die massaal simultaan op die onontkoombare drones op en neer gaan. Na ruim een half uur zingt Gira voor het eerst wat hypnotische spreuken. Het eerste nummer duurt zo’n drie kwartier. Gira beweegt zich als een dirigent over het podium en zweept zijn bandleden op als hij dat nodig acht. Met enge handgebaren zet hij zijn zang kracht bij, Gira is een soort muzikale tovenaar waarvan je je afvraagt of zijn bedoelingen zuiver zijn. Swans is een fysieke ervaring die alleen overkomt op het altijd oorverdovende geluidsniveau. Ik zag de band eens in een festivaltent en dan werkt het niet. In de Ronda vanavond wel, Swans neemt je twee uur lang mee op een hele donkere en hypnotiserende reis. Na de show loopt iedereen verdwaasd de zaal uit. (JD)

Amper bekomen van geweld van Swans gaan we door naar Tortoise. Het publiek lijkt aanvankelijk weinig zin te hebben in nog een moeilijk en intens optreden, maar daar houden deze vijf artrockers geen rekening mee. Gelijk hebben ze. Met het spelen van een enkel instrument redt je het niet bij Tortoise. En als je geen feilloos gevoel voor ritme hebt tel je al helemaal niet mee. Binnen Tortoise vervult ieder lid minimaal een dubbelrol als multi-instrumentalist, en zo kan het dat er tijdens de eerste drie stukken meteen drie verschillende drummers te horen zijn. De composities zijn stuiterend, soms vol onnavolgbaar gefreak, dan weer prachtig melodieus. Razendsnel wordt jazz, neo-klassiek, electro en postpunk aan elkaar gevlochten. De vijf leden lijken per nummer beter te gaan spelen. Tegen het einde krijgen we een soort veredelde drumbattle voorgeschoteld. Eentje die je continu op het verkeerde been zet en door elkaar schudt, waarna je uiteindelijk weer met beide benen op de grond komt. Precies wat we nodig hadden na de Swanskater. (DK)


Suuns uit het Canadese Montreal zijn echte vrienden van Le Guess Who? Ze speelden er al meerdere malen, vorig jaar samen met Jerusalem In My Heart. Die staat vanavond ook weer op het programma, want Suuns cureerde een deel deze editie. Suuns zelf staat in een stampvolle Ronda vanavond met een fraai opblaasbaar bandlogo op het podium. De strakke mix van krautrock en elektronica is inmiddels bekend en de prijsnummers zijn als vanouds Arena en 2020. Suuns lijkt wel steeds wat rauwer en losser te gaan spelen, ten tijde van het eerste album Zeroes QC was het muzikaal strakker en gelikter. Over rauw gesproken: ze eindigen hun set met een rafelige cover van Fugazi’s Reclamation. In de week van Donald Trump voelt iedere muzikant de punkrocker in zich borrelen. (JD)


De tiende Le Guess Who? editie eindigt fenomenaal met Junun, zeg maar Jonny Greenwoods eigen Masters of Joujouka. Het project werd door de Radiohead-gitarist en de Israelische componist Shye Ben Tzur op poten gezet en bestaat op het podium uit een tiental Indiase muzikanten van de Rajasthan Express. Percussionisten, blazers, zangers – allemaal met tulband - en zanger Tzur. Greenwood is de meest onopvallende van het stel en speelt achteraan het podium gitaar en bas. Op papier vooral een sympathiek project, in de praktijk zorgt Junun voor het meest opzwepende feestje van het hele festival. De Grote Zaal gaat een uur lang volledig los op de Indiase ritmes en melodieën, wellicht was men er aan toe na het gitzwarte Swans. Junun had zich zonder Jonny Greenwood prima gered maar die zorgt voor de verdiende extra exposure. Prachtige afsluiter die je met een heel goed humeur naar huis stuurt. (JD)

Door John Denekamp & Daan Krahmer / Fotografie: Jelmer de Haas, Jan Rijk en Tim van Veen

Gezien: 10 t/m 13 november 2016, Le Guess Who?, Utrecht