Lokerse Feesten Metaldag: Slayer, Steel Panther

Genre
Metal
Gepubliceerd op


Als hoofdacts fungeren Slayer, Limp Bizkit en, veel eerder op de dag al, Suicidal Tendencies. Toch stelen de finaal over de top gaande poseurs van Steel Panther met een waanzinnige optreden de show. Het lijkt alsof de jaren tachtig niet voorbij zijn, want alles aan de outfits van dit Amerikaanse kwartet ademt glitter glamour en een overdaad aan hormonen. Moeten we dit spektakel serieus nemen? Nee, dat vooral niet. Dit is een persiflage op alles wat er destijds met sjaaltjes door het weelderige haar uren bij de kapper zat. Fout? Ja. Spinal Tap? Ook. Steel Panther is een mix van een b-film, cabaret en een rockband. Zanger Michael Starr tovert vanonder zijn botox regelmatig hoge uithalen en platvloerse teksten tevoorschijn, bassist Lexxi Foxx haalt na elk nummer zijn spiegeltje en bus haarlak tevoorschijn. Ze komen ermee weg. Zelfs de meest verstokte, boos kijkende fans van Slayer kunnen een glimlach niet onderdrukken. Het ene cliché na het andere rolt van het podium, maar de show - gelukkig ook vol zelfspot - is hilarisch. ‘Wie van jullie zagen ons eerder? Voor hen heb ik slecht nieuws: deze show is altijd exact hetzelfde! Wie zag ons niet eerder? Ik kan jullie een splinternieuwe show garanderen!’ Gitarist Satchel weet met zijn gitaar in pantermotief niet alleen alle riffs uit de beginperiode van hardrockers als Mötley Crüe, Kiss, Van Halen, Def Leppard en Bon Jovi te kopiëren, hij blijkt ook een prima entertainer/ceremoniemeester. Hij heeft zelfs vier woorden Nederlands geleerd: ‘Laat uw tieten zien’. Vrouwelijke fans in het publiek klimmen op de schouders van hun vriendjes en in diverse vormen en maten komen hun boobies op de grote schermen voorbij. De moedigste dame danst zelfs topless tussen de andere 17 Girls In A Row op het podium. Het motto van de band: ‘Fuck all night and party all day’. Zo nu en dan is er ook een op het eerste gehoor leerzame les voorbij: ‘Don’t fuck your best friend’s girlfriend… Unless he is in your band!’


De hardste festivaldag van de tiendaagse in Lokeren wordt ook opgeluisterd door het weinig spectaculaire, klassiek rockende Britse Inglorieus, de furieuze Australische metalcore-orkaan Parkway Drive en de heerlijk, maar veel te vroeg en veel te kort spelende band Red Fang uit Portland, Oregon. De groep zorgt voor een kort eerste hoogtepuntje, met een gruizige sound uit de seventies, hun volvette, afwijkend gestemde stoner en een keur aan sterke riffs. Red Fang mag van mij volgend jaar terugkomen en dan vooral langer spelen.


Het tweede hoogtepunt van de dag trekt wel meer oudere rockfans naar voren: Suicidal Tendencies. De in 1980 door zanger Mike Muir (53) in California gevormde band speelt een groovende variant op trash. Een crossover tussen metal, hardcore en funk, hoewel dat genre in andere bands van Muir (zoals Infectious Grooves) beter vertegenwoordigd is. Strak en opwindend is het allemaal wel. De sympathieke Muir heeft sinds een tijdje een van de beste en snelste slagwerkers uit de harde sector ingelijfd: Dave Lombardo. Speedcore kan zich geen betere versneller wensen. Klassieker Possessed To Skate lijkt zowaar sneller en beter dan ooit, en Lombardo lijkt de groep na al die jaren zowaar naar een hoger niveau te tillen. Mike Muir (draagt hij daar nu witte steunkousen?) geniet met volle teugen, jut het publiek op en ziet met een brede grijns de eerste circle pits vol pogoërs van de dag ontstaan. Hij laat iedereen ook nog even jumpen en gooit er soms ook nog wat goedbedoelde motherfuckers uit. Ach, vernieuwend of spraakmakend is het allemaal al lang niet meer, vermakelijk wel.


Nu maar hopen dat in de backstage de kleedkamers van Lombardo en zijn ex-band Slayer ver genoeg uiteen liggen. De scheiding schijnt niet vanzelf verlopen te zijn. Toch lijk je van goeden huize te moeten komen om met zanger Tom Araya (55) ruzie te krijgen. Hij mag dan zingen over dood, verderf, moord en God die ons allemaal haat, hij komt uitermate vriendelijk over in zijn aankondigingen en bedankt wel drie keer het Lokerse publiek dat ze naar hem zijn komen kijken. Muzikaal gezien is de thrashmetal van zijn band nog altijd meedogenloos, hard, snel en agressief. Vanaf een gigantische backdrop (een drieluik dat deels ook afbeeldingen in een Jeroen Bosch-achtige setting laat zien) kijkt Jezus Christus vertwijfeld toe. Hij schijnt Slayer maar niets te vinden, maar dat gevoel is dan wederzijds. Wellicht denkt Jezus nog even terug aan die mafkezen van Steel Panther en zag hij die blote tetten van moeder natuur liever dan die nu headbangende mannenhoofden voor hem. De set staat desondanks als een huis en Paul Bostaph (ook bekend uit Forbidden en Exodus) is ook een uitstekend slagwerker. Hij keerde na het verdwijnen van Lombardo terug op het nest waar hij ook in de jaren negentig al te vinden was. Ook met de afwijkende gitaarsolo’s van Kerry Ray King (mede-oprichter van Slayer) is nog altijd weinig mis. Hij vecht samen met Gary Holt (de gitarist van Exodus die sinds de dood van die andere oprichter Jeff Hanneman in 2013 tot Slayer toetrad) fraaie dubbelloopse gitaar-duels uit. Het is jammer dat Araya in de loop der jaren wat aan vocale kracht heeft ingeboet, het materiaal van Slayer steekt dat van veel concurrenten echter wel nog altijd moeiteloos voorbij. Mooi is ook dat de band in afsluiter Angel Of Death (eigenlijk handelend over kamparts Mengele) Hanneman eert met een backdrop met het logo van Heineken, maar met zijn naam op de plek van het biermerk.


De fans van Slayer kunnen daarna naar huis, rockliefhebbers van een generatie na hen nemen het graag over vooraan. Als afsluiter doet de haaks op de rest van de programmering van de dag staande – maar niet minder populaire – band Limp Bizkit dienst. Je kunt er lang en breed over discussiëren of die keuze de juiste is, de band van zanger Fred Durst en de alleszins heel sterk spelende gitarist Wes Borland zijn er ongetwijfeld mede debet aan dat de dag is uitverkocht. De metaldag eindigt dus groovend. Vanaf het tweede nummer (Rollin’) golft de menigte op het plein heen en weer en op en neer. Stiekem bezit de groep verdomd veel vette hits My Generation, Nookie, Take a Look Around, My Way), waarin heel veel groove zit en bekend klinkende samples van de nieuwe dj van dienst (Franko Carino). De reeks citaten annex gejatte riffs had wel wat minder gemogen en Durst blijft een man van flauwe grappen (‘we zijn ontzettend blij terug in Mexico te zijn), zijn opmerking ‘het zal moeilijk worden Steel Panther te overtreffen’ snijdt in ieder geval wel hout. Hoe dan ook, Lokeren ontploft en Limp Bizkit toont zich eens te meer een gedroomde afsluiter voor een jongere generatie metalfans die ook met hiphop opgroeiden.

Door Willem Jongeneelen / Fotografie Harrij Stekel

Gezien: 7 augustus, Lokerse Feesten, Lokeren