Lokerse Feesten: Van Morrison, Garbage, Arno e.a.

Genre
ALL
Gepubliceerd op

Het is altijd even afwachten hoe het humeur van de Ierse halfgod er voor staat. Dinsdag 9 augustus, 20.30 uur, met de zon nog fel richting mainstage schijnend, komt hij op. Krijtjespak, statig hoedje, altsax rond de nek en een zonnebril voor de ogen. Hij begroet de zon met Moondance. Het publiek moet het in anderhalf uur met een paar thank you’s stellen. Toch heeft hij er zin in. Dat vroege tijdstip is op zijn eigen verzoek, het zachte geluid (geen subs) ook. Het is even wennen, een artiest die een clubsfeer creëert op een terrein met duizenden toeschouwers, maar het lukt hem. Regelmatig waan ik me niet op de Lokerse Feesten, maar op Jazz Middelheim. Zijn band is in een woord magistraal; Paul Moran (toetsen, bugel, trompet) fungeert als bandleider en kondigt Van The Man ook aan en af. Gitarist Dave Keary speelt de ene na de andere subtiele noot of melodielijn, bassist Paul Moore en drummer Mez Clough zijn jazzy stijlvol en degelijk. De in Ierland verzeild geraakte Amerikaanse Dana Masters mag in Lokeren de backing vocals voor haar rekening nemen. Ze doseert geweldig, maar als ze eenmaal haar kans mag pakken, pakt ze die ook.


Eenmaal gewend aan het geluidniveau ontrolt zich een set die jazzy opent en direct een band laat horen die in topvorm verkeert. Het moet ook een zegen zijn met dit materiaal in de weer te mogen. Morrison beseft dat dit geen Gent Jazz is en hij schotelt een Best Of voor die geen enkel dieptepunt kent. Natuurlijk spelen ze Enlightment, Did Ye Get Healed?, Have I Told You Lately en Whenever God Shines His Light op de manier die bij dit huidige gezelschap past, maar dat klassiekers als Baby Please Don’t Go, Here Comes The Night (van Them) en Jackie Wilson Said op schitterend wijze worden afgestoft oogst terecht veel bijval. De stem van Morrison blijft karakteristiek en is nog volledig in tact. Hij geeft regelmatig zijn band de ruimte en beperkt zich tot basic gitaarspel of niet extreem sterke riedeltjes op zijn altsax, maar wat een magnifieke liedjes schreef deze man sinds het begin van de jaren zestig.

Op 30 september verschijnt zijn nieuwe album Keep Me Singing. De nu 70-jarige zanger zingt er niets van. De 22 oudere tracks in de set in Lokeren volstaan en vormen zijn geslaagde bijdrage aan de feesten. Hij mag dan niet met het publiek communiceren, met zijn band doet hij dat wel als hij ook voor hen onverwacht Domino roept om zo een niet geplande klassieker aan de setlist toe te voegen. Als de band iets te lang speelt en de stagemanager onverbiddelijk het kill-gebaar maakt, laat Moran die toch ze mooie Brown Eyed Girl een vroege dood sterven om er toch nog snel ook nog een Gloria (opnieuw uit het tijdperk Them) uit te kunnen laten persen. Morrison knikt nog even en weg is hij weer. Een held schrijdt weg. Hij zal het vermoedelijk naar zijn zin gehad hebben in Lokeren.


Een dag eerder stond Neil Finn, de Paul McCartney van Nieuw-Zeeland, ook al zo vroeg op het podium. De sympathieke 58-jarige zanger/songschrijver maakt tegenwoordig een familie-uitje van zijn optredens. Niet alleen fungeert zijn Linda, eh pardon, echtgenote Sharon als begeleidend gitariste, ook hun beide zoons Liam (gitaar/zang) en Elroy (drums) spelen in de band. Een bevriend koppel (toetsen/backing vocals) maken het uitje compleet. Finn start met een aantal prachtige popliedjes die aan de meerstemmigheid van de late jaren zestig doen denken, na verloop van tijd worden ook de klassiekers van zijn band Crowded House van stal gehaald: Don’t Dream It’s Over en Weather With You. Het mooiste liedje blijft echter het vanachter de piano gezongen Message To My Girl, oorspronkelijk opgenomen met Split Enz in 1984. Prachtig pretentieloos optreden. Naar het schijnt had het gezin plannen de dag erna samen naar de dierentuin te gaan.


Nog meer familieperikelen op het podium op de dinsdag. De Britse Kitty, Daisy & Lewis (twee zussen en een broer) hebben hun papa (gitaar/sambaballen) en mama Durham (bas) bij. De kinderen zingen alle drie en wisselen onderling constant tussen drums, gitaar, toetsen en conga’s. De laatste jaren is hun muziek iets meer richting die van deze eeuw opgeschoven, maar ook in Lokeren maakt eigenlijk hun oudere werk, boordevol swing, jump blues, country en gipsy, het meeste indruk. Met hun nieuwere popsongs onderscheiden ze zich duidelijk minder. Even grappig is wel weer de special guest Tata, afkomstig uit Jamaica. De stokoude trompettist Tata mag niet helemaal toonvast een ska-intermezzo bijeen toeteren. Even, want overdaad schaadt en doseren blijkt een kunst op zich. Dit vermakelijke optreden fungeert prima als gevarieerde opener, maar groots wordt het allemaal nergens.


Dat laatst kan ook geconcludeerd worden bij de afsluiter op dag vier: Garbage. Zonder drummer Butch Vig, die met gehoorproblemen kampt (hij wordt vervangen door Eric Gardner, eerder actief in onder meer Gnarls Barkley en bij Morrissey), maar wel met een moderne set met op de huidige tijd afgestemde tracks van hun laatste album Strange Little Birds. Elektronica tiert welig in de sound, al is daar op het podium weinig van terug te zien. Ook de stem van de Schotse frontdame Shirley Manson (deze maand wordt ze 50 jaar) wordt regelmatig door de mangel gehaald en ernstig vervormd. Het publiek ziet het allemaal vertwijfeld aan, reageert gepast lauw of denkt dat Vig niet voor niets die gehoorproblemen opdeed. De band worstelt zich door de set, Manson zeikt Trump nog even af en kondigt het allereerste nummer aan dat de band ruim 21 jaar geleden opnam. Het blijft ploeteren en weinig lichtvoetig. Je zou bijna hopen dat het wat eerder ging regenen. In eerdere jaren had de band meer in huis dan verplicht te spelen hits als Only Happy When It Rains om het publiek tevreden te stellen.


Belgen zijn er ook te over op de Lokerse Feesten. Noémie Wolfs mocht het bal openen. Ze was ooit de frontdame van Hooverphonic en stond toen voor een vol plein. Ze koos voor een solocarrière en mag anno 2016 het publiek vroeg opwarmen. Dat doet ze met verve. Ze is bijzonder goed bij stem en bezit een band vol gretige jonge honden die al haar, meestal samen met vriend Simon Casier (bassist Balthazar/frontman Zimmerman) geschreven songs van het onlangs verschenen solodebuut live alleen maar krachtiger maken. Wolfs weet dat ze vanaf vrijwel nul opnieuw moet beginnen, maar de overtuiging waarmee ze dat doet maakt duidelijk dat ze dat gaat redden.


Ook een apart hoofdstuk is de doortocht van Trixie Whitley. Ze heeft er met haar Amerikaanse band al een aantal zeer memorabele cluboptredens opzitten dit jaar, na de release van haar tweede soloalbum Porta Bohemica. Gaan haar donkere klanken ook voor een groot festivalpubliek vanaf een buitenpodium werken? De start is vals en meteen moet er een versterker verwisseld worden. Whitley laat zich niet uit het veld slaan. Lokeren heeft een speciaal plekje in haar hart. Het was hier dat ze in 2007 aan Daniel Lanois werd voorgesteld, met wie ze prompt daarna als leadzangeres van Black Dub een album samen maakte. Maar dat was toen. Nu pendelt de dochter van de veel te jong overleden singer-songwriter Chris Whitley en een kunstzinnige Vlaamse nomade tussen Gent en New York en creëert ze haar eigen muzikale wereld. Daarin is vrolijkheid ver te zoeken; Het draait om kwetsbaarheid, angsten en verlangens. Gedreven als altijd kleurt ze haar set donkerblauw. Soms zelfs helemaal in haar eentje, met haar eigenzinnige, unieke gitaartechniek en dat is gewaagd. Het publiek verdeelt zich in een deel met fans die aan haar lippen hangen en alle feestelijkheden om hen heen vergeten, en een deel dat het niet kan waarderen en moet gapen om zoveel saaie gedrevenheid die hun pet te boven gaat.


Volksheld Arno vergaat het beter. Na Van Morrison mag de inmiddels 67-jarige Belgische volksheld dag vijf afsluiten. Dat kan hij wel, ook al moet hij daar alle bekende trucs weer eens voor uit de hoge hoed tevoorschijn toveren. Bovenal bezit hij momenteel opnieuw over een goed geoliede machine als band achter hem. Ze spelen weinig noten teveel, maar bezitten wel de power, het gevoel en de drive om dit optreden constant te laten knallen. Vive La Liberté krijgt een ska-jasja, het aloude, uit de catalogus van TC Matic stammende Putain Putain (met de regel ‘nous sommes quand même tous des Européens’) krijgt dankzij het cynisch opdragen aan Brexit plots weer een actuele insteek. Arno is een man met een missie en zijn werk bevat al jaren goede statements tegen geweld, racisme en andere excessen. ‘Dancing in the streets of Molenbeek Brussels’ zingt hij, want het angst zaaien in zijn woonplaats gaat hem aan het hart. Het feest is natuurlijk niet compleet zonder O La La en het van Adamo geleende Les Filles Au Bord Du Mer, al tientallen jaren niet te missen onderdelen in de show van top-entertainer Arno.

Door Willem Jongeneelen / Fotografie: Harrij Stekel

Gezien: 5 t/m 9 augustus 2016, Lokerse Feesten, Lokeren