Metropolis 2016: Vince Staples, White e.a.

Genre
ALL
Gepubliceerd op

Dat mooie weer is waarschijnlijk ook de reden dat Workers-tent bij lange na niet vol staat voor Alex Vargas.De Deense singer-songwriter maakt het ook niet makkelijk voor het publiek dat er dan wel is. Hij begint zijn optreden door een paar minuten op zijn gitaar te tokkelen, dan priegelt hij een minuut of vijf op zijn soundboard. Net voordat de aandacht in de tent compleet verslapt knalt hij er opeens een oorverdovende bas-toon in,en begint zijn gitarist aan een keiharde solo. Die zagen we even niet aankomen en dus luisteren we de rest van het optreden aandachtig mee. Zijn materiaal is nog wat doorsnee, maar vrijwel iedere nummer neemt ergens wel een verrassend bochtje. Hierdoor blijft het net spannend genoeg.


De muziek van Vaudou Game sluit goed aan bij het weer vanmiddag. De band onder leiding van de uit Togo afkomstige muzikant Peter Solo maakt zonnige afrofunk. Solo is een charmante frontman die leuke praatjes maakt met het publiek en zo slim verbloemt dat dit muzikaal niet allemaal even spannend is. Ieder nummer heeft ongeveer hetzelfde tempo en met die praatjes - hoe leuk ze ook zijn - haalt Solo tegen het einde toch de vaart uit het optreden. Op zich is er niks mis mee, maar het enige memorabele moment komt op het einde, wanneer Solo en zijn band de podiumpresentator stangen door nét iets te lang het applaus in ontvangst te nemen op het podium.

Aan de Schotse band WHITE (openingsfoto) de taak om voor het eerste echte dansfeestje van de dag te zorgen. Op papier lijken ze al daar zeer geschikt voor en vanmiddag maakt de band die belofte waar. De muziek van het vijftal ligt ergens tussen Franz Ferdinand en The Rapture in, maar is in ieder geval altijd dansbaar, met nummers vol hitpotentie, zoals Living Fiction. Frontman Leo Condie trekt alle aandacht naar zich toe en heeft een stem om jaloers op te zijn, getuige het onweerstaanbare Blush, maar het geheime wapen van de band is drummer Kristin Lynn, die geen spaan van haar drumstel heen laat. WHITE is een band waar je over een paar jaar waarschijnlijk niet meer omheen kan.

Zoveel lof kunnen we indiepoptrio Methyl Ethel niet geven. Het drietal komt uit Perth, Australië, eveneens de plek waar Kevin Parker van Tame Impala een groot deel van zijn leven woonde en werkte. Aan diens band doet de muziek van deze heren dan ook denken, maar dan wel in de light-versie. Zo af en toe komt er nog wel eens een aangename jam voorbij, maar het grootste gedeelte van het materiaal hebben we al eerder en beter gehoord bij andere bands. Ook gebeurt er bijzonder weinig op het podium, dus is het begrijpelijk dat een groot gedeelte van Metropolis de zon maar weer op zoekt.


De Nederlandse nu-punkband Indian Askin is dit jaar op ongeveer ieder festival te zien, maar Rotterdam is de band duidelijk nog niet zat. Vanaf minuut één heeft de band een klik met het publiek. En met elkaar. Zo drumt drummer Ferry Kunst steevast dwars door de praatjes van zanger Chino Ayala heen, die het grootste deel van de tijd toch (expres) iets onverstaandbaars mompelt Nummers als Really Wanna Tell You en Asshole Down zijn inmiddels uitgegroeid tot festivalklassiekers in de dop, maar ook de andere tracks van album Sea Of Ethanol gaan er vandaag in als zoete koek. Op een festivaldag waar veel artiesten wel erg binnen de lijntjes kleuren, komt Indian Askin als geroepen.

Na zo’n optreden is de muziek die Børns ons serveert nogal een slappe hap. De band rond zanger Garrett Borns maakt zwoele electropop met een milde glamrock-inslag. Die formule heeft ze duidelijk fans op geleverd, want hoewel het grootste gedeelte van de tent zo leeg is dat je er makkelijk doorheen kan fietsen, is het vooraan stampvol. Die fans brengen de sfeer er nog een beetje in, maar verder valt er weinig te genieten. Hoewel Borns een enorm in het oog springende look heeft, moet hij nog wat werken aan zijn podiumpresentatie. Hitje en afsluiter Electric Love blijkt wel een knaller, maar komt te laat om het optreden te redden. De volgende keer gewoon meer van dat graag.


De garagerock van Iguana Death Cult lijkt weer voor wat leven in de brouwerij te gaan zorgen. De band heeft goed geluisterd naar bands als Fidlar, maar moet nog net even iets meer een eigen draai aan het genre proberen te geven. Het klinkt allemaal lekker en het is ideaal om op te crowdsurfen - wat dan ook veelvuldig wordt gedaan - maar we zijn de gespeelde nummers ok zo weer vergeten. De vier werken momenteel aan hun debuutalbum, dus het kan allemaal zo nog maar goedkomen.

Dan de headliner: rapper Vince Staples. Vanwege een stroomstoring is hij wat te laat, maar ongeveer een kwartier na de oorspronkelijke aanvangstijd klinkt het verlossende woord van een bandje. ‘This is a Vince Staples show, make some fucking noise!’ Getuige de vele polsbandjes van hiphopfestival Woo Hah die we in het publiek zien, zijn veel mensen speciaal voor Staples naar het Zuiderpark afgereisd en dat is te merken aan de respons. Meteen al bij opener Lift Me Up breekt er een grote moshpit los, die eigenlijk alleen verslapt wanneer Staples een rustiger nummer in zet. Dat doet hij zeker in het middenstuk iets te vaak, waardoor het tempo nogal uit de show gaat. Tegen het einde van het optreden herpakt hij zich weer, maar na een vlammende versie van Blue Suede is het alweer afgelopen. Een wisselvallig optreden dus, typerend voor de rest van het programma vandaag.

Door Reinier van der Zouw / Fotografie: Dimitri Hakke

Gezien: 3 juli 2016, Zuiderpark, Den Haag