Neil Young zet de bloemetjes buiten

Genre
Pop
Gepubliceerd op

In juni 2013, toen Neil Young nog met good old Crazy Horse op de bühne van de Amsterdamse Ziggo Dome stond, was het publiek min of meer in tweeën gedeeld. Je had de puristen, die de meest obscure noot mee konden zingen, een drankje gingen halen tijdens de grootste hits – die kenden ze toch wel – en met smart wachtten op het volgende stuk van de meest recente plaat (toen nog Psychedelic Pill). En dan waren er nog de passanten, die door de obscure liedjes heen ouwehoerden, een drankje gingen halen tijdens de stukken van de meest recente plaat en met smart wachtten op de volgende grote hit. De universele Neil Young-fan was – en is – moeilijk aan te wijzen: de Canadese grootmeester heeft in de afgelopen halve eeuw veel mensen aan een stukje van hem weten te binden, dat voor iedereen weer verschillend is. Wie van Harvest houdt, heeft Ragged Glory waarschijnlijk minder hoog in de rotatie. En de platen met Crosby, Stills en Nash waren van een heel andere orde dan die met Pearl Jam. Toch weet Young in zijn uitgebalanceerde setlists, gedragen door een rode draad van noest, puur muzikantschap en zijn eigen no-nonsense attitude, op een doorsnee avond alle partijen te pleasen. Vanavond, terug in de Ziggo Dome, is het echter geen doorsnee avond, maar een bijzondere – en een historische bovendien.


We zijn drie jaar (en meerdere albums) verder en er is veel veranderd in het Young-universum. Crazy Horse heeft plaatsgemaakt voor de jonge begeleidingsband Promise Of The Real, met daarin twee zoons van Willie Nelson. Echtgenote Pegi is ingeruild voor actrice Daryl Hannah, die de anders zo low-key zanger de nodige celebrity value meegeeft: het koppel werd daags voor de show door de paparazzi gespot op de Bilderdijkstraat, bij een vegetarisch restaurant. De toch al volgepakte shows van twee uur en nog wat hebben in de nieuwe configuratie een upgrade gekregen naar minstens drie uur. En de politieke nadruk in de voorstelling ligt niet langer op Amerikaanse actualiteit of anti-oorlogssentiment, maar de natuur – of liever, wat het bedrijfsleven daar letterlijk en figuurlijk van maakt. De grote vijand is de machtige Amerikaanse bio-industrieel Monsanto en behalve de laatste creatieve output (het reguliere album The Monsanto Years van vorig jaar en het vorige maand uitgebrachte montage-album Earth) staat ook de Rebel Content Tour in het teken van de goudeerlijke moeder aarde, zonder menselijke inmenging, onbedorven als ze hoort te zijn.

Bij binnenkomst in de Ziggo Dome lopen we gelijk tegen al deze nobele bedoelingen aan. Er is een soort tentendorp in Woodstock-sfeer opgebouwd dat groene leuzen als ‘Global Justice’ en ‘Future Farming’ de verder zo zakelijke entree in strooit. Je kan op de foto met een quilt met beeltenis van Young en even verderop zien we zelfs de merch-stand in bioverantwoorde modus: de t-shirts zijn 100% organisch katoen. Vanaf de zaalvloer zien we dat ook de podiumrand bezet is door een rijtje keurig beplante bloempotten. De piano op links, het pomporgel op rechts en hé, daar is even na achten de bekende hoed al. En nog één. En nog één! Het blijken drie als planters uitgedoste figuren, die de podiumvloer volstrooien met… Tja, het zijn vast geen neutronenkorrels uit de schuur van Jacobse en Van Es, want eenmaal voldoende bezaaid neemt de Grote Zwarte Hoed himself goedkeurend bezit van het toneel. Neil Young nestelt zich achter de piano, mondharmonica voor de neus en opent met zijn klassieker After The Goldrush. ‘Look at mother nature on the run in the 21st century’, zo zet hij het inmiddels 46 jaar oude lied handig in het heden. De context is duidelijk, de zaal muisstil en de Grote Zwarte Hoed speelt door.


Dat de Ziggo Dome op dat moment niet eens helemaal vol zit (de bovenste hoeken blijven onbezet) is geen enorme verrassing – of teleurstelling. Los van de vroege aanvangstijd is dit tweede weekend van juli een tough seller in de volwassen doelgroep van Neil Young. De vakanties zijn net losgebarsten, alsook het festivalgeweld elders in het land: North Sea Jazz en Bospop staan demografisch gezien op dezelfde radar. En terwijl we net nog over de ArenA Boulevard naar de zaal liepen, boog een deel van de meute af naar het 40up festival, naast de HMH, met Sister Sledge en Bananarama. Nou zal dit laatste evenement weinig twijfelaars uit de Ziggo Dome houden, maar je kan je geld maar één ticket uitgeven deze zaterdag. En dat dik zestienduizend man alsnog voor Neil Young kiezen, wijst maar weer eens op de onverminderde aantrekkingskracht van deze woudreus der rock & roll. Vanouds legt hij solo al meer gewicht in de schaal dan zijn drie oude CSN-bandmaats tezamen, daarbovenop blijft Neil Young altijd grillig en onvoorspelbaar. De componenten van deze tour zijn misschien oud, het brouwsel is nieuw en spannend. De Ziggo Dome is er in ieder geval klaar voor: het zijn de die-hards die de moeite namen een ticket te kopen en met veel genoegen neemt de Grote Zwarte Hoed dan ook een flinke duik in zijn oeuvre.

Hij begint aan de oppervlakte. Heart Of Gold en The Needle And The Damage Done zijn de nummers twee en drie van de avond, waarmee Neil Young, solo op gitaar, na een kwartier drie van z’n grootste nummers al gespeeld heeft. Voor Mother Earth, de laatste solosong, inspecteert Neil al harmonicaspelend de bloempotjes op de podiumrand, om vervolgens tevreden naar z’n pomporgel te wandelen. Organic rock, zou je het kunnen noemen. De zaaiers van de opening banen hierna als heuse verdelgers de weg voor de band, waarmee de toneelstukjes ten einde zijn en het grote graven écht kan beginnen. En voor kunstmatig bespoten aarde geldt maar één remedie: you dig deep.


We tellen uiteindelijk vijftien albums waar voor deze setlist uit geput wordt. Harvest (o.a. Out On The Weekend, Alabama, Words) en Ragged Glory (o.a. Love To Burn, Mansion On The Hill, Love And Only Love) lijken elkaar juist in evenwicht te houden in plaats van de toehoorders te polariseren – beide kanten worden even fanatiek ontvangen, we hebben duidelijk een zaal vol kenners. Goed, ze zijn er natuurlijk wel, de mensen die gaan Soundhounden als Winterlong, Love To Burn of Western Hero de revue passeren. Maar die vinden in de opening, de Harvest-nummers, Powderfinger en Rockin’ In The Free World genoeg houvast om toch naar het thuisfront te tweeten dat ze erbij zijn. En hoe goed ie is, onze Neil, op z’n zeventigste. En dat ie ondanks die leeftijd maar door- en door- en doorgaat. Alleen de man zien stampen is al een attractie op zich.

Ook de die-hards mengen zich veelvuldig op de social media: Neil speelt Change Your Mind, een fan favorite uit de jaren negentig die al zes jaar niet meer op de set staat. Ook Don’t Be Denied (van Time Fades Away, ’73) komt voor het eerst deze Europese tournee langs. En nog graaft de Grote Zwarte Hoed door, alsof het binnenste van moeder aarde maar niet in zicht komt. De teller staat al over de verwachte drie uur als Neil Young z’n overhemd nog eens uittrekt. Hij is ontketend, z’n jonge band kijkt hem vragend aan, de baas lacht en wil verder: Love And Only Love wordt doodleuk achter de min of meer reguliere set-afsluiter Rockin’ In The Free World geplakt en tot ieders verbazing krijgt Amsterdam niet één, maar twee toegiften. Het zeldzaamheidje Like An Inca (van het al even obscure album Trans uit ’82) doet de omgeving van de bars weer naar Soundhound grijpen, terwijl de rest van de zaal z’n oren niet kan geloven. Pas als Neil met Here We Are In The Years het licht werkelijk uitdoet kan de schep ook aan de kant: de kern is bereikt, we zijn bij z’n debuutplaat uit ’68 aanbeland. Na exact drie uur en twintig minuten eindigt Neil Young bij waar ie ooit begon – Buffalo Springfield even niet meegerekend.

Meegerekend wordt er ondertussen volop, aan het thuisfront: de trouwe online community calculeert dat dit concert in Amsterdam met 200 minuten het langste solo-optreden is dat Neil ooit gaf. Twee keer stond hij langer op het podium, beide in ’74, met Crosby, Stills & Nash. Meer dan veertig jaar verder bewijst de zanger dat leeftijd geen rol speelt als je onverwoestbaar bent, onverwoestbaarheid op zijn beurt een kwestie van goede grond onder de voeten is, en als ’t écht warm wordt, je altijd je overhemd nog uit kan trekken. Z’n platen breken misschien geen records meer, z’n performance in Amsterdam is zonder twijfel record breaking. Het publiek bewijst dat het meer wil dan hits en vooral ook meer aan kan dan een enkele obscuriteit in de setlist. Wat dat betreft staan artiest en publiek in deze marathonvoorstelling meer op één lijn dan ooit te voren – en zou dat nou niet eens tijd worden? Dat de zaal na 199 minuten nog vol zit, bewijst het gelijk van beide kanten. Na jarenlang zaaien zet Neil Young z’n ware fans de oogst voor die ze verdienen. Puur en eerlijk, en ook al is het even graven, het komt recht vanuit moeder aarde. Onbedorven, zoals ze hoort te zijn. In return oogst Neil weer alle lof die hem toekomt, van een dankbare zaal, met vermoeide voeten. Toch wel het toverwoord van deze avond: oogst. Zou daar geen mooie plaattitel in zitten?

Door Willem Bemboom / Fotografie: Mitchell Giebels

Gezien: 9 juli 2016, Ziggo Dome, Amsterdam