Nicolas Jaar prikkelt en plaagt

Genre
Dance
Gepubliceerd op


In 2011 stond de slechts 21-jarige Nicolas Jaar op de planken met een band. Tegenwoordig is de geluidskunstenaar ook live een one-man-show. Alhoewel, show? Eerder een veredelde dj-set, maar geen gemakzuchtige. Omdat niet alles uit een doosje komt – Jaar zingt en bespeelt saxofoon en (modulaire) synthesizers – maar bovenal omdat hij het geduld van het aanwezige publiek op de proef stelt. De oude en nieuwe composities van Jaar zijn lastig in genres te vangen. Ambient en dub, verknipte stemmen, verdwaalde zang, knisperende vogels en brekend glas. Het arsenaal aan stijlen en geluiden is groot en het labeltje EDM kun je er nauwelijks op plakken. Het tempo ligt laag, vrijwel continu tussen de 90 en 110 bpm. Voor meer doet Jaar het zelden. Maakt niet uit: hoe kunstzinnig Jaar het ook maakt, het publiek staat van meet af aan op scherp, wachtend op wat komen gaat.


Dat is vooral opbouw, waar zo’n negentig procent van het concert uit bestaat. Vaak subtiel, soms stroperig en misleidend. Pas als de gehele zaal in een mistbank is veranderd, we zijn dan een dik half uur onderweg, komt de eerste beat er plagerig in. Heel even maar en vele malen trager dan je op basis van het voorspel zou verwachten. Even zie je Jaar baden in het licht, maar vrijwel direct stapt hij weer uit de spotlights. Zo zie je relatief weinig gebeuren op het podium, maar Jaar prikkelt continu en daarmee zuigt hij de bezoekers zijn labyrint binnen.


Je voelt de spanning ondertussen toenemen. Langzaam maar onverbiddelijk. Juist omdat Jaar zo zuinig is met ontlading snakt het publiek naar deze zeldzaamheden. Halverwege dan? Het tempo wordt tijdens Three Sides Of Nazareth plotseling, bij wijze van hoge uitzondering, meer opgeschroefd dan dat op plaat het geval is. Tot boven de 110 bpm zelfs. Er hangt ontploffing in de lucht. Het publiek springt, juicht en maakt zich klaar voor de onvermijdelijke climax. Die komt niet en Jaar neemt weer gas terug. Later misschien.


En dan, middenin een rustig stuk, laat Jaar plotseling wel het achterste van zijn tong zien. Het dak gaat eraf en de lichten, die bedrieglijk simpel leken te zijn, stralen als sirens door de zaal. Als er na anderhalf uur weinig meer te winnen valt, wordt de show wat toegankelijker. Vlak voor de twee toegiften wordt Space Is Only Noise onthaald als Jaars grootste hit. Een druggy en dwars liedje dat na de avontuurlijke geluiden die eraan voorafgingen opeens verrassend gewoon voelt. Wie een kaartje heeft bemachtigd voor Paradiso vanavond mag zich gelukkig prijzen, want live is Jaar een klasse apart.

Door Daan Krahmer / Fotografie: Kamiel Scholten

Gezien: 2 december, TivoliVredenburg, Utrecht