North Sea Jazz dag 2: Earth Wind & Fire en meer

Genre
ALL
Gepubliceerd op

Niet één, maar twee grote Nederlandse orkesten op North Sea dit jaar. Het programma in de Hudson, dé jazzzaal van het festival, wordt namelijk geopend door het Jazz Orchestra Of The Concertgebouw. Het collectief trad de afgelopen jaren een aantal keer op met Dr. Lonnie Smith, Hammondorgel-meester, vooral bekend van zijn werk voor Blue Note in de sixties. De samenwerking met de tulband dragende 74-jarige Smith was veelgeprezen en een opname van één van de shows werd zelfs uitgebracht op vinyl. Op North Sea speelt dit imponerende gezelschap geen nieuw werk, maar hun bekende, old-school big band jazz in de stijl van Ellington en Basie, waarvan de rustmomenten worden gevuld met de groovy solo's van Smith. Dankzij dirigent Dennis Mackrel bevat de presentatie een flinke dosis humor. Zo wordt het voorafgaand aan een ballad weglopende publiek door hem nageroepen. 'Don't you guys have a significant other?' Unieke en vermakelijke opener van de tweede festivaldag.


De entertainmentwaarde ligt uitermate hoog vandaag. Zangeres en pianiste Avery*Sunshine is een parel uit de indie soulscene van Atlanta. Ze was al eerder in Nederland, maar maakt haar North Sea Jazz-debuut en is meer dan uitgelaten. Zeker wanneer ze vlak voor haar neus wat mede-Atlantans treft. Avery is net zoveel muzikant als stand-up comédienne en moet door Dana Johnson, al jaren haar heerlijk relaxte gitarist en sinds vier maanden ook echtgenoot, in toom gehouden worden om niet nog meer te kletsen en schmieren. Het publiek vindt het evenwel prachtig allemaal. Ze heeft wat standaard grappen zoals ‘Would you like to hear this song? I was gonna sing it anyway…’ Ook vertelt ze uitgebreid over haar favoriete Nederlandse stroopwafel en ja hoor, uit het publiek krijgt ze er direct een paar aangereikt waar ze subiet een flinke hap uit neemt. Om vervolgens met haar mond half-vol weer een van haar prachtige, reuze soulvolle uithalen te slaken. Als die grappenmakerij verhult namelijk nergens dat Avery een werkelijk voortreffelijk zangeres is met een zeer rijke gospel-soulstem en diepe kennis en kunde van de soul- en jazzhistorie. Ze doet liedjes van haar eerste twee albums, zoals het fraaie Out Of My Head, enkele odes aan soulgrootheden als Anita Baker, Aretha Franklin – door wie ze tot twee maal toe persoonlijk werd geïnviteerd om te zingen op een privégelegenheid – en James Brown. Ook is er een hilarisch nieuw liedje, The Ice Cream Song, van een komend plaatproject. We hadden zo nóg een vol uur aan haar lippen willen hangen.


Soul, jazz, blues, gospel, r&b? Steven Wilson heeft er niets mee te maken. Wat hij hier dan te zoeken heeft? Nou, deze man is een buitengewoon briljant muzikant, en hoort dus op een festival te spelen waar buitengewoon briljante muzikanten zich als een vis in het water voelen. Desalniettemin is het een van de vreemdere boekingen van deze editie North Sea. Wilson speelt zijn spannende mengsel van hard-, prog- en postrock, grunge en industrial snoeihard en vol venijn, maar doet dat wel voor een slecht gevulde zaal. Tevens passen die onheilspellende visuals van bange vrouwen in nachtjapon, nachtelijke metrostations en bloedrode regendruppels niet zo lekker bij de feestelijke atmosfeer op alle andere plaatsen van Ahoy. De muziek is geweldig, maar niet aan de locatie besteedt.

Eén van de betere debuutplaten van 2016 heet Ology en komt van Christopher Gallant. Deze zanger studeerde muziek aan NYU en groeide op met zowel Babyface als Radiohead. Beide invloeden hoor je terug in zijn liedjes; strakke r&b-tracks met stoere elementen uit rock en electro. Nummers als Bourbon en Weight In Gold zijn catchy als een popsong, maar bevatten bovengemiddeld intelligente songteksten. Gallants stem lijkt op die van Frank Ocean. Hij zingt voornamelijk in een fantastische falset, maar kan evengoed laag en zwoel gaan. Het meest bijzondere aan Gallant is echter zijn houding op het podium. Hij draagt zijn petje laag zodat zijn ogen in schaduw gehuld gaan, zegt geen woord tegen het publiek en maakt zo een erg introverte indruk. Maar hij gaat ook helemaal los, zowel fysiek als vocaal. U begrijpt: hier staat een introverte man die zijn uitlaatklep optimaal benut. In het slot van Open Up smijt de zanger met hoge uithalen terwijl hij zó hevig staat te springen en shaken dat je drugsgebruik of een epileptische aanval vermoedt. Jammer dat hij uiteindelijk twintig minuten te vroeg van het podium afloopt en het publiek onthutst achterlaat, maar ja, alles is vergeven na een show zo overtuigend als deze.


Mr. Charlie Wilson (‘What’s my name?’) was sinds begin jaren zeventig leadzanger van familiegroep The Gap Band en is in zijn thuisland inmiddels beroemder dan die baanbrekende funkformatie ooit was. De 63-jarige veteraan is de godfather van de new jack swing-generatie van de jaren negentig. Zangers als Aaron Hall (Guy), Keith Sweat en Joe kopiëren zijn schuurpapieren vocalen noot voor noot. Het Gap Band-geluid vormde ook de blauwdruk voor producer Teddy Riley (Blackstreet, Michael Jackson) die er wereldfaam mee bereikte. Wilson maakt een zeer bloemrijke mix van die rauwe syncopische Gap Band funk en aalgladde soulballads waar hij solo vooral mee scoort. Ook hier slaat de vermaaksmeter tot ver in het rood. Wilson doet aan schaamteloze zelfpromotie door elke vijf minuten zijn naam te scanderen en halverwege een fotomoment in te lassen voor onze Facebook en Instagram. Want ja, als wij dat willen komt hij dolgraag volgend jaar weer! De danseressen, geen poppetjes van achttien, maar heerlijk volwassen vrouwen met dito voorkomen, doen hun pasjes lekker krukkig. In glitterjurkjes, lampenjasjes en -schoenen of zelfs met hagelwitte engelenvleugels. Maximaal effect met minimale middelen, echt hilarisch leuk. Charlie zelf verkleedt zich ook elk kwartier, maar dat haalt geen enkel moment de vaart uit deze grandioze soulshow, met zo nu en dan een prima hoofdrol voor de saxofonist. Het is tenslotte een jazzfestival. Gap klassiekers als Outstanding en Drop The Bomb worden in een gogo saus opgediend, soms is er ineens een intense gospelballad en op het eind passeert een bescheiden, zeer oprechte ode aan Prince. Aan deze totale professionaliteit heeft menig jong talent een schoolvoorbeeld.


Anderson.Paak mislopen is praktisch onmogelijk, want hij staat dit jaar op zo'n beetje ieder festival. Reden genoeg voor de zanger en rapper om op de automatische piloot te performen, zou je denken. Nou, niet dus. Na het inmiddels welbekende begin van zijn act, waarin Paak al rappend arriveert, maakt de kleine man er een show op maat van. Meer dan voorheen zitten zijn nummers vol solo's, onverwachte wendingen en reprises. Zo verlengt Paak Mama Can You Carry Me met een spoken word-gedeelte, waarin hij als klein kind smeekt om een paar Air Jordans. Je kunt deze artiest blijkbaar niet te vaak hebben gezien, want hij weet iedere keer meer indruk te maken. Anderson.Paak is een waanzinnige zanger, rapper en drummer, ofwel, een waanzinnige triple threat, die gaandeweg alsmaar beter wordt. Voor vele jongere bezoekers is dit het absolute hoogtepunt van de dag. Zelden zagen we zoveel onthutste vrouwen door Ahoy’ slenteren, nog kwartieren lang na afloop doorzwijmelend vanwege deze ronduit sensationele vertoning.


Na menig uitglijer op het podium is Miguel gaan nadenken. Is het wel ècht nodig om zes spagaten per optreden te doen? Nee, moet hij hebben geconcludeerd. En dus zien we de zanger zijn danskunsten vanavond stukken beter doseren dan hij voorheen deed, waardoor hij tevens meer aandacht kan besteden aan zijn vocals. Was Miguel voorheen vooral een bewegelijk showbeest met nummers die uit meerdere mini-uithaaltjes bestonden; vanavond zingt hij zijn beste werk, r&b-parels als Do You Like... en Adorn, aandachtig en mooi. Altijd weer een verrassing is de boodschap waarmee Miguel op het podium staat. Hij heeft het imago van een zingende pornoster. Logisch, gezien hij liedjes heeft die letterlijk van clitoris likken spreken. Maar live gaat het bij Miguel om thema's als liefde en acceptatie. Voorafgaand aan Candles In The Sun spreekt hij zijn zorgen uit over de toekomst. Ook wordt zijn mooiste lyric gedurende de show als mantra herhaalt: 'Don't ever sell yourself short for acceptance'.


Het is super ouderwets versus hypermodern wat betreft de laatste jazzacts van de tweede festivaldag. In de Amazon spelen Branford Marsalis & Kurt Elling, oudgedienden die tot voor kort alles al hadden gedaan, behalve een plaat samen. Het duo speelt wat je van ze verwacht; een ballad, een swingende standard, een klein beetje avant garde. Er wordt stevig geblazen en Elling croont en scat als de beste. Leuk is vooral de interactie tussen hem en Marsalis. Een beetje Bassie en Adriaan. Oubollig, maar vermakelijk. Eén verdieping hoger, bij de Donny McCaslin Group, horen we louter toekomstgeluiden. Waarom David Bowie dit jazzkwartet vroeg voor Blackstar wordt al snel duidelijk. Saxofonist en bandleider McCaslin blaast als hoe een rockster rifft; flashy, hard en zwaar. Zijn collega's (drums, elektrische bas, knoppentafel) voorzien menig nummer van experimentele bleeps en clicks. Zeer prikkelende jazz. Enige kritiekpunt: het valt wat zwaar, zo laat op de avond.


Hiatus Kaiyote begint een ruim kwartier te laat, maar dat maakt niet uit. Deze band brouwt een futuristisch mengsel van soul, jazz, hiphop, electro en funk, die het lekkerst klinkt als je al enigszins van de wereld bent. Nummers als Shaolin Monk Motherfunk (geweldige titel!) en Choose Your Weapon bevatten kolkende spreien synths, bassen die kraters slaan en genoeg twists en turns om je duizelig te maken. Tel er de sexy-soulvolle stem van zangeres Nai Palm - ergens tussen Badu en Macy Gray - bij op en we hebben te maken met een sound die zowel bezwerend als intrigerend, zowel experimenteel als dansbaar is. Geen wonder dat Prince fan was!

De funky fluitman Ronald Snijders beleeft een van zijn mooiste North Sea momenten ooit. Naar aanleiding van zijn recente album The Nelson & Djosa Sessions kan hij hier aantreden met internationale gasten als Bassekou Kouyate, Edmar Castaneda en Dwight Trible, die ook zo fraai op de plaat meespelen. Net als op die prachtplaat vormt de her-interpretatie van zijn jazzfunk klassiekers uit de jaren zeventig en tachtig hier een heel boeiend amalgaam aan sferen en stijlen. Ronald is dit jaar 65 geworden, symbolisch toch nog altijd de pensioenleeftijd, maar hij lijkt actiever en meer gewaardeerd dan ooit. Deze wereldmuzikant avant la lettre kan zich geen beter bigi jari wensen… Zelf zegt hij na afloop ook vooral gegrepen te zijn door zijn gastdrummer Yoran Vroom, de bescheiden meester die al door diverse internationale collega muzikanten (Frank McComb, Ed Motta, Marcus Miller) op handen wordt gedragen. Als de kenners hun zin krijgen heeft deze Surinaams-Nederlandse jongeling een mondiale carrière in het verschiet.

Er dienen vaak lastige keuzen gemaakt worden op dit bomvolle festijn. En dus vangen we van artist in residence Ibrahim Malouf slechts enkele flarden op maar de indruk is wederom totaal overtuigend. Hij zal ongetwijfeld elders weer genuanceerd en zeer terecht de hemel worden ingeprezen. Wij spoeden ons naar Earth, Wind & Fire (openingsfoto), het pop, soul en funkinstituut dat al ruim 45 jaar bestaat. De berichten rond recente optredens waren niet hoopgevend, wellicht vanwege het verlies van bandleider Maurice White, eerder dit jaar. Blij verrast zijn we dat de groep zich ontdaan heeft van de dansmariekes die de show de laatste jaren nogal eens ontsierden. Dat heeft het repertoire van de legendarische groep echt niet nodig. De al decennia klassieke composities als Keep Your Head To The Sky, Can’t Hide Love of September bewijzen wederom hun eeuwigheidswaarde en behoren tot het collectief geheugen van vele generaties, nu en in de toekomst. Leadzanger Philip Bailey weet zijn falset goed te doseren, daar waar hij eerder wel eens in overdrive ging. Ook andere oudgedienden Ralph Johnson (percussie) en Verdine White (bas) zijn nog present. Maar vooral Verdine, voorheen een niet te temmen wervelwind die zowel zijn pasjes als spel in dubbel tempo bracht, doet het wat rustiger aan. Hij er af en toe zelfs bij zitten, iets wat we niet eerder zagen. Het totaalgeluid wordt er gelukkig niet door aangetast. De mooiste variaties horen we in de blazerspartijen die van frisse nieuwe arrangementen zijn voorzien wat deze zoveelste show die we van de groep mogen meemaken toch weer razend spannend maakt.

Door Kees Smallegange & Randy Timmers / Fotografie: Dimitri Hakke

Gezien: 9 juli 2016, Ahoy, Rotterdam