Peter Doherty gaat glorieus ten onder

Genre
Pop
Gepubliceerd op


De zanger is in de Melkweg ter gelegenheid van zijn in 2016 verschenen soloalbum Hamburg Demonstrations. Een aardige plaat, die vorig jaar toch compleet onder de radar bleef. De Melkweg is op zich wel goed gevuld, maar vooral, zoals het een optreden van een Libertine betaamt, met Britten. Dat zelfs die fans, normaliter toch de meest idolate, op een gegeven moment het ellenlange intro waar de zanger en zijn band mee aftrappen zat beginnen te worden, zegt wel genoeg. Al zit het probleem hem vooral in de begeleidingsband die Doherty heeft meegenomen. Hun wat statige sound past prima bij de vrij rustige richting die Doherty verkent op zijn twee soloalbums, maar live blijft de zanger een ongeleid projectiel, waardoor het lijkt alsof hij en zijn band twee verschillende optredens aan het geven zijn.


Zo is I Don’t Love Anyone (But You’re Not Just Anyone) in principe een prima popnummer, dat in deze uitvoering door het gezwalk van de zanger totaal niet overkomt. Een ander pijnpunt is de nogal aanwezige violiste, die soms als luidste in de mix lijkt te staan. In sommige nummers, zoals Hell To Pay At The Gates Of Heaven, zorgt dat wel voor een aangename James Bond-achtige flair, maar dikwijls staat ze zo vrolijk te strijken dat we luisteren naar een act die eerder goed zou gedijen op een countryfair of een plaatselijke braderie dan op een poppodium. Doherty lijkt het allemaal weinig te kunnen schelen, die is zoals gewoonlijk compleet van de wereld. De enige zin die we uit zijn verder onverstaanbare praatjes konden opmaken, ‘I didn’t even smoke anything’, nemen we dus maar met een korreltje zout.


Toch weet hij zich zo nu en dan te herpakken en zien we een glimp van de optredens die deze man zou kunnen geven. Zo krijgen Last Of The English Roses en The Whole World Is Our Playground prima uitvoeringen mee, waarin Doherty vol vuur staat te spelen. Dat niveau weet hij helaas niet vol te houden, waardoor de show gauw weer inkakt. Het blijft altijd wel vermakelijk om naar te kijken, maar dat is soms meer uit leedvermaak. Vooral de roadies krijgen het zwaar te verduren vanavond. Zo werpt Doherty ze om de haverklap, schijnbaar onaangekondigd, zijn gitaar toe, die iedere keer maar net wordt gevangen. Ook maakt hij er in de tweede helft van het optreden een gewoonte van om zijn microfoonstand in het publiek te smijten, die vervolgens maar weer uit de handen van de gretige fans moet worden gevist.


De sfeer wordt steeds losser en losser, wat zijn apotheose bereikt in de toegift. Nadat Doherty al een keer plotseling is weggelopen, houdt hij zich vrij kranig tijdens Ride Into The Sun (een The Velvet Underground-cover), maar dan blijkt een van de roadies jarig te zijn. Doherty, de bassist, de gitarist en de drummer smijten hem met zijn vieren het publiek in, maar worden vervolgens onder luid applaus ook zelf het publiek ingesleurd. Wanneer ze met veel pijn en moeite het podium weer zijn opgetakeld en de gitarist vervolgens de eerste noten van Fuck Forever, hét nummer van Doherty’s andere band Babyshambles, inzet, ontploft de zaal.


Het nummer klinkt, opnieuw door de bijdrage van de violiste, overigens helemaal nergens naar, maar dat zien we maar door de vingers. Liters bier vliegen in het rond, de moshpit beslaat nu bijna de helft van de zaal en de stagedivers zijn niet meer te houden. Doherty geniet zichtbaar van de chaos die hij heeft gecreëerd en wakkert die alleen nog maar verder aan. Zo komt er om half twaalf toch nog een glorieus einde aan een show waar we nog vaak aan terug zullen denken, maar misschien niet om de gewenste redenen.

Door Reinier van der Zouw / Fotografie: Paul Barendregt

Gezien: 13 maart 2017, Melkweg, Amsterdam