Sum 41 speelt 013 compleet plat

Genre
Punk
Gepubliceerd op


Tijdens de show voelt het meermaals alsof we in een stadion staan. Dat komt niet alleen doordat er in de vol geramde zaal nul bewegingsruimte is, of door het indrukwekkende arsenaal een rookmachines dat de band heeft meegenomen. Nee, helaas komt dat vooral doordat ook het geluid van stadionkwaliteit is. Het geheel klinkt als een galmende massa, waar Whibley maar met moeite bovenuit komt. Al maakt dat eigenlijk helemaal niks uit, want wanneer hij moeilijk te horen is, maken de fans het wel goed. Een groot deel van de zaal zingt vandaag vrijwel alles moeiteloos mee. Dus niet alleen oudjes als The Hell Song en Underclass Hero, die al lekker vroeg in de set voorbij komen, maar ook nieuwe nummers als Fake My Own Death kunnen op veel bijval rekenen.


Whibley en zijn kompanen hebben er duidelijk enorm veel zin in. Na ieder nummer roept de zanger wel iets in de trant van ‘Ladies and gentlemen, let’s get this fucking going’, waardoor de moshpit die al snel vooraan ontstaat steeds een beetje groter wordt. Sowieso werkt het enthousiasme van de band enorm aanstekelijk. Zo juichen we met z’n allen als er een paar fans het podium op worden gesleept, die vervolgens ook echt het grootste gedeelte van de show vanaf de zijkant van het podium mogen aanschouwen. Of als gitarist Dave Baksh zich mag uitleven op wat metalriffjes. Bij een mindere band werken dat soort gimmicks al gauw op de zenuwen, maar vanavond werkt het uitstekend.


Het helpt ook zeker dat het voelt alsof de band, en dan Whibley in het bijzonder, ook écht blij is om hier weer te mogen staan. Als de zanger de fans bedankt omdat ze hem door de moeilijkste periode in zijn leven hebben geholpen, komt dat daadwerkelijk oprecht over. Dat geeft het concert dan ook een grotere emotionele lading dan je van een band met songtitels als Take The Devil By The Horns And Fuck Him Up The Ass zou verwachten. Hierdoor vallen ook de paar rustpuntjes die in de set verwerkt zitten niet uit de toon. Bijna-ballad With Me, waarbij Whibley op een klein podium in het midden in de zaal staat, behoort zelfs tot de hoogtepunten.


Al zijn de rustpunten, hoe mooi ook, natuurlijk niet de reden waarom er ook maar iemand naar Sum 41 gaat. Dat doe je om mee te kunnen springen en schreeuwen en ook op dat vlak stelt de band bepaald niet teleur. De heren vinden vanavond een uitstekende balans tussen de nog redelijk poppy skatepunk van het eerdere werk en de wat stevigere nummers die hun repertoire rijk is. Dus is er net zo veel ruimte voor de gierende metalsolo’s van Goddamn I’m Dead Again als er is om mee te stuiteren op oudjes als Makes No Difference. Aan een knipoog is natuurlijk ook geen gebrek. Er zijn maar weinig bands die weg kunnen komen met een cover van We Will Rock You, waar dan ook nog eens een obligate sitdown in zit verwerkt, maar als Sum 41 het flikt is de zaal niet te houden.

Nadat we nog schorre keeltjes hebben van In Too Deep zijn de twee wat meer gedragen nummers die de toegift openen een aangename adempauze. Daarna zet de band met Fat Lip en Pain For Pleasure de zaal nog een keer op zijn kop. Zo komt de wervelende uitputtingsslag van bijna twee uur aan een knallend eind. Voor de release van 13 Voices vroegen we ons af of Sum 41 zijn langste tijd niet gehad had, maar in deze vorm kan de band nog jaren mee.

Door Reinier van der Zouw / Fotografie: Ron van Rutten

Gezien: 10 maart 2017, 013, Tilburg