Underworld dendert door de tand des tijds

Genre
Dance
Gepubliceerd op


Dat moet wel lukken, want Underworld heeft de tand des tijds doorstaan. De komende dagen dienen drie uitverkochte shows in Utrecht als opwarmers voor de grootste headlineshow die het tweetal tot nu toe speelde, vrijdag in het Londense Alexandra Palace.Hoewel, van opwarmen is niet echt sprake. Het duo uit Cardiff speelde Nederland – ongeveer van Paradiso tot Paaspop – de afgelopen jaren meerdere malen platter dan het land al was en hoeft ook in Utrecht geen bergen te verzetten. De titel van setopener Mmm…Skyscraper I Love You, ingezet door muzikaal meesterbrein Richard Smith,is zelfs een kant en klare karakterisering van de publieksreactie. Vanaf die opening is Underworld vooral bij vlagen van een verbijsterend niveau. Bij vlagen ja, want I Exhale en If Rah van meest recente plaat Barbara Barbara, We Face A Shining Future (2016) veroorzaken mede door de wat verdrinkende vocalen van Karl Hyde een vrij flauwe fase.


Dat dat dipje klein en van korte duur is, is de verdienste van diezelfde Karl Hyde. De beste man is inmiddels zestig, maar qua energieniveau lijkt zijn leeftijd nog altijd dichter bij de zestien te liggen. Hij krijgt een beetje hulp van de uitbundige lichtshow, maar niets blijkt hypnotiserender dan de heupen van Hyde himself. Na een sterk Dark & Long (Dark Train) veegt Hyde met de heerlijke hit Two Months Off ook de voeten van zijn publiek van de vloer. Het eveneens euforische en relatief recente Scribble rondt een raak blok in stijl af. Hoewel zulke zeroes-krakers vanavond goed werken, blijkt in het tweede deel pas echt hoe tijdloos de techno van Underworld is.


Natuurlijk kennen nineties-nummers als King of Snake een hoog nostalgie-niveau, maar die nostalgie klinkt in de uitvoering van Underworld heel erg van nu. Stapje voor stapje bouwen Hyde en Smith het nummer uit tot een razendsnel rad van fortuin. Die ronde hebben de mannen al vaak genoeg gedraaid, maar op een routineklus lijkt het geenszins. Juist het plezier waarmee Hyde en Smith spelen stelt hen in staat tot perfectie.


Na rustpauze Cups, waarbij het altijd aanwezige praatpubliek het feest poogt om te dopen tot borrel, verandert het tweetal TivoliVredenburg namelijk in een toendra van techno waarop niets anders groeit dan kale kickdrums. Vooral bij de tandem tussen de hysterisch harde hit Cowgirl en het snoeiharde Moaner dringt de vraag zich op of de heren nog wel weten dat de zaal morgen en overmorgen ook nog bespeelbaar moet zijn. Dat weten ze nog, want na die four to the floor-vloed volgt de verlossing in de vorm van het onvermijdelijke en ongeëvenaarde Born Slippy .NUXX. De Britten beginnen met de tussensectie vol trommelvlies-terreur, maar trekken daarna aan de traanbuizen als ze Tivoli bij het intro in goud licht laten glunderen.


Dan dendert de techotrein weer door, terwijl veertigers elkaar ergens tussen euforie en extase in de armen vallen. De vlam brandt beeldschoon op, maar geeft nog warmte tot lang nadat Hyde en Smith het podium verlaten hebben. Wachten op een toegift na Born Slippy heeft geen zin, dat weet iedereen. Toch loopt de zaal niet leeg. Mensen verlangen alweer tevergeefs terug naar vroeger, ook al is dat vroeger pas een minuut verdwenen. ‘Choose life’, zou Mark Renton uit Trainspotting zeggen, en troost je met de gedachte dat er naast de boze buitenwereld altijd een utopische Underworld zal zijn om naar terug te keren.

Door Dirk Baart / Fotografie: Arend Jan Hermsen

Gezien: 13 maart 2017, TivoliVredenburg, Utrecht