White Lies preekt voor eigen parochie in Paradiso

Genre
Pop
Gepubliceerd op


Vierde plaat Friends, vorige week uitgekomen, draagt bij aan dat gevoel. De tracks van het album klinken ook live als matige Killers-tracks. Precies, dat zegt wat. Zodra White Lies opent met Take It Out On Me, het enige écht goede nummer van de plaat, blijkt echter dat de band live in mindere mate – zoals we in onze recensie schreven – ‘een geloofwaardigheidsprobleem heeft’. In Paradiso gelooft iedereen nog in de white lie, het leugentje om bestwil. Die kalende man in een Joy Division-shirt, die weet al lang dat White Lies een schaap in wolfskleren is die meer lijkt op Coldplay dan op de formatie rondom Ian Curtis. Toch zingt hij luidkeels mee. Hij is de enige niet. De rest van het indrukwekkende openingssalvo, There Goes Our Love Again en To Lose My Life, krijgt dezelfde behandeling. White Lies preekt in de Amsterdamse poptempel voor eigen parochie.

  

Het grote verschil tussen het podium en de plaat heet Harry McVeigh. Dankzij hem wordt de hele band vanavond op zijn blauwe ogen geloofd. Hoewel hij zijn handen nog altijd om de haverklap ter hemel heft, is het megalomane er bij McVeigh inmiddels wat vanaf. Het gebaar lijkt nu eerder een signaal van zelfmedelijden. Het is niet eens onterecht. Paradiso hoort namelijk een verdienstelijk zanger die zelden verdrinkt in het bombast van zijn bandgenoten en ziet een sympathieke jongeman die het publiek na ieder nummer op identieke wijze bedankt. Al dat leed dat hij bezingt, dat gun je hem niet. Gelukkig zijn de teksten afkomstig van Charles Cave, die zelfs voor een bassist een wel erg anoniem podiumbestaan leidt. Eigenlijk gun je het McVeigh ook niet om die clichématige teksten te moeten zingen, overigens. Leuke glimlach heeft ‘ie nog, maar het glazuur op zijn tanden moet inmiddels verdwenen zijn.


White Lies smaakt als cake op een begrafenis: een hapje is best lekker, maar verder blijft het een wat verdrietige aangelegenheid. Het baksel zakt na de vliegende start namelijk zo erg in elkaar dat alleen de fans met Rituals-shirts zich nog lijken te vermaken. In de eerste helft van de set oogsten oudjes Unfinished Business en Farewell To The Fairground nog wat bewondering, maar na rust lukt dat alleen afsluiter Death en toegift – gelukkig het enige nummer van de tweede plaatop de setlist – Bigger Than Us nog. Dit zijn anthems die je de arena’s waarvoor ze geschreven zijn niet misgunt. 



Het is dan ook zonde dat het maken van een Greatest Hits zo lang duurt als iedere plaat maar één hit bevat. White Lies is nu veroordeeld tot een set met hoge pieken, maar veel meer diepe dalen. Je zou toch zeggen dat de wisselende publieksrespons de Britten ertoe zou aanzetten weer eens een plaat als To Lose My Life te maken. ‘It’s bigger than us’, zingt McVeigh herhaaldelijk voor hij met een gehavende bos rozen het podium verlaat. Misschien moeten we hem op dat gebied ook maar geloven.

Door Dirk Baart / Fotografie: Arend Jan Hermsen

Gezien: 13 oktober 2016, Paradiso, Amsterdam