Cover story: Contra

Genre
Indie
Gepubliceerd op

Het verhaal achter de platenhoes van Contra is in eerste instantie helemaal niet zo interessant. Gitarist Rostam Batmanglij (die de band vorig jaar verliet) vond de foto op Flickr, kocht de rechten voor vijfduizend dollar van een fotograaf uit New York en liet er frontman Ezra Koening een simpele albumcover van maken. Geen diepere gedachtegang. Gewoon een leuke jonge vrouw op de cover. That's It.

Enkele maanden voor de release verspreidt de band de foto van het meisje via social media om uiteindelijk via de website ithinkuracontra.com het album aan te kondigen. De jonge dame op de foto is de op dat moment 23-jarige Ann Kirsten Kennis, een model dat vooral in de jaren tachtig succes boekt door voor grote internationale merken te poseren. Anno 2010 is ze model af en laat haar 13-jarige dochter haar voor het eerst de cover van het album zien. Kennis heeft op dat moment nog nooit van Vampire Weekend gehoord, maar besluit verder geen aandacht aan de foto te besteden.

Dat verandert wanneer ze haar foto steeds vaker voorbij ziet komen. Haar hoofd prijkt op winkelgevels, in kranten en tijdens concerten van de band. Ze voelt zich uitgebuit en sleept de band, het label en de fotograaf voor de rechter. De fotograaf, Tod Brody, ontkent direct dat de rechten van de foto bij het ex-model liggen. Volgens hem heeft hij de foto in de jaren tachtig tijdens een casting voor een tv-reclame gemaakt. Hij zou die dag wel dertig foto's van verschillende modellen maken, maar hield alleen de foto van Kennis, omdat hij - net zoals de band - gefascineerd was door haar foto.

Die uitspraak bleek het startschot voor een welles-nietes-discussie tussen de twee. Kennis beschuldigt Brody van leugens, omdat de foto per definitie niet voor een auditie kon worden gemaakt door het gebrek aan goede verlichting, make-up en een geschikte achtergrond. Volgens haar maakte niet Brody, maar haar eigen moeder de foto in haar ouderlijk huis.


Hoewel beiden geen hard bewijs voor de rechten van de foto hebben, werkt de reputatie van Brody in zijn nadeel. De New Yorkse fotograaf wordt op internetfora meermalen bestempelt als een oplichter die zijn inkomen verdient door anderen te bedriegen. Dan brengt hij ineens een formulier naar buiten waarop staat dat Kennis de rechten van de foto aan hem overdraagt voor het symbolische bedrag van één dollar. Direct worden er vraagtekens bij het formulier gezet, aangezien het contract vol staat met fouten. Kennis' achternaam wordt op verschillende manieren geschreven en ook is de datum doorgekrast en aangepast. Vampire Weekend betwijfelt ook de echtheid van het formulier en distantieert zich van Brody.

De media smullen van de soap rondom het album en net wanneer het hele circus zich naar de rechtbank lijkt te begeven, laat Kennis haar aanklacht vallen. Samen met de band heeft ze een schikking gevonden voor een onbekend geldbedrag. Vampire Weekend sleept Brody nog wel voor de rechter wegens het misleiden en oplichten van de band, maar de rechter verwerpt de aanklacht, waardoor Brody vrijuit gaat. Uiteindelijk loopt het hele verhaal met een sisser af en is Vampire Weekend een smak geld armer, maar vooral een plaat met een interessante hoes rijker.

Lees ook onze cover story over Whatever People Say I Am, That's What I'm Not van de Arctic Monkeys.

Door Melvin Sturm