De grote hartstocht van Joost Zwagerman (OOR-archief)

Genre
ALL
Gepubliceerd op

DE GROTE HARTSTOCHT VAN JOOST ZWAGERMAN 
Uit: OOR 3 2006
Door Tom Engelshoven


Voor Perfect Day bundelde Joost Zwagerman (42) een aantal artikelen, portretten en essays die hij de laatste twintig jaar over popmuziek schreef. Hoewel hij ‘totaal niet die pretentie’ had, laat Perfect Day zich lezen als een even erudiet als toegankelijk geschreven overzicht van de popgeschiedenis van 1977 tot 2006.


‘Dit is een boek van een liefhebber,’ benadrukt hij. ‘Een liefhebber die een heel andere kant is opgegaan in zijn leven, maar die nog altijd met een schuin oog zijn grote hartstocht volgt, de popmuziek.’ Perfect Day bestaat uit vijf hoofdstukken en een zogenaamde bonustrack: Gimmick! The 2006 Remix. De hoofdstukken behandelen onder andere het fenomeen popboeken (The Book I Read), Nederlandse popsterren (In The Dutch Mountains), de portretkunst van Anton Corbijn (Picture This) en de hoogtijdagen van Prince en Madonna (The Bourgeoisie And The Rebel). Met beide iconen uit de tweede helft van de jaren tachtig lijken meteen twee van Zwagermans grootste helden genoemd.

‘Bronnen voor fascinatie,’ nuanceert hij. ‘Prince was zeker een muzikale held tot een bepaald moment. Maar Madonna is het nooit geweest. Hoe ze kwam bovendrijven in de slipstream van de homocultuur in de jaren zeventig, dat vond ik fascinerend. De schranderheid en creativiteit waarmee ze zich aan de top weet te houden door middel van haar imagowisselingen! Madonna is eigenlijk een soort hologram waarop je je eigen idealen kunt projecteren. Feministen en obscure Franse filosofen hebben over haar geschreven, maar ze is ook voer voor de Peter van der Vorst-achtigen onder ons. Waar zie je dat? Eigenlijk nergens.’

Prince en Madonna speelden eind jaren tachtig veel met symboliek. Religieuze, maar vooral seksuele symbolen werden door hen telkens omgedraaid - wat jij seksuele inversie noemt.

‘Het wordt nu bijna gezien als iets vanzelfsprekends, als een soort trucje. Terwijl het in die tijd grote verwarring zaaide. Madonna had het van David Bowie. Hij triggerde haar in het najagen van die inversie, in het tonen en uitbuiten ervan. Als er iemand was die in de jaren zeventig speelde met die seksewisseling, dan was hij het wel. Ziggy Stardust was toch eigenlijk een bovengeslachtelijk wezen, eigenlijk de mannelijk voorloper van wat Madonna later is gaan doen.’

Je laat in je boek artiesten die recht uit het hart musiceren vaak links liggen. Het lijkt je vooral te doen om hen die een spel spelen. Artiesten die functioneren vanuit het hoofd en het kruis.

‘Katholiek in hart en nieren, ja. Je kunt jezelf nooit helemaal kwijtraken, je neemt jezelf mee in je voor- en afkeuren. Ik ben natuurlijk een kind van de buitenwijk. Ik ben geen jongen uit een plattelandsgemeente die is opgegroeid met Normaal en zijn roots in de blues heeft liggen. Waarom vond ik The Cure wel interessant? En andere groepen niet? Robert Smith was natuurlijk ook een heel braaf kind uit de buitenwijk, die hoopte een soort wijsheid te ontlenen aan het aanbrengen van kool onder zijn ogen. Sommige voor- en afkeuren blijken heel toepasbaar te zijn op je eigen leven of achtergrond. Wie weet zie je een vergroting daarvan of een bevestiging ervan in je muzikale smaak.’

Waarom heb je dat niet opgeschreven? Je onthult nu veel meer dan in het boek: dat die popverhalen eigenlijk over jezelf gaan.

‘Ik wilde de lezer niet te veel lastigvallen met mezelf en ruim baan geven aan al die verschillende stemmen die me door het hoofd zijn geschoten de laatste jaren. En wat ik nu zeg, ja, onderhuids speelt dat allemaal ook wel een beetje in andere boeken van mij. In Gimmick! In De Buitenvrouw, een verhaal dat zich zo overduidelijk in de buitenwijk afspeelt. De buitenwijk, dat aangeharkte paradijs van burgerlijke veiligheid waar je als tiener uit wilt breken, en later altijd weer naar terugverlangt! Waarom heb ik jaren later over Albion [England Is Mine. Pop Life In Albion From Wilde To Goldie, uit 1997] geschreven? Waarom trof het me zo dat de Britse schrijver Michael Bracewell in dat boek een bepaalde bron van de Engelse popmuziek situeert in het eeuwige Suburbia? En waarom noem ik later weer American Beauty als een sleutelfilm voor mezelf? Dat heeft allemaal met mijn achtergrond te maken.’

Zo hebben we in Nederland met Johan natuurlijk ook de ultieme buitenwijkplaat.

‘Ha, Pergola. Dat is trouwens een van de zeldzame keren dat ik weer helemaal van mijn sokken werd geblazen door een Nederlandse topgroep. Pergola is niet the landmark geworden die het wel verdiend te zijn. Ontzettend jammer. Die jongen [Jacco de Greeuw] is echt zo briljant dat het hem bijna boven het hoofd groeit. Dat is ook gebeurd. Hij is erg depressief geworden. Dat zou ik ook worden met zo’n talent. Dat is je ongeluk als je in dit land woont en je zit, zoals hij, in Hoorn. Niets is toeval.’

‘Kijk, ik ben natuurlijk niet meer die 25-jarige jongen die gefascineerd raakte door Madonna of Prince. Ik ben nu een 42-jarige man die ineens heel ontroerd kan raken als ik een zeventienjarige skater op MTV zie vertellen over de gevaren die hij beleeft, terwijl ik op de achtergrond in zijn slaapkamer een poster zie hangen van The Kick Inside van Kate Bush. Wat is het dat hem zo fascineert in die platenhoes? Hebben zijn ouders Kate Bush vroeger gedraaid? Ziet hij er iets Japans/manga-achtigs in dat ik niet herken? Het is een mooie aanleiding om op te schrijven dat er een nieuwe cd van haar is uitgekomen, waarop ook ik heel lang heb gewacht. En waarvan ik nu zeg: Wat heb je al die jaren gedaan, Kate? Want zo briljant is het ook weer niet. Zo zit er in ieder stuk een verborgen premisse of onuitgesproken lijn naar mijn eigen leven toe. De Jeugd Van Tegenwoordig past qua postmoderniteit, verwijzingen en overbewustzijn heel erg in het rijtje The Cure, Prince, David Bowie. Ze hebben heel goed geluisterd naar wat er allemaal gebeurd is in de hiphop. En ze weten ook geweldig bruggen te slaan naar andere genres. Met een achteloosheid en een virtuositeit die ik in andere Nederhop helemaal niet waarneem. Nu zien we ineens wat er gebeurt als drie virtuoze jongens met dit genre aan de slag gaan. Met die vierde onzichtbare gestalte erbij.’

Een thema in je boek is ook het onderscheid tussen hoge en lage cultuur. Jij erkent dat popmuziek lage cultuur is, maar daarbinnen zoek jij dan naar het hogere.

‘De Britse schrijfster Julie Burchill had een aantal jaren het blad The Modern Review. De slogan ervan, die Martin Amis ook vaak gebruikte, was High brow on low culture. Het is natuurlijk altijd heel geestig, als je met de blik van de literatuurbeschouwer naar de laag geachte cultuur gaat kijken. Die natuurlijk helemaal niet laag is.’

Je schrijft ook over de begrafenis van André Hazes. De volkszanger lijkt weer een treetje lager te staan dan de popmuzikant.

‘Ik wijs volkszangers niet af, maar ze spreken me gewoon niet aan. Het interessantste dat André Hazes heeft gedaan is doodgaan. Want toen werd hij ineens heel erg interessant. Zijn muziek heeft me nooit geboeid. Maar toen hij daar lag opgebaard kon ik wat met die figuur. Mensen zagen er een christelijk ritueel in. Anderen zeiden: Nederland is verdoofd, maar haakt toch naar zijn idool. En ik vond vooral dat de Afrikanen in ons los kwamen. Wij waren ineens allemaal blanke Afrikanen die een heidense dienst met oerrituelen voor voodoo hielden rond André Hazes.’

Je beschrijft in je boek de Amerikaanse droom (Elvis Presley, Springsteen) en de Britse droom (The Cure, The Smiths), maar wat zou de Nederlandse droom zijn? Dat je Marco Borsato heet, getrouwd bent met Leontine Ruiters en in een droomhuis in Blaricum woont?

‘Ja, dat is toch wel iets geheel anders dan The British Dream in de suburbs. Marco Borsato, dat is gewoon Nederland Talpaland. Happily ever after behind a white fence. Dat is het dus niet! Ik zie de spanning die de buitenwijk genereert dus wel bij Johan en Ellen ten Damme. Zo’n meisje uit Roden dat aan ballet deed en via de Kleinkunst Academie een hoek van de cultuur ontdekt waarvan ze het bestaan niet kende. Ze gaat spelen bij Soviet Sex, wat ik in Nederlandse proporties onze eigen Velvet Underground vind. Kunstenaars die popmuziek maakten! En dan kunstenaars die als kunstenaar ook echt iets hebben betekend! Dat is een unicum in Nederland. Ellen zag dat, begreep dat en voelde dat aan. Niet Anouk, wel Ellen ten Damme.’

Anouk is definitely een betere zangeres.

‘Anouk is hors concours. Maar daar kan ik als schrijver, die het literair drama zoekt, niet zoveel mee. Ze is volstrekt authentiek. Doet alles op intu?tie. Ze heeft een goede reeks cd’s neergezet. Met name die akoestische albums, die zich eigenlijk in de zijlijn van haar oeuvre bevinden, daar hoor je pas hoe briljant zij is. Als zij destijds in Amerika geen ruzie had gemaakt, hadden Ruud Gullit en Johan Cruyff wel kunnen inpakken, want dan was Anouk Nederlands exportproduct nummer één in de wereld.’

Laten we het over de song Perfect Day hebben. Dat liedje van Lou Reed gaat voor jou iets heel anders betekenen als het gedraaid wordt op de begrafenis van Theo van Gogh.

Perfect Day is de titel van mijn boek omdat het een heel beladen nummer is. Lou Reed was een madman die jarenlang goed getraind voortraasde op de vleugels van de heroine. Hij heeft één toegankelijk feel-good liedje. Wat Perfect Day is voor Lou Reed is Een Eigen Huis voor René Froger. Een lichtpunt in een oeuvre. Ik wist niet wat me overkwam, toen ik ineens Perfect Day hoorde opklinken tijdens de dienst voor Van Gogh. Nooit geweten dat hij een Lou Reed-liefhebber was. Ik heb met hem over veel dingen gepraat, maar ik heb hem nooit over de Velvet Underground gehoord. Maar er is iets gebeurd met dat nummer. Je kunt er nooit meer naar luisteren zonder aan die dag te denken.’

Dat komt ook door de laatste regels van dat liedje: You’re going to reap just what you sow. Wat je zaait zul je oogsten!

‘Ik ben er heilig van overtuigd dat men gedacht heeft: we gaan een liedje draaien waarvan Theo altijd heeft gehouden en dat misschien ook wel iets zegt over Theo. De man die altijd het cynisme omarmde, die altijd op zoek was naar het zwarte, maar tegelijkertijd van een feel-good liedje hield als Perfect Day. Maar dat de eindzin You’re going to reap just what you sow luidde, dat hebben de ouders, vrienden en dierbaren nooit beseft. Dat is uitgerekend datgene wat je in de maanden na de dood van Van Gogh echt uit een aantal Marokkaans-Nederlandse monden hebt gehoord. Hij heeft erom gevraagd. En dat liedje klonk daar! Dat is toch verschrikkelijk? Ik zou haast willen zeggen, op het moment dat die zinnen klinken hoor je de fanatici onder onze moslim-Nederlanders applaudisseren! Dat kan toch niet de bedoeling zijn geweest.’

Uit veel stukken, zoals je interview met Maarten Roozendaal en de beschouwingen over De Jeugd Van Tegenwoordig en Van Goghs begrafenis, rijst een weinig vrolijk beeld op van het huidige Nederland.

‘Liedjes zijn vaak een aanleiding om iets te zeggen over het hier en nu. Ik sta niet te boek als een politiek schrijver, maar soms kun je er bijna niet omheen. Het begint toch op te vallen dat mensen uit de massacultuur als Lange Frans en Baas B exact hetzelfde zeggen als de journalist van de eeuw, H.J.A. Hofland, of de voormalige Dichter des Vaderlands, Gerrit Komrij. Er is iets gaande, er hoeft maar dit te gebeuren, een politieke aanslag, een daad van terreur, of het land valt inderdaad in een zelfgegraven put van een soort manische depressiviteit. Het land dat tikt als een tijdbom. Lange Frans en Baas B zingen het, Komrij schreef bijna woordelijk hetzelfde! Nou, als beide polen hetzelfde constateren, dan moet er wel iets aan de hand zijn.’

Dat liedje van Lange Frans en Baas B is natuurlijk ook een soort Zestien Miljoen Mensen op hiphop, een samenbindend liedje.

‘Ik haal er natuurlijk net dat ene voor mij interessante regeltje uit. Voor de rest vind ik het een aaneenrijging van suikerzoete dommiteiten. Ik kan er bijna niet naar luisteren. Ik vind het een oelewapperig liedje. Als je dat dan ook hoort: Ga je mee naar Diemen Zuid? Dan denk ik: nou, nog voor geen goud! Het oelewapper-element van de Nederlandse rap wordt belichaamd door die twee.’

 Foto: Erik Smits

Perfect Day eindigt met een zogenaamde literaire bonustrack, Gimmick! The 2006 Remix. Een gemoderniseerde versie van je boek Gimmick! uit 1989, over jonge kunstenaars die op zoek naar genot gingen. In de tussenliggende 25 jaar is de samenleving enorm verindividualiseerd…

‘Ik ben ervan overtuigd dat alle ontwikkelingen in de moderne samenleving, in de techniek, in de economie, erop gericht zijn om ons de god in het diepste van onze consumptie te maken. De moguls van de industrie doen er alles aan om ons een soort superfunctionerend goddelijk individu te maken. Met een eigen iPod, met een dvd-collectie die je kunt downloaden. Je hoeft nergens meer moeite voor te doen. Het gaat, kan en mag allemaal zo makkelijk, dat consumeren. Het korte lontje dat we hebben is niet alleen onze volksaard. Het is volgens mij een onvermijdelijk gevolg van het feit dat de economie, een economische terreur zou ik haast zeggen, ons dicteert om nergens moeite voor te hoeven doen en om nergens op te hoeven wachten. Jongeren hoeven niet weken te sparen voor een album dat ze willen hebben, want ze kunnen het zo downloaden. Dus schaarste, ergens naar verlangen, een album zien glanzen in een platenzaak en een krantenwijk nemen om dat album te kunnen kopen, die levensinstelling, dat leven met schaarste, dat wordt door de economie voor ons weggewerkt. Wij vinden dat vooruitgang.’

Met seks is het hetzelfde, dat is ook een hobby-achtig consumptie-artikel geworden.

‘Ik moest nog heel veel zakgeld sparen en heel veel schaamte overwinnen en met een aantal vriendjes overleggen of we het ooit konden maken om een pornoboekje te kopen toen ik veertien, vijftien was. Nu moeten kinderen eigenlijk meer de seks wegdrukken als ze naar een site willen dan dat ze ernaar op zoek gaan. Dat is wel bizar. Nee, dat drukken we weg! Kinderen, weet je wel! Van twaalf! Seks als het Hoogst Bereikbare, als de Heilige Graal is passé. Het is niet langer het zinnebeeld van Het Wereldraadsel. Wat het toch eigenlijk voor Prince en Madonna wel was. Wisten wij veel dat wat bij Madonna begon, eindigt bij Mien in de Kinkerstraat, die bij wijze van zaterdagse routine haar jarretels weer aanritst en vervolgens in de taxi stapt om naar een Wasteland Party te gaan. Het is wel wijs van Madonna dat ze nu op haar zevenenveertigste zegt: Ik weet niet of ik achteraf de mensheid zo van dienst ben geweest door mijn eigen exhibitionisme op een hoger plan te zetten. Madonna vindt nu dat haar kinderen beschermd moeten worden tegen types zoals zij vroeger was. Een ironisch stemmende ontwikkeling.’

Je schrijft in je boek ook dat het generatieconflict in de popmuziek heel anders verloopt dan toen jij zelf jong was.

‘Kinderen willen altijd ergens uitbreken. Vandaag de dag willen ouders die uitbraak zo goed mogelijk begeleiden. Dat is natuurlijk radicaal anders. Ouders die krampachtig proberen de beste vriend van hun kinderen te zijn. En daar nog in slagen ook. Mijn vader begreep al helemaal niks van Fleetwood Mac, laat staan dat hij iets begreep van The Clash en van The Stranglers. Maar mijn generatie begrijpt dondersgoed waarom onze kinderen Eminem goed vinden. Wij overladen onze kinderen met een op een gegeven moment allesverstikkend begrip. Waar moet je nog heen als je vader Eminem ook interessant vindt? De jeugd is ook een totaal ander fenomeen geworden. Mensen van over de vijftig doen zo jeugdig mogelijk.’

Michel Houellebecq suggereert dat mensen boven de vijftig eigenlijk nutteloos en overbodig zijn.

‘Hij signaleert een obsessie met de jeugd. Wij begrijpen onze kinderen! Maar wat zegt dat over ons? Dat wij infantiel willen blijven. Uit angst om dat vreselijke etiket mee te krijgen, dat Houellebecq ook opplakt: oud. Af. En dus rekt de jeugd zich op naar over de vijftig. Maar de feitelijke realiteit is dat het natuurlijk helemaal niet zo is. Jeugd is en blijft gewoon jeugd. Jeugd is van 13 tot en met 25 en met heel veel fantasie een stukje richting de dertig and that’s it. Het lijkt erop alsof iedereen van alle leeftijden nog mee mag doen aan de hippe, snelle popcultuur, maar in de werkelijkheid is dat helemaal niet zo. Bepaalde sensaties openbaren zich nu eenmaal moeilijker aan je als je ouder bent dan achttien. Dus blijf je haken in wat je hebt meegemaakt en zo word je vanzelf een conservatief. Vervolgens zet je nog maar eens de Talking Heads op, je leest nog maar wat JD Salinger en je kijkt nog maar eens wat naar de kunst van Gerhard Richter. Het mooie is dat je daar heel gelukkig mee kan zijn. Het vervelende is dat veel mensen van mijn leeftijd dat geluk gaan ontkennen en tegen de klippen op jeugdig gaan lopen doen. Over die tragiek schrijft Houellebecq. Ik hoop dat die tragiek op mij niet van toepassing is. Eén ding is erger dan een oude lul, dat is een oude lul die zijn leeftijd ontkent. Wat ik om me heen zie is een massale ontkenning. Erg tragisch en pathetisch.’

POPFUNDAMENTALISTEN (kader)

Zwagerman introduceert in zijn boek ook de term popfundamentalisten. Daarmee doelt hij o.a. op De Subjectivisten, die op internet elke keer op hun achterste benen staan als iemand iets schrijft over een poponderwerp dat zij denken geannexeerd te hebben. ‘Ik vind die Subjectivisten-site echt een aanwinst. Ik lees daar graag in. Ik vind het ook wel een van de zegeningen van het internet, dat mensen met een gedeelde smaak en fascinatie bij elkaar komen en op sommige momenten de geschreven pers naar de kroon steken. Ik ben nu de clips van Anton Corbijn aan het kijken om er een stukje over te maken. Waar zie ik daarover een echt goed stuk? Bij De Subjectivisten. Tegelijkertijd: iedereen heeft zijn eigen iPod, iedereen is zijn eigen professor in de popkunde. Dat heeft hilarische en ontroerende aspecten in de film Hi Fidelity, maar de schaduwkant ervan is een soort popfundamentalisme. Dat noem ik niet voor niets zo. Dat zijn nogal intolerante mensen die een soort jihad afkondigen over iedereen die niet zo diep in de materie en zo radicaal met popmuziek omgaat als zijzelf. Zij beschouwen popmuziek zoals de van-kaft-tot-kaft-lezers omgaan met de bijbel. Die zeggen: wat er in de bijbel staat, dat is ook zo, dat moeten we naar de letter interpreteren, dus homoseksualiteit deugt niet. Nou, dat fundamentalisme zie je nu ook bij de popmuziek. Het was er natuurlijk altijd al, want popmuziek is natuurlijk een religie. Ik voorspel trouwens dat Nederland tussen nu en twintig jaar een revitalisering van het religieuze bewustzijn zal krijgen. Dat er meer mensen naar de kerk zullen gaan. Niet omdat ze in God geloven, maar omdat ze willen weten waar ze vandaan komen en in welk land ze leven. De islam openbaart zich aan ons op een voor ons ouderwetse, beginselvaste manier waar niet van mag worden afgeweken. Dat is voor de ontkerkelijkte autochtone Nederlander behoorlijk confronterend. Maar de opkomst in onze samenleving van de islam dwingt ons na te gaan wie wij anno 2006 nu eigenlijk zijn. Wat bindt ons? Hooguit het Nederlands Elftal. Dat hebben we op dit moment nog samen. Tegenover een religie die zich zo duidelijk als een eenheid manifesteert, hebben wij niets dan verbrokkeling, individualisering, ego?sme en genotzucht te stellen. Fijn dat het er is, want ik wil op z’n tijd ook graag op de vleugels van hedonisme door mijn weekend zwaaien, natuurlijk. Maar het biedt geen houvast voor ons zelfbeeld. Wij lijden aan eenheid door versplintering. Als we maar even een heel klein soort gemeenschappelijke smaak hebben, dan vinden we elkaar in een zijlijn van een zijlijn van een zijlijn. Zo’n Subjectivisten-site, daar groept dan een stel mensen samen dat het allemaal even zeker weet. Maar dat is niet genoeg, daar red je het niet mee. Je kunt geen strijdende communistische cellen opbouwen op basis van smaak, uitgaan en consumptiepatroon.’


DE PLATENKAST VAN JOOST ZWAGERMAN
Uit: OOR 3 2010
door Yorick Buwalda


 Foto: Titia Hahne

NU IN DE SPELER

‘Elephant Gun van Beirut. Ik had zijn reguliere albums al, maar miste deze EP en heb hem gelijk van iTunes gehaald. Mijn kinderen vinden het trouwens ontzettend suf dat ik daar mijn muziek haal. Pap, weet je wel wat dat kost? Daar hadden we wat leuks van kunnen doen! Zij zijn dan oprecht geschokeerd en als ik hen de moraal – ik zou het zelf heel vervelend vinden als mensen illegaal e-books van mij zouden downloaden – probeer uit te leggen, begrijpen ze het niet. Mijn 15-jarige zoon kent niemand die muziek koopt. Ik probeer ze wel eens blij te maken met een cd. Dan vraag ik wat ze mooi vinden en stel dan voor daar een echt album van te kopen. Dat hoeft niet pap… verzuchten ze dan.’

LAATST GEKOCHT

‘Pharmacy Of Love, de nieuwe van Bettie Serveert. Een vriendin van mijn vrouw wilde de eerste albums van de Betties van ons lenen omdat ze de nieuwe zo goed vond. Ze gaan daarop terug naar hun roots, naar die snelle pop. Dat wilde ik wel even horen. Ik heb ook Know Better Learn Faster van Thao With The Get Down Stay Down gekocht. Toen ik ‘m hoorde op de luisterpaal van VPRO’s 3voor12, dacht ik gelijk: downloaden!’

EERSTE PLAAT

‘Dat was een K-Tel-verzamelaar met onder meer The Rubettes en Kool & The Gang. Lp’s waren best duur, maar als ik ze niet leuk vond kocht mijn vader ze over voor driekwart van de prijs zodat ik weer wat anders kon halen. Mijn eerste echte album was Fleetwood Macs Rumours. Dat was in 1977, toen was ik veertien. Mijn vader vond het niets. Die wilde het niet eens overnemen als ik het toch niet goed vond [lacht]. Maar ik vond het heel mooi en ben dat altijd blijven vinden. Die lp’s kocht ik bij Disky in Alkmaar. Toen ik wat ouder was, ging ik naar Boudisque in Amsterdam. Daar hadden ze spannendere bands als Cabaret Voltaire en This Mortal Coil. Die waren in Alkmaar niet te vinden.’

JEUGDZONDE

‘Ik had m’n haar wel omhoog en heb zelf eens een week lang geblondeerd rondgelopen, maar dat was geen succes. Eigenlijk was ik meer een weekend punk. Het leven was simpel: je was punk of je was disco en je ontleende je identiteit aan de muziek die je luisterde. Al vond ik disco heimelijk best goed. Veel van die bands draai ik nu niet meer: Dead Kennedys, Stiff Little Fingers, 999... Ik weet ook nog goed dat het eerste album van The Smiths uitkwam. Daar luister ik nu nog steeds naar. The Queen Is Dead was nog beter. Dat waren toch wel mijlpalen in mijn leven als adept en fan. Morrissey ben ik ook blijven volgen.’

BESTE PLAAT ALLER TIJDEN

Op dit moment is het misschien wel OK Computer van Radiohead. Al denk ik dat er een tijd kan komen dat Radiohead de Queen wordt van mijn generatie. Dat het eigenlijk heel drakerig blijkt te zijn. Ik luister ook erg vaak naar The Smiths en Morrissey, Imperial Bedroom van Elvis Costello en Songs In The Key Of Life van Stevie Wonder. Maar ook Berlin van Lou Reed. Ik moest ooit een lezing geven in Goes. Op weg naar huis was het heel naargeestig weer en draaide ik Berlin. In één keer kwam die ontzettend dwarse en gitzwarte plaat dwars naar binnen. Ik moest m’n auto aan de kant van de weg zetten en op adem komen.’

GUILTY PLEASURE

‘Mijn vrienden begrijpen het niet en ik word erom uitgelachen, maar ik vind Lily Allen ontzettend goed. Haar stem is mooi, de teksten zijn leuk. Op iTunes staat een waanzinnige akoestische versie van The Fear. Ik denk dat over tien jaar de mensen zullen zeggen dat het toch wel heel erg goed was. Het nummer Chinese, over dat ze Chinees gaat eten met haar moeder en ze dan samen een klein geluksmoment beleven... zo goed!’

MUZIEKBOEKEN

England’s Dreaming van Jon Savage [uit 1991]. Het ontstaan van punk wordt hierin helemaal gereconstrueerd en geeft die hele periode weer: de economische crisis en de uitzichtloosheid van de jongeren. Geweldig om te lezen. Lipstick Traces: A Secret History Of The Twentieth Century van Greil Marcus gaat over hetzelfde onderwerp maar met een andere inslag. Marcus legt een link tussen punk en het dadaïsme. De manier van werken, de nadruk op het speelse en spontane en de antikunst komen overeen. Maar ja, die punks hadden nog nooit van Tristan Tzara of Kurt Schwitters gehoord. Marcus geeft dat zelf ook aan, maar omdat hij het verband ziet, is het waar! Dat vind ik dapper. Waarom vergelijken we popmuziek alleen maar binnen het eigen domein? Waarom zou Bloc Party niets te maken hebben met beeldende kunst of literatuur? Dit boek is een eye-opener.’

Meer Zwagerman uit het OOR-archief? Zijn debuut in onze kolommen (op 25-jarige leeftijd in 1989) en zijn laatste bijdrage aan OOR (bij ons 40-jarig jubileum in 2011) vind je hier

De portretfoto helemaal bovenaan deze pagina is van Keke Keulenaar.