Interview: Rudeboy forever!

Genre
Hiphop
Gepubliceerd op

Hij is de vijftig intussen gepasseerd, maar hij blijft een Rudeboy (Jamaicaans-Engels voor ‘jeugddelinquent’). Patrick Tilon heeft nog steeds, of misschien wel meer dan ooit, het heilige vuur. ‘Ik werd een Rudeboy in 1978 en die naam en die setting van wat je wilt zijn, heb ik altijd gehouden. Ik was zeer opvliegend’. Waaraan hij meteen toevoegt dat hij dat nog steeds is, maar dat hij nu zijn irritaties zorgvuldiger kiest.

De Amsterdamse vocalist (rapper dekt de lading onvoldoende: ‘Rap vocals was niets anders dan een uiting, toen het voor mij terzake deed’) komt nog altijd, vooral met punkrock en ska, in het geweer tegen ‘de hogere lagen, het establishment, als ik vind dat ze absoluut fout zitten, zowel emotioneel als politiek’. Maar het laat hem Siberisch dat er tegenwoordig zelfs een Nederlands reclamebureau is dat zich Rudeboy Media noemt. ‘Ik geef er geen cent om. Deze mensen kunnen dat doen, maar het is niets anders dan koketteren met iets wat zij nooit zijn geweest, wat ze niet kunnen voelen.’

Ook over het bestaan van andere Rudeboys maakt hij zich niet druk. ‘Omdat de mensen internationaal mijn naam erkennen. En mijn naam is vastgelegd toen ik in de Squad kwam’. Voor een recenter muzikaal project vond hij zijn artiestennaam niet kloppen. ‘Phantom Four & Rudeboy, dat wou ik niet, dat vond ik te makkelijk’. En zo werd Rudeboy eind 2010 tijdelijk The Arguido. ‘Wat eigenlijk tóch overeenkomt, want in de Portugese wetgeving, en in Mozambique geloof ik, is een arguido een verdachte waarvan ze niet zeker weten dat hij iets gaat doen, maar het wel vermoeden. I kinda liked that voor dat project.’

Omdat hij zichzelf al zoveel namen geeft, hoeft Tilon ook geen titel of prijs van iemand anders. ‘Kijk, de enige keer dat ik zou huilen is als de 101ste of 82ste luchtlandingsdivisie van de Amerikanen me op een of andere manier iets zou geven. Ja, dan voel ik me zeer vereerd; dát zijn de mensen waar ik naar opkijk’. Zijn opa uit Suriname was sergeant in de Tweede Wereldoorlog en Tilon had al vroeg een fascinatie met militaire zaken. Rudeboy’s ‘achternaam’ is niet toevallig Remington: het is een van Amerika’s grootste wapenfabrikanten, én producent van typemachines en scheerapparaten.

Zijn grote voorbeeld is James Gavin van de 82ste Airborne Division, ‘de jongste parachutist-generaal in de Tweede Wereldoorlog. Een zeer zuiver man, die vanaf het begin het Pentagon heeft geadviseerd om de Vietnam-oorlog niet aan te gaan’. Net als Gavin is Tilon een aanhanger van de Chinese krijgsheer/filosoof Sun Tzu. Diens boek The Art Of War ligt op zijn nachtkastje. ‘Het is de blauwdruk van hoe je op een zuivere manier zou moeten denken ten aanzien van militair handelen in het algemeen, en het liefst voorkómen van militaire escalatie, en als het echt moet, op de zuiverste manier doorpakken’.

Ook volgens Rudeboy was de Vietnam-oorlog een foute oorlog. ‘De enige goeie oorlog in mijn optiek is de Tweede Wereldoorlog geweest. Daar ben ik al in geïnteresseerd sinds mijn tiende. Ik lees er extreem veel over, ik zit er zelfs over te denken om er een graad mee te halen’. De Tweede Wereldoorlog was een terechte oorlog, omdat het nazisme ‘vergif was en is voor ons allemaal. En ik vind dat wat er nu aan de hand is met IS hetzelfde fascisme is. Ik denk dat we ook tegen IS moeten vechten.’

Hoog tijd om het over muziek te hebben. En dan graag over goede muziek. ‘Wil je een definitie? Eigenlijk is iedere soort muziek erg goed, als het maar ab-so-luut voorop staat dat het zó urgent voor die persoon is, dat het met zó’n urgentie gemaakt is, dat het iedereen raakt. Het maakt eigenlijk niet uit wat het dan is. Extreem urgent!’ Over zijn geliefde Beatles is Tilon stellig. ‘Het is een gegeven in het universum dat vier simpele Liverpudlians zoveel mensen kunnen raken, tot het einde van hun carrière en verder. Hun muziek raakt iedereen’. De hele Beatles/Stones-controverse is ‘een journalistieke truc, om polarisatie te creëren waar die niet was. Het is een keiharde waarheid dat de Beatles en de Stones altijd vrienden zijn geweest. Nota bene: op Yellow Submarine doet onder andere Jagger mee! Ik zit dit niet te verzinnen. Het ergert me dat de popjournalistiek dit soort nonsens heeft verzonnen’. Dat wil niet zeggen dat je geen smaakvoorkeur kunt hebben voor een van beide, maar ‘het is niet gebeiteld in marmer.’

Door Agnes de Vos / foto Koen Veldman