interview

50 jaar 'Arthur': gitarist Dave Davies over het kroonjuweel van The Kinks

Van alle grote platen die anno 2019 jubileren is Arthur (Or The Decline And Fall Of The British Empire) misschien nog wel de aardigste. Het kroonjuweeltje van The Kinks leidde de oer-Britse popgroep rond Ray en Dave Davies naar de veilige jaren zeventig en toont ons, vijftig jaar na release, dat er in het Engeland van 1969 ook al met weemoed werd teruggedacht aan de goede oude tijd, waarin alles zoveel beter was. Met een kenmerkende knipoog, uiteraard. Gitarist Dave Davies graaft voor OOR in zijn geheugen. 

‘HALLO, JE spreekt met Dave Davies, hoe gaat het ermee?’ De oude, slepende stem aan de andere kant van de lijn moet meteen even bijkomen van deze inspanning. Twaalf seconden klokt de begroeting uit de mond van de legendarische gitarist van The Kinks. Met ons gaat het goed. En met u? Davies mompelt wat, kucht even en lacht. Stilte. Pardon, meneer Davies, kunt u dat nog één keer herhalen? Davies mompelt wat, kucht even en lacht, iets harder dan zonet. We lachen maar mee, want verstaanbaar of niet, een goede stemming is belangrijk – zeker bij gitaristen.

En wat de gitaar betreft, geldt Dave Davies als onbetwist icoon. 72 is hij nu, met meer dan 55 jaar rock & roll op de teller. De man die met de riff van You Really Got Me de blauwdruk legde voor de hardrock. Die met zijn songschrijvende broer Ray garant stond voor de langste Britse broedertwist uit de pophistorie. Die zichzelf op eigen titel de eeuwigheid in zong met Death Of A Clown. Die in 2004 een stevige beroerte ternauwernood overleefde. En die anno 2019, met toenemende berichten over een heuse reünie, even met Kinks-stronghold Nederland belt om te praten over Arthur (Or The Decline And Fall Of The British Empire), de oer-Britse conceptplaat die dit jaar z’n vijftigste verjaardag viert. Althans, dat is de bedoeling.

‘AH, ARTHUR…’, klinkt het zachtjes. ‘Je moet het me maar niet kwalijk nemen, ik herinner me niet veel meer’, verontschuldigt Davies zich. Het is hem terstond vergeven, de tijdlijn biedt bovendien uitkomst. The Kinks deden het sinds eerste succes You Really Got Me in 1964 altijd goed in de Nederlandse hitlijsten: Dedicated Follower Of Fashion, Sunny Afternoon en Waterloo Sunset werden hier in 1966 en 1967 moeiteloos nummer 1 en ook minder monumentale hits als Wonderboy en Days reikten in 1968 tot onze Top 10, terwijl de verkoopcijfers in de rest van de wereld daalden.

Toen die laatste twee verschenen, zaten Ray en Dave Davies ook niet meer met hun hoofd bij de singles: er moesten platen gemaakt worden. Grote platen, met nieuwe muzikale vondsten in samenhangende verhaallijnen. Davies: ‘The Beatles waren zelfs helemaal gestopt met toeren om de studio in te gaan. Een verhalenverteller als Ray was dit bredere spectrum natuurlijk op het lijf geschreven: Village Green klopte aan alle kanten. Los van het overkoepelende concept en alle trucjes in de studio vonden we het nog het leukst dat niemand destijds zoiets van ons verwachtte, laat staan verlangde: singles moesten we maken. Hits. Zo’n lang verhaal zou niemand willen horen en dus ook niet willen kopen. Het ging de mensen om ons heen uiteindelijk allemaal om de centen. Maar wat hadden we een plezier en wat ben ik er nog steeds trots op. Niet alleen de platen zelf, vooral ook het feit dat we onze eigen gang gingen, met niemand iets te maken, haha!’

VERKOPEN DEED The Kinks Are The Village Green Preservation Society inderdaad nauwelijks, slechts recensenten en fijnproevers wisten ‘m aanvankelijk te waarderen. In de boeken een commerciële flop, in de hoofden van de luisteraars echter een miskend meesterwerk, dat met het verstrijken der jaren gelukkig steeds beter bleek te rijpen. ‘We waren zeker niet uit het veld geslagen door de tegenvallende verkoopcijfers van Village Green, The Kinks dachten altijd tegen de stroom in. Voor ons was de plaat juist gelukt, we hadden iets nieuws gedaan, met diepte en inhoud. En we bulkten van het zelfvertrouwen. Wat nu, vroegen de stropdassen om ons heen zich af. Wij wisten het wel: nóg een conceptplaat. Ze keken ons aan alsof we gek waren geworden.’

Het jaar was 1969 en het plan als volgt: Ray Davies zou een verhaal ontwikkelen dat Granada TV als toneelstuk kon uitzenden (wat nooit gebeurde), terwijl The Kinks daarbij de soundtrack verzorgden. Geïnspireerd door zijn zwager Arthur Anning (getrouwd met Ray en Dave’s oudere zus Rose en geëmigreerd naar Australië) schiep Ray het toonbeeld van de ‘gewone Engelsman’, met toevallig dezelfde voornaam als de mythische Britse koning: de tapijtlegger Arthur Morgan. Door de oorlogsjaren getekend (Mr. Churchill Says) en door het klassensysteem geketend (Yes Sir, No Sir), mijmert hij naar het oude Engeland zoals hij het graag zou zien (Victoria), terwijl het gezin van zijn zoon naar Australië verkast (Australia). Voor het keurige tuintje van zijn keurige huisje staat een keurig autootje (Shangri-La). Hij heeft alles voor elkaar en toch knaagt het. Is er meer? En zo ja, waar? Waar zijn droom in het verleden ligt, zoekt zijn zoon de toekomst op. Arthur houdt het toch maar bij z’n luie stoel voor de tv in de kamer en ziet van daaruit hoe het ooit zo trotse Britse imperium steeds verder aftakelt. 

‘HET IS natuurlijk geen biografie van mijn zwager’, lacht Dave Davies nu om de ‘echte’ Arthur, ‘maar hij was wel een startpunt. Wij zochten Rose en de familie op toen we optraden in Australië en daar bleken ze heel netjes, burgerlijk te leven. Ray is met al die elementen aan de slag gegaan, draaide wat dingen om en plaatste het tafereel in Noord-Londen. En ook al zijn er dus wat dichterlijke vrijheden op losgelaten, je ziet Arthur zo voor je. Ray schrijft het liefst over echte mensen. We waren nog even bang dat onze zwager gepikeerd zou zijn, omdat we zo met zijn persoontje aan de haal gingen. Hij vond ’t echter prachtig.’

Hoe zou Arthur eruit hebben gezien als hij in 2019 was geschetst? Davies lacht weer even. ‘Dat soort moeilijke vragen… Daar mag mijn broer zich druk over maken.’ Het kan hem echter niet ontgaan zijn dat de nostalgie van vandaag zich vooral richt op de tijd waarin het verhaal van Arthur zich afspeelt, diezelfde jaren zestig in hetzelfde Engeland dat Ray Davies in zijn beschrijvende, ironische teksten zo feilloos op de korrel nam. ‘Ach ja, nu denken de mensen met weemoed aan een halve eeuw geleden. In 1969 mijmerden ze naar de jaren van voor de oorlog. En ik weet zeker dat men tóen dacht dat het Victoriaanse Engeland het paradijs was. En ik? Ik hoef me niet te laten leiden door nostalgie, ik heb nog genoeg omhanden. Al zit ik, door al het gegraaf in de archieven, toch best veel met mijn neus in het verleden. Gelukkig is dat bedoeld om er iets mee te doen – en dat zal gebeuren ook.’

NET ALS Village Green vorig jaar krijgt Arthur nu een lijvige heruitgave mee, persoonlijk overzien door de gebroeders Davies. ‘We zien elkaar niet te weinig en niet te vaak. Precies genoeg. De verstandhouding is zo prettig als ie ooit geweest is, ik ben erg content met de gang van zaken.’ Is de grote Britse broedertwist dan eindelijk gaan liggen? ‘Ach’, lacht Davies weer eens smiespelend, ‘dat is uiteindelijk toch allemaal bollocks. Denk je dat The Kinks ooit zoveel materiaal hadden gemaakt als wij elkaar niet tot het uiterste dreven? Het was destijds soms best moeilijk om met m’n broer samen te werken en te leven, maar ik zie het nu als grote drijvende kracht: al die wrijving bracht veel energie voort en daaruit kwamen al die songs. En ik heb meer dan m’n steentje bijgedragen, dat gaat ook verder dan zorgen dat Ray zich kon afreageren. Kijk alleen al eens naar wat de Arthur-sessies nog naar boven brachten uit de archieven: mijn complete eerste soloplaat!’

A Hole In The Sock Of, zo luidt de officieuze titel van het nooit afgeronde eerste album van Dave Davies. In de loop der jaren zijn de meeste songs wel her en der verschenen op compilaties, de heruitgave van Arthur heeft alles echter voor het eerst gebundeld. ‘Opgelucht? Wel, ik heb er de laatste vijftig jaar zeker niet wakker van gelegen. Toen Death Of A Clown een hit werd, moest er onder druk van label en management ineens een soloplaat van mij komen. In feite gewoon ingespeeld door The Kinks, alleen dan met louter mijn nummers. Ik was daar nog niet klaar voor, wilde liever met de band verder experimenteren, al zitten er zeker aardige momenten tussen. Niemand heeft er ooit een traan om gelaten. Nu vind ik het wel leuk.’

DAVE DAVIES kon in 1969 experimenteren wat hij wou, het stempel dat hij vijf jaar eerder al op de moderne popmuziek had gedrukt, was niet meer te overtreffen – ook al besefte hij dat nog niet meteen. De riff van You Really Got Me staat nu te boek als uitvinding van de combi power chord en distortion. En één plus één is heavy metal. ‘De bewuste sessie waarbij ik m’n versterker met een scheermes bewerkte, was al een heropname van You Really Got Me. Het moest anders, nou, dan deden we ’t toch anders? Na 1964 begonnen bands om ons heen al wat harder te spelen, zoals The Who. De echte ontwikkeling vond echter plaats in de VS en dat was nou juist de plek waar wij in 1965 werden verbannen. Rond de tijd van Arthur, in 1969, mochten we weer terugkomen en toen pas merkte ik wat een vlucht de muziek had genomen. En de wereld ook. We werden de VS uitgejaagd onder het gegil van meisjes – één en al gekte en enthousiasme. We kwamen terug onder de donderwolk van de Vietnam-oorlog. Alles was zwáár. En de gitaren dus ook.’

Het oer-Britse Arthur bleek het goed te doen op het Amerikaanse continent. ‘Dat was een cruciale fase. Wij moesten daar opnieuw beginnen met onze carrière, de gillende meisjes waren simpelweg verdwenen. Arthur kreeg goede kritieken en verkocht ook wat beter, dat gaf ons de gelegenheid om weer iets op te bouwen. Ik schrijf alles wat we in de jaren zeventig hebben bereikt dan ook toe aan Arthur. Een absolute schakel tussen de vroege en de latere Kinks. En op muzikaal vlak een persoonlijke favoriet. Een liedje als Shangri-La, daar word ik nog steeds blij van. Mensen moeten alleen wel snappen dat het uit mededogen geschreven is, niet als aanklacht. Dat geldt voor Arthur in z’n geheel.’

WE PROBEREN Dave nog wat meer te laten bespiegelen op het Brits-zijn van The Kinks toen en hemzelf anno 2019. Het is echter geen onderwerp dat hem bezighoudt. ‘We waren gewoon jongens uit Noord-Londen die zongen over wat ze om zich heen zagen. Kennelijk spreekt dat Nederlanders of Amerikanen flink tot de verbeelding. We konden niet anders zíjn dan Brits, snap je.’ Het Engeland van nu volgt hij niet, letterlijk en figuurlijk. ‘Wat ik mee krijg, daar snap ik geen hout van. Ik woon ook niet meer in Engeland – al ben ik er nu toevallig even. Afgelopen week heb ik mijn vriendin de oude buurt laten zien, ons huis, de pub aan de overkant. Het is zo opgeknapt, er rijden mooie SUV’s door de straat. Als Muswell Hill symbool is voor het Engeland van 2019, dan wijst alles op vooruitgang ten opzichte van toen. Ja, de tijd die nu zo verheerlijkt wordt. En de mensen op straat zijn nog steeds écht, hartstikke écht. Wat dat betreft is er weer weinig veranderd. Ik ben onlangs bij mijn vriendin in New Jersey ingetrokken en laat alle onrust aan het thuisfront daar zo langs me heen gaan. Alleen het voetbal krijg ik mee op tv, vanuit de luie stoel. Ik kan Arsenal vanuit de VS beter volgen dan vanuit Noord-Londen, haha!’

De voorsteden van ‘garden state’ New Jersey, de luie stoel, voetbal op tv. Is Dave Davies misschien zelf een beetje Arthur anno 2019? ‘Hahaha! De anti-Arthur zal je bedoelen. Ik ben zo vrij als een vogel, ik ben gelukkig en ik kan doen wat ik wil.’ Knappe jongen die daar een conceptplaat uit sleept – hooguit iemand als Ray Davies misschien. Hoe staat het met die reünieplannen, waar al zo lang over gerept wordt? ‘Nou, de intentie is er zeker. De vraag is alleen nog steeds: hoe en wat? Ik zie een nieuwe plaat, met nieuwe songs, wel zitten. In de Arthur-files kwamen Ray en ik weer wat onafgewerkte ideeën tegen waar je zo een mooi, fris liedje van kunt maken. En daar zijn er wel meer van. Wanneer en of er ook een podium in dat verhaal komt kijken, is nog de vraag. Voorlopig hebben we het nog druk zat met al die jubilea. Arthur is nu vijftig. Raad eens wie in 2020 jarig is? Lola! En zoals je weet, heeft Lola voor de nietsvermoedende luisteraar altijd een verrassing in petto…’

ARTHUR (OR THE DECLINE AND FALL OF THE BRITISH EMPIRE) verkrijgbaar als Deluxe Boxset, 2lp, 2cd en digitale download.

Deel dit artikel

Meest gelezen artikelen

Pearl Jam brengt nieuwe single 'Dance of the Clairvoyants' uit
nieuws

Pearl Jam brengt nieuwe single ‘Dance of the Clairvoyants’ uit

Pearl Jam kondigde op 27 maart zijn nieuwe album Gigaton aan. Nu geeft de band ook een eerste voorproefje van ...
Eefje de Visser: 'Het dancepubliek is zó positief, ik hou van dat optimisme'
interview

Eefje de Visser: ‘Het dancepubliek is zó positief, ik hou van dat optimisme’

Ze zeggen dat empatische mensen sterker geneigd zijn dialecten en accenten over te nemen. Als dat waar is, dan zit ...
The Strokes derde headliner op Best Kept Secret
nieuws

The Strokes derde headliner op Best Kept Secret

The Strokes zullen de zaterdag van Best Kept Secret headlinen. Dat kondigde de nieuwe festivaldirecteur Maurits Westerik woensdagavond live aan op ...

50 jaar 'Arthur': gitarist Dave Davies over het kroonjuweel van The Kinks (interview) | OOR