achtergrond

Bootleg Series Vol. 15: hoe Bob Dylan de country opnieuw uitvond in Nashville

Deze maand verscheen Travelin’ Thru, oftewel Vol. 15 van de in 1991 gestarte Bootleg Series van Bob Dylan. Ditmaal ligt de focus op diens opnamesessies in Nashville in de periode 1967-1969, die de albums Blonde On Blonde, John Wesley Harding en Nashville Skyline oplevert, maar ook alvast elf songs voor de vreemde dubbelaar Self Portrait (1970). We gaan terug in de tijd en nemen als fly on the wall plaats in het hart van de Nashville Sound. Oftewel: hoe Bob Dylan in de tweede helft van de jaren zestig de country opnieuw uitvindt.

NASHVILLE, TENNESSEE. 804 16th Avenue South. Midden in Music Row, het ‘district’ ten zuidwesten van downtown Nashville, dat natuurlijk niet voor niets Music Row genoemd wordt. Hier bevinden zich vele studio’s en kantoren van platenmaatschappijen en muziekuitgeverijen. Hier klopt het hart van de muziekindustrie van Nashville. Op dit adres wonen de broers Owen en Harold Bradley in 1953 als ze een oude legerschuur huren. Ze plaatsen deze tegen de achterkant van hun huis en richten hem in als studio, die bekend komt te staan als The Quonset Hut. Hier wordt de bakermat gelegd van de zogenaamde Nashville Sound.

Met een driesporenrecorder produceert Owen er muziek van countrygrootheden als Patsy Cline, Red Foley, Brenda Lee en Loretta Lynn. Ook Buddy Holly, Gene Vincent, Johnny Cash en Marty Robbins nemen er op. Om de hoek, op loopafstand, worden in 1956 de RCA Studio’s geopend, waar Elvis Presley Heartbreak Hotel opneemt. In 1962 verkopen de gebroeders Bradley hun studio aan Columbia Records. The Quonset Hut wordt Columbia Studio B. Vlakbij, op wat nu 34 Music Square is, verrijst een nieuwe studio, deze krijgt de naam Columbia Studio A. Hier neemt Bob Dylan in de tweede helft van de jaren zestig drie (en een half) album op. Blonde On Blonde, John Wesley Harding, Nashville Skyline, plus elf songs van de vreemde dubbelaar Self Portrait, die in 1970 verschijnt. Dylan maakt hierbij gebruik van doorgewinterde lokale sessiemuzikanten als Charlie McCoy (gitaar, bas) en Kenny Buttrey (drums), leden van het zogenaamde A-Team (vernoemd naar Studio A), ook wel The Nashville Cats geheten.

VIJFTIG JAAR later verschijnt het vijftiende deel van Dylans befaamde Bootleg Series. Deze bestaat uit vijftig nummers, veelal nooit eerder uitgebrachte versies, verspreid over drie cd’s of lp’s. De titel is lang: Travelin’ Thru – The Bootlegs Series Vol. 15 – 1967-1969 (Featuring Johnny Cash). Maar voor de muziek op de drie albums volstaat maar één woord: epic. Travelin’ Thru positioneert de luisteraar op een prominente plek. Je wordt fly on the wall in Studio A. Overigens: het op dezelfde locatie al eerder opgenomen Blonde On Blonde komt op Travelin’ Thru niet aan bod. Daarover ging het immers op Vol. 12: The Cutting Edge 1965-1966. Maar het is of je erbij bent als Dylan bijna plompverloren John Wesley Harding opneemt (te beluisteren op cd/lp 1) en het geluk in zijn leven – Sara en de kinderen, hij heeft gekozen voor de luwte ná het beroemde mysterieuze motorongeluk in juli 1966 – verwerkt tot de opgeruimde country(rock) op Nashville Skyline. Als hij eigengereid roeiend tegen de stroom in, op z’n Dylans dus, niet alleen het conservatieve countrybolwerk Nashville opschudt, maar de gehele muziekwereld.

Om te watertanden is cd/lp 2, waar twee historische olifanten (aan dat Featuring Johnny Cash is niks gelogen) elkaar met hun slurven aftasten, bekloppen, aaien en gewoonweg enorm genieten van samen muziek maken. Inclusief gospel en rockabilly (Matchbox, met Carl Perkins op sologitaar). Proef de opwinding, voel het wederzijds respect door de studio gieren. Op cd/lp 3 verschuift de focus eerst naar het befaamde Ryman Auditorium, waar Dylan optreedt in Johnny Cash’ televisieshow, om vervolgens te worden verlegd naar zijn samenwerking met een ander, minder bekende Nashville-grootheid: bluegrass-banjolegende Earl Scruggs. Het toetje. Dylan vleit zich vier nummers in het warme bluegrassbad van Scruggs. Ook dit klinkt als een soort thuiskomen.

De vlieg op de muur komt voortdurend aan zijn trekken. Alles wat Dylan en de anderen hier aan het uitvogelen en opnemen zijn, klinkt zeldzaam fris, gepassioneerd en liefdevol. Dit is muziek op z’n puurst. Dylan ook misschien wel op z’n best. Zonder er veel woorden aan vuil te maken, stevent hij recht op zijn doel af als hij John Wesley Harding in elkaar zet. Maar wanneer Johnny Cash de studio betreedt, vóél je Dylan tegen hem opkijken. Ineenschrompelen tot een jongetje dat zijn idool mag ontmoeten. De hete aardappel van ontzag die bezit van zijn stem neemt. Zó onder de indruk lijkt hij van Cash’ persoonlijkheid en vooral zijn bariton, waarover hij ooit zei: ‘Het lijkt wel alsof ie uit het midden van de aarde komt.’ Naar het waarom achter deze bewoordingen hoef je niet in het duister te tasten. Cash op zijn beurt hangt – zo lief – de lokale gastheer uit voor zijn jongere logeetje. De twee schelen negen jaar en Dylan, Sara en de kinderen verblijven bij hem en zijn vrouw June Carter Cash thuis in Hendersonville aan Old Hickory Lake, dertig kilometer ten noordoosten van Nashville. 

DYLAN BEGINT aan John Wesley Harding te werken in Nashville op 17 oktober 1967. Hij is dan 26 jaar oud en staat voor het eerst in achttien maanden weer in een echte studio. In februari 1966 was hij al eerder in Nashville om met producer Bob Johnston Blonde On Blonde op te nemen. Maar ditmaal gaan Dylan en Johnston niet voor ‘that thin, wild mercury sound’ die ze voor dat grensverleggende dubbelalbum hadden gezocht. De voorhoede van de pop kleurt op dat moment psychedelisch en barok, en experimenteert met elektronische snufjes op productioneel gebied. 1967 is een uitmuntend wijnjaar: Sgt. Pepper, Piper At The Gates Of Dawn, Forever Changes, The Doors, Surrealistic Pillow, Disraeli Gears, Their Satanic Majesties Request, The Velvet Underground & Nico, Are You Experienced. Maar met surrealisme en speelse hippie-expedities is Dylan helemaal niet bezig als Bob Johnston hem komt ‘halen’ in Woodstock, waar hij in Big Pink knutselt aan wat later The Basement Tapes zal heten. Big Pink: het aardbeikleurige huis in het nabije gehucht West Saugerties, gehuurd door The Hawks, al gauw omgedoopt tot The Band. Johnston treft in Woodstock een weinig spraakzame Dylan, die wel bereid is om een frisse neus te halen in Nashville en daar wederom aan een nieuw album te werken. Zonder The Hawks in te lichten vertrekt hij per trein van New York naar Nashville, een tweedaagse reis die hij benut om aan nieuw materiaal te schrijven. Hij neemt zijn intrek in de Ramada Inn. Studio A is zojuist uitgerust met nieuwe opnameapparatuur, acht sporen maar liefst. Economisch werken is ditmaal Dylans adagium. Johnston: ‘Hij wilde alleen maar gitaar, bas en drums.’ Dat minimale geluid heeft Dylan afgekeken van The Way I Feel van de Canadese singer-songwriter Gordon Lightfoot. Daarop zijn naast Lightfoot en zijn akoestische gitaar ook Charlie McCoy (bas) en Kenny Buttrey (drums) te horen. Dylan: ‘Met die twee had ik al eerder gewerkt op Blonde On Blonde. En ik dacht: als Gordon dat kan, moet ik dat ook kunnen. Ik wist niet hoe ik moest opnemen zoals andere mensen dat deden en dat wilde ik ook niet. Ik vond al dat geproduceer eigenlijk niet nodig.’

Producer (!) Bob Johnston zorgt voor een microfoonopstelling die veel echo genereert en verwijdert geluidsschermen, zodat de muzikanten elkaar kunnen aankijken tijdens het spelen. Dylan neemt zelf gitaar, zang en harmonica voor zijn rekening. McCoy: ‘Hij had zijn stijl enigszins veranderd. Het ging nu allemaal heel snel. We hebben John Wesley Harding opgenomen in negeneneenhalf uur. Dat was meer de echte Nashville-stijl van werken. Dylan was ook een ander mens dan anderhalf jaar eerder. Zijn haar was een stuk korter, het zat niet meer zo wild. Hij had duidelijk van alles meegemaakt [motorongeluk, vader geworden]. Of dat er iets mee te maken had weet ik niet, maar zijn houding was anders. Hij was veel meer ontspannen.’ Dylan heeft zijn teksten al klaar, dus de muzikanten kunnen meteen aan de bak. De meeste nummers staan er in drie of vier en soms zelfs in één take op, zoals The Ballad Of Frankie Lee And Judas Priest. Buttrey: ‘We knalden ze er uit als demo’s. Hoe rauwer, hoe beter.’ McCoy: ‘Er waren totaal geen instructies, je pakte gewoon je gitaar en je speelde, je volgde je instinct.’ De dag na die eerste sessie keert Dylan terug naar Woodstock en hervat zijn dagelijkse opnameroutine met The Hawks.

DRIE WEKEN later, in november 1967, is hij weer terug in Nashville en neemt hij met dezelfde muzikanten in drie uur tijd maar liefst vijf nummers op: All Along The Watchtower, John Wesley Harding, As I Went Out One Morning, I Pity The Poor Immigrant en I Am A Lonesome Hobo. Economisch woordgebruik valt ook onder Dylans adagium. Als de plaat eenmaal uit is, verklaart hij: ‘Er staat geen woord te veel, elke regel heeft iets te betekenen.’ Op z’n Dylan-Amerikaans: ‘There’s no line you can stick your finger through. There’s no blank filler.’ Het zijn nummers over boeven, zwervers en profeten. Ouderwets, alsof ze uit lang vervlogen tijden stammen. Dylans moeder vertelt in 1968 in een interview dat in zijn huis in Woodstock midden in zijn studeerkamer een grote Bijbel op een standaard rust. In dat boek leest hij ‘t meest. Nummer twee op Dylans leeslijst: de gebundelde teksten van countryzanger Hank Williams. Het is geturfd: op John Wesley Harding staan maar liefst 61 Bijbelcitaten of referenties, alleen al vijftien in The Ballad Of Frankie Lee And Judas Priest.

Blijkbaar zit het kale geluidsbeeld Dylan toch dwars, want enkele dagen later, terug in Woodstock, laat hij de opnames horen aan The Hawks. Niks meer aan toevoegen, adviseert Robbie Robertson. Wanneer hij voor de derde en laatste opnamedag voor John Wesley Harding in Nashville is, spreekt Dylan zijn zorg wederom uit. Ditmaal tegenover Johnston. Van hem komt de suggestie om gebruik te maken van een pedalsteelgitaar, hét instrument van de country en op dat moment nog zelden in stelling gebracht in de rock. Zodoende wordt Pete Drake aangetrokken. Hij is op dat studiotijdstip eigenlijk geboekt door Chet Atkins, maar voor Dylan wil hij wel wat verzetten. Drake is te horen op I’ll Be Your Baby Tonight en Down Along The Cove. John Wesley Harding ligt op 27 december, vier weken na het beëindigen van de opnames, in de Amerikaanse winkels. Kerst 1967. Ballades met Bijbelse metaforen, bijna no-nonsense gespeeld. Totáál niet wat zijn fans van de held van de tegencultuur verwacht hadden. Dylan is Dylan en ontkent glashard dat hij bewust heeft willen breken met de heersende muzikale mores.

HALF FEBRUARI 1969 is Dylan terug in Nashville om er zijn negende studioalbum op te nemen. De werktitel is John Wesley Harding Vol. 2. Logisch, hetzelfde team – producer Bob Johnston, technici Charlie Bragg en Neil Wilburn, bassist Charlie McCoy en drummer Kenny Buttrey – is weer in touw. De platenmaatschappij wil trouwens dat het album Love Is All There Is gaat heten. Dylan: ‘Niks mis mee, maar dat vond ik toch een beetje eng klinken.’ Hij heeft het euvel ondervonden van een writer’s block. Enkele maanden eerder is hem gevraagd om een liedje te schrijven voor de film Midnight Cowboy, met hoofdrollen voor Jon Voight en Dustin Hoffman. Verder dan ‘lalala’ kwam hij op dat moment niet. Vandaar dat regisseur John Schlesinger kiest voor Harry Nilsson, die Fred Neils Everybody’s Talkin’ covert. Dat ‘lalala’ heeft Dylan inmiddels uitgebouwd tot Lay Lady Lay, een van de liedjes die ‘af’ zijn als hij in Nashville arriveert. In de herfst van 1968 heeft hij het – backstage bij een concert in New York – al aangeboden aan The Everly Brothers, maar zij weigeren beleefd. Het broodje-aapverhaal (door henzelf ontkend) wil dat Phil en Don Everly denken dat het liedje over een lesbische relatie gaat, omdat ze ‘Lay across my big breasts, babe’ hebben verstaan in plaats van ‘Lay across my big brass bed’. Een speciale rol bij het daadwerkelijke opnemen van het nummer is weggelegd voor de jonge Kris Kristofferson, op dat moment werkzaam als conciërge in Columbia Studio A. Drummer Buttrey vraagt Kristofferson om zich voor Lay Lady Lay naast zijn drumkit te posteren met bongo’s in de ene en een koebel in de andere hand, zodat hij die in zijn drumspel kan betrekken. Buttrey: ‘Hij had net mijn asbak leeggemaakt. Ik zei: Kris, doe me een plezier, houd die dingen even vast.’ 

OP HET inmiddels Nashville Skyline gedoopte album kiest Dylan voor de muziek van zijn jeugd: country. ‘Voor ik Minnesota verliet, had ik nog nooit folkmuziek gehoord, alleen maar country & western, rock & roll en polka.’ Dát is dus de muziek die Dylan rond 1960 in Hibbing, Minnesota op de radio hoort. Nashville Skyline wordt opgenomen in vier dagen tijd. Voor een voller geluid worden ditmaal extra gitaristen gecharterd: Charlie Daniels (ook bas), Norman L. Blake (dobro) en Kelton D. Herston. Plus pianist Robert S. Wilson. Later worden ook stergitarist Wayne Moss (hoor hem excelleren in Country Pie) en wederom steelgitarist Peter Drake aangetrokken.

En dan is er natuurlijk de kwestie – want dat is het – van Dylans stem op Nashville Skyline. Radicaal anders. Niet meer zo rasperig. Hoger. En gevoeliger. Dat komt door een gezondere levensstijl, verklaart de zanger zelf. ‘Mijn stem veranderde toen ik stopte met roken. Ik zeg je: als je stopt met roken, kun je zingen als Caruso.’ Dylan, dat lijkt waarschijnlijker, is op zoek gegaan naar een passende stem voor het nieuwe personage dat hij met zijn muziek wil uitdragen. Deze luchtige liedjes had hij altijd al willen schrijven, beweert hij. ‘De songs weerspiegelen meer mijn innerlijke zelf dan de vroegere songs.’

In een pauze lopen Dylan en Johnston een belendende studioruimte in, waar Jerry Lee Lewis aan het opnemen is. Johnston stelt Dylan aan hem voor. ‘Jerry Lee, dit is Bob Dylan.’ ‘Ja, en?’ antwoordt Lewis. The Killer is niet geïmponeerd. Hij slaat een voorstel om samen ‘iets’ te doen af met een kortaf ‘nee’. Nogal een contrast met de reactie van die andere voormalige Sun Records-troef.

BOB DYLAN is al fan van Johnny Cash sinds zijn tienerjaren. Dylan en Cash ontmoeten elkaar voor ’t eerst op het Newport folkfestival in 1964. Als kinderen zo blij springen ze op en neer op het bed van hun motel, schrijft Cash in zijn autobiografie. Een jaar later, op het beroemde moment dat Dylan ‘electric’ gaat en wordt uitgejouwd, is Cash er ook. Backstage leent hij hem zijn akoestische gitaar. Daarop speelt Dylan, terug op het podium, enkele niet-elektrische liedjes om de overstuur geraakte folkfanaten weer wat tot bedaren te brengen. Als Cash in 1969 ook in Studio A aan het werk is (waar Dylan Nashville Skyline opneemt), lijkt het logisch dat ze samen gaan opnemen. Temeer omdat ze in Columbia Records dezelfde broodheer hebben. Ze leggen samen achttien nummers vast (te horen op cd/lp 2 van Travelin’ Thru). Eigenlijk betreft het een artistiek onderzoek of een gezamenlijk album met duetten een reële mogelijkheid is. Daarom worden ook allerlei genres verkend. Maar het antwoord blijkt nee. Slechts twee opnames komen officieel naar buiten. De eerste is Girl From The North Country, oorspronkelijk van Dylans tweede album The Freewheelin’ Bob Dylan (1963), nu ingelast als opener van Nashville Skyline, dat tot dat moment met slechts 23 minuten wat aan de korte kant is. De tweede is One Too Many Mornings (van Dylans derde The Times They Are a-Changin’ uit 1964), in een NBC-documentaire over Cash. Enkele maanden na hun oriëntatiesessies, zomer 1969, maakt Dylan een van zijn zeldzame tv-opwachtingen in The Johnny Cash Show, die wordt opgenomen in Nashville’s beroemde Ryman Auditorium. Daar zingen ze samen opnieuw Girl From The North Country. Cash schrijft ook de liner notes bij Nashville Skyline. Hierin roemt hij de latere Nobelprijswinnaar voor literatuur (2016) om zijn dichtkunst. ‘I’m proud to say that I know it, here-in is a hell of a poet. And lots of other things.’ 

Als Dylan in 1989 wordt toegelaten tot de Rock & Roll Hall Of Fame moppert hij: ‘Wat stelt zo’n Hall Of Fame voor, als Johnny Cash er niet te vinden is?’

ER ZIJN verschillende lezingen over hoe Bob Dylan samen met Johnny Cash in de studio terechtkomt. Misschien is het zo wel gegaan: Cash komt even buurten als Dylan Tonight I’ll Be Staying Here With You en Nashville Skyline Rag (het eerste instrumentaaltje ooit op een Dylan-album) aan het opnemen is. De volgende dag gaan ze samen uit eten en richt producer Bob Johnston de studio in zodat ze samen kunnen opnemen. De producer claimt het auteurschap van de samenwerking. ‘Ik was overdag met Johnny aan het werk en Bob kwam daarna voor de avondsessies. In hun afwezigheid zette ik microfoons en gitaren klaar. En lampen. Ik zorgde ervoor dat de studio eruitzag als een fucking nachtclub. Twee stoelen tegenover elkaar. Ze keken elkaar aan en begonnen te zingen.’ Volgens Cash komt het initiatief van Dylan. ‘Bob en Sara en de kinderen verbleven bij mij thuis. Hij vroeg me om mee te spelen. Dat wil zeggen, we waren in de studio en ze zetten de apparatuur aan, voor een uurtje of twee.’

Bij hun eerste sessie, op 17 februari 1969, proberen ze een draai te geven aan oude, bestaande nummers. Nieuwe nummers hebben ze namelijk niet. Dylans One Too Many Mornings en Cash’ I Still Miss Someone. Een curieuze exercitie is Don’t Think Twice, It’s Allright / Understand Your Man, waarbij ze door elkaar op dezelfde akkoorden de woorden van hun eigen nummer zingen. Een vreemde vervlechting, enerzijds warrig, anderzijds verrassend open. Nee, ze zitten elkaar niet in de weg.

De volgende avond musiceren de twee weer samen. Maar nu met de begeleidingsband van Cash (gitarist Bob Wootton, bassist Marshall Grant en drummer W.S. Holland), aangevuld met Carl Perkins als sologitarist. De sfeer is ongedwongen. Cash: ‘We speelden louter voor ons plezier. Nummers zonder begin of eind. Waar we maar zin in hadden en iedereen mocht meedoen. Bob en ik deden Careless Love. Om ‘t even wat, waar we de tekst van kenden.’ Materiaal uit de Sun Records-periode, I Walk The Line, That’s All Right, Mama en Mystery Train van Elvis Presley. Materiaal uit de jaren dertig. Apart om Dylan te horen jodelen in een medley van Jimmie Rodgers (Cash kan helemaal niet jodelen). Traditionals als het religieuze Just A Closer Walk With Thee (prachtig, met tweede stem van June Carter Cash, janken!) en How High The Water. Knettergoed is natuurlijk Wanted Man. Speciaal door Dylan geschreven voor Cash, the man in black. Latere generaties kennen Wanted Man wellicht van de ziedende versie van Nick Cave – midden in zijn heroïnetijd – op The Firstborn Is Dead (1985). In Nashville’s Studio A nemen Cash en Dylan om de beurt een aantal zinnen voor hun rekening. Kippenvel! Er is nooit een versie van Wanted Man door Dylan verschenen. Een kleine week later, op 24 februari 1969, speelt Cash het voor gevangenen in de San Quentin State Prison. Het optreden waarvan zijn beroemde livealbum is getrokken. En zo staat deze Vol. 15 met de onmogelijke lange titel bol van het materiaal waaruit legendes en mythes zijn geboren.

KIJK EENS naar de hoes van Nashville Skyline. Bob Dylan als vrolijke flierefluiter die zijn hoed aantikt, ter begroeting. Niks aan het handje, zegt de profeet van de counterculture opgeruimd. De protestzanger die zijn hoofd in nevelen hulde, de outcast die eigenhandig de maatschappij fileerde en niemand spaarde. Van de burgerman, Mr. Jones, in Ballad Of A Thin Man, tot de president, in It’s Allright Ma. Nashville Skyline ploft op de mat op het moment dat de VS nog nauwelijks zijn bekomen van de moorden op Martin Luther King Jr. en Robert Kennedy en in de grote steden hevig wordt gedemonstreerd tegen de oorlog in Vietnam. Jimi Hendrix haalt het Amerikaanse volkslied, The Star Spangled Banner, door de wringer. En dan komt Dylan hiermee! Een lofzang op huiselijk geluk en idem harmonie. Country Pie. ‘Raspberry, strawberry, lemon and lime / What do I care’, ‘Blueberry, apple, cherry, pumpkin and plum / Call me for dinner Honey / I’ll be there.’ Voor een lekker stuk taart is Dylan altijd te porren! Op het hoogtepunt van de tegencultuur countert Dylan de tegencultuur. Die hoes onderstreept het nog maar even: hij is geboren met een opgestoken middelvinger! In zijn autobiografie Chronicles foetert hij: ‘Ik was geen woordvoerder van welke generatie dan ook, dat idee moest met wortel en al worden vernietigd.’

BOB DYLAN hoeft eind jaren zestig maar een paar keer langs te komen in countrystad Nashville – op doorreis indeed – of er ligt een weg geplaveid voor een ambachtelijke vorm van rock, aangelengd met country en andere vormen van Amerikaanse muziektraditie, waar groepen als bijvoorbeeld The Flying Burrito Brothers, Poco en Eagles garen bij zullen spinnen. Geloof het of niet, maar met een derde plek in de Billboard 200 is het luchtige en door de popcritici eendrachtig neergesabelde Nashville Skyline Dylans grootste commerciële hit tot op dat moment. Singer-songwriter Kris Kristofferson: ‘Mijn generatie dankt z’n artistieke leven aan Dylan. Voor zijn komst was de countryscene vreselijk conservatief. Hij bracht een heel nieuw publiek mee en veranderde de manier waarop mensen over country dachten. Zelfs de Grand Ole Opry was nooit meer hetzelfde.’ Er is ook relativering. Nashville cat Charlie McCoy: ‘In Nashville vonden ze het helemaal geen countryplaat. Het was evenmin pop of rhythm & blues. Meer iets met een folkachtige uitstraling.’ Ook voor deze diagnose valt wel wat te zeggen. Niettemin zullen weldra andere vooraanstaande tijdgenoten van Dylan hun eigen reis naar Nashville maken om daar op zoek te gaan naar de lokale muzikale magie. The Monkees, Joan Baez, Linda Ronstadt, Leonard Cohen (Songs From A Room) en misschien wel de belangrijkste en meest succesvolle: Neil Young (Harvest).

EERLIJK IS eerlijk: Bob Dylan is de enige noch de eerste geweest die country in rock verwerkt. In 1967 hebben The Byrds de psychedelica op hun album Younger Than Yesterday al aangelengd met country. Deze greppel diepen zij nog veel verder uit als Gram Parsons zich bij hen voegt voor Sweetheart Of The Rodeo. Dat album verschijnt eerder, in 1968. In dat zelfde jaar zit The Band met Music From Big Pink op een vergelijkbaar spoor. Het behoeft echter geen betoog dat beide groepen de invloed van Dylan hebben ondergaan. De term ‘countryrock’ mag dan inmiddels erg gedateerd klinken, de muziek op Vol. 15 van The Bootleg Series lijkt juist dichtbij het nú te staan. Bij wat wij in 2019 graag horen. Het geluid van nu, een halve eeuw geleden bedacht – dát gegeven verrast. Vergeet ook niet: op anderhalve kilometer afstand van diezelfde Studio A heeft Dan Auerbach vandaag de dag zijn Easy Eye Sound Studio aan 8th Avenue. En op slechts 1800 meter afstand vind je Third Man Records van Jack White in de vroeger ruige, maar nu überhippe wijk The Gulch. Ook met het ontsluiten van dát Nashville is Bob Dylan eigenlijk al een halve eeuw geleden begonnen. 

BRONNEN: Bob Dylan In De Studio door Patrick Roefflaer, The Rough Guide To Bob Dylan, door Nigel Williamson, 50 Years Of Nashville Skyline – The Bob Dylan Record That Transformed Country Music door Matthew Leimkuehler (in The Nashville Tennessean), Bob Dylan’s Nashville Skyline door Angie Martoccio (in Rolling Stone), The Lasting Impact of Bob Dylan’s Nashville Skyline door Thomas Mooney (in Wide Open Country).

TRAVELIN’ THRU – THE BOOTLEGS SERIES VOL. 15: 1967-1969 (FEATURING JOHNNY CASH) is op 1 november in diverse configuraties verschenen.

Deel dit artikel

Meest gelezen artikelen

Pearl Jam brengt nieuwe single 'Dance of the Clairvoyants' uit
nieuws

Pearl Jam brengt nieuwe single ‘Dance of the Clairvoyants’ uit

Pearl Jam kondigde op 27 maart zijn nieuwe album Gigaton aan. Nu geeft de band ook een eerste voorproefje van ...
Eefje de Visser: 'Het dancepubliek is zó positief, ik hou van dat optimisme'
interview

Eefje de Visser: ‘Het dancepubliek is zó positief, ik hou van dat optimisme’

Ze zeggen dat empatische mensen sterker geneigd zijn dialecten en accenten over te nemen. Als dat waar is, dan zit ...
The Strokes derde headliner op Best Kept Secret
nieuws

The Strokes derde headliner op Best Kept Secret

The Strokes zullen de zaterdag van Best Kept Secret headlinen. Dat kondigde de nieuwe festivaldirecteur Maurits Westerik woensdagavond live aan op ...

Bootleg Series Vol. 15: hoe Bob Dylan de country opnieuw uitvond in Nashville (achtergrond) | OOR