achtergrond

'Een carrière lang de horror van het leven in muziek proberen te vangen en dan gebeurt je dit'

‘Rock & roll is dood, morsdood.’ Ghosteen kan dan wel overal vijf sterren krijgen, dát was wel mooi de eerste gedachte die door me heen flitste toen ik deze zeventiende studioplaat van Nick Cave & The Bad Seeds voor het eerst beluisterde. Morsdood. En daarachteraan, in een Lester Bangs-achtige reflex: ‘What is this shit?’ Synthesizerstroop, piano, koorzang, zalvende new age. Come on, Nick! Er was een tijd dat hij je door een roadie in elkaar had laten slaan als je had voorspeld dat hij ooit zo’n plaat zou maken, schreef Bert van de Kamp, de beste popjournalist die Nederland heeft gehad, eens over Lou Reed. Dat wilde ik nu over Nick Cave zeggen.

FALSET, MIERZOETE hoes, kitsch. Een rouwdienst van een uur en acht minuten waar je houten billen van krijgt. Flinterdun als een hostie: de afstand tussen Ghosteen en dat ene zinnetje op Wikipedia: ‘Op zijn negende trad Cave toe tot het koor van Wangaratta’s Holy Trinity Cathedral’. Lichtjaren daarentegen gapen tussen Ghosteen en de twee handen waarmee hij mij lang geleden bij de nek greep, de adem benam, schopte, jende, tergde, provoceerde. De dolgedraaide donderprediker, het tierende beest, met zijn vuurspuwende ogen, sardonische tronie, woest getoupeerde vleermuiscoupe. Nick, die schuimbekte, klapwiekte, heroïne spoot en ons de les las over William Faulkner, Flannery O’Connor, Blind Lemon Jefferson, Johnny Cash en Elvis, de Koning. Nick The Stripper in zijn strakke pak van de doodgraver, de onheilspellende, de angstaanjagende. Die van Prayers On Fire en, hoe kon hij die titel nou ooit kiezen, The Firstborn Is Dead of Kicking Against The Pricks. Nick van de zelfkant, Nick die verslag deed uit de goot, wiens zwartgallige, briesende, ziedende rock met The Birthday Party en later The Bad Seeds ons zo imponeerde dat we hem voor altijd in ons hart sloten. En dan hebben we het nog niet eens gehad over de tijd dat hij moord verheerlijkte als artistieke daad (Murder Ballads) en zelf op The Mercy Seat plaatsnam. ‘An eye for an eye and a tooth for a tooth.’ Of over zijn druipsnorrentijd, toen hij even een parodie dreigde te worden op zijn vroegere diabolische persona. Dood, morsdood. 

Ik wil mijn Nick Cave terug.

Rockliefhebbers leven in het tijdperk van de wederopstanding. Het Lazarus-tijdperk. In dezelfde maand waarin Cave Ghosteen uitbrengt, gaat in Amsterdam de musical Lazarus in première, waarmee David Bowie knap zijn muzikale wederopstanding heeft geregeld.

Lees alle inter­views, achter­grond­verhalen, album­recensies en columns van OOR nu ook op OOR.NL. Exclusief voor abonnees.

Deel dit artikel

Meest gelezen artikelen

Such Pretty Forks In The Road
album
Alanis Morissette

Such Pretty Forks In The Road

Als je in de tweede helft van de jaren negentig een clipzender aanzette, was de kans dat er binnen een ...
'Ik heb die mensen in het publiek dus tóch nodig'
ontmoetingen

‘Ik heb die mensen in het publiek dus tóch nodig’

En ook al kennen Ferry (De Kift) en Marien (Moss, Opera Alaska) elkaar niet, in het Hollandse zonnetje komen de ...
A New Day Now
album
Joe Bonamassa

A New Day Now

Joe Bonamassa debuteerde in 2000 veelbelovend met A New Day Yesterday. De toen 22-jarige New Yorker speelde uitstekend gitaar en ...

'Een carrière lang de horror van het leven in muziek proberen te vangen en dan gebeurt je dit' (achtergrond) | OOR