achtergrond

Een historie in honderdtallen: OOR #500 (1991)

In het kader van de duizendste OOR doken we eens grondig de archieven in, op zoek naar eerdere (ongemerkt gepasseerde) jubilea. OOR #100, 200, 300 et cetera – wat waren dat voor edities en wat zeiden ze over de (muzikale) tijd waarin we leefden? Zie hier: OOR #500 van 13 juli 1991.

DE WERELD

In Praag wordt het Warschaupact opgeheven. Slovenië en Kroatië scheiden zich af van Joegoslavië, een paar weken later doen de Baltische staten de Sovjet-Unie wankelen | In gameland introduceert Sega de superheld Sonic The Hedgehog. Hij moet het opnemen tegen de gloednieuwe SuperNintendo, die alle andere spelcomputers overbodig maakt | In Finland voert premier Holkeri het eerste gesprek per GSM. In Zwitserland wordt het WorldWideWeb gelanceerd met (de allereerste url!) http://info.cern.ch/hypertext/WWW/TheProject.html.

DE COVER

‘De wereld trok zich wonderbaarlijk samen in deze 100 pagina’s’, belooft de hoofdredactie in OOR’s zomernummer van 1991. Een wereld waarin de cd naadloos is ingeburgerd en de schokgolf van de gevallen Muur steeds verder uitdijt. ‘De geest van de tijd, oude en nieuwe grenzen, de paraatheid van de pop en haar Umwelt’ uit zich echter meer in midlife crisis– dan midzomersferen. De generatie die de revolutie ooit ontketende worstelt met het ouder worden: Bob Dylan ziet Abraham, Joni Mitchell geldt als grande dame, Paul McCartney goes classic en OOR heeft zelfs een Klassiek-special bijgevoegd. De dwarse elementen die de wanorde eind jaren zeventig herstelden (Gavin Friday, Pere Ubu, Jello Biafra, Debbie Harry) zijn ook al aan reflectie toe. En ondertussen bonkt de nieuwe tijd nadrukkelijk op de deur: ‘Hip Holland Hop’ prijkt er onder de galerij der groten voorop de 500ste OOR. ‘De Nederlandse hiphop is het zorgenkindje van de Nederpop. Nauwelijks op de radio of in de bladen moet deze stroming opboksen tegen tal van vooroordelen’, schetsen Kees de Koning en Morales Wijngaarde na grondig veldwerk in Amsterdam, Rotterdam en Eindhoven. Oudgediende Rudeboy verklaart de drijfveer: ‘Velen hebben de frustratie niet als volwaardig te worden beschouwd, maar als tweederangs burger. Constant jezelf moeten verantwoorden. Rap is eigenlijk een van de mooiste vormen van therapie, namelijk zelftherapie. We leven in een wereld waar het heersende model nog steeds blank is. Voor mensen met een andere huidskleur staat geen andere weg open dan hun eigen held te spelen. Zo van: wil je niet naar mij luisteren? Niet erg, maar ik ga mijn ding doen.’ Nieuwkomer Def P. van Osdorp Posse onderstreept de heilzame werking: ‘Als ik me kut voel, kan ik een oud vrouwtje in elkaar gaan trappen, maar dat werkt niet, want de volgende dag voel ik me net zo belazerd. Al die agressie kan ik ook kwijt in mijn raps.’

DE PLAAT

De grens tussen jong en oud vervaagt in de Oase, zoals de recensierubriek inmiddels door het leven gaat, bij The Mix van Kraftwerk. Na twintig jaar toekomstmuziek haakt het excentrieke Duitse elektronica-instituut – ‘een onuitputtelijke inspiratiebron voor de technotak van de dansmuziek (waaronder house)’ – voor het eerst in z’n bestaan in bij de actualiteit en heersende trend. ‘De avontuurlijke remixen van de elf Kraftwerk-favorieten op deze cd blijken de tand des tijds glansrijk te hebben doorstaan en ook in het (dansbare) electro-aanbod van vandaag dienen zij tot het puikje van de zalm gerekend te worden.’ In de Moordlijst van deze editie moet Kraftwerk alleen De Raggende Manne en rapper Son Of Bazerk voor laten gaan. Hoogste nieuwe binnenkomer: Gish van Smashing Pumpkins, op nummer 13.

DE PODIA

De clash tussen oud en jong sleept zich voort op de velden, zoals op Parkpop, waar OOR’s Herrieman constateert dat gevestigde namen als ‘grijze duif’ John Mayall, Nils Lofgren en Willy DeVille wel vermaken maar niets nieuws brengen, terwijl Mano Negra op de valreep alsnog een Franse revolutie op het Haagse Zuiderpark loslaat en ‘het enigszins oubollige Parkpop’ op het nippertje redt. In Torhout, dan nog kopie en evenknie van Werchter, is het juist de oude garde Iggy Pop, Sting en vooral Paul Simon (‘superieure dynamiek’) die Herrieman in beweging krijgt. De jeugd gooit er, stelt hij zuur, met de pet naar. Zo kaatst de echo van Happy Mondays genadeloos terug vanaf het lege veld, ‘de neuzelig mekkerende, verdwaasd rondzwalkende zanger en de schele, onversterkte sambaballenspeler maken het er allemaal niet beter op’. De Pixies heten niet meer dan een alternatieve variant op het aloude naaikransje: ‘Mensen die net een week geleden een instrument uit een doos hebben gehaald en daarmee, zonder dat ze het zelf in de gaten hebben, de grenzen van valsheid verkennen. Na elk nummer kijken ze glunderend van: mooi hè? En het publiek dat zelf nog ooit op zo’n groot podium hoopt te staan moedigt ze luidkeels aan.’

DE VRAAG

OOR’s Geert Henderickx (in 2017 op 64-jarige leeftijd overleden) interviewt Joni Mitchell (48), die het album Night Ride Home uitbrengt, en snijdt een gevoelig onderwerp aan. Geert: ‘Aan de vooravond van de jaren tachtig bekende je in een interview dat je grootste zorg was of je wel gracieus oud zou worden. Je loopt nu inmiddels zachtjes naar de vijftig toe – zit je er nog steeds mee?’ Joni: ‘Jij soms niet? Per slot van rekening behoren wij tot de generatie die het ooit bestond uit te roepen dat niemand boven de dertig te vertrouwen viel. Sinds we die leeftijdsgrens hebben overschreden, zijn we doordrongen van de waarheid die in de bijbel wordt verkondigd: oordeelt niet opdat gij niet geoordeeld wordt. Nou is de rock & roll-wereld bij uitstek een op de jeugd gefixeerde onderneming, zodat je vroeg of laat onvermijdelijk wordt geconfronteerd met de nijpende kwestie: tel je niet meer mee nu de lijnen op je gezicht zijn verschenen, zelfs al blijkt je ziel nog altijd in staat om betekenisvolle muziek te creëren? […] Ik prijs me gelukkig dat men tot op de dag van vandaag graag naar mijn muziek luistert en ik er ondanks de nodige ziekten in het verleden behoorlijk geconserveerd uitzie. Om maar te zwijgen van de voldoening over het feit dat ik in de loop der jaren heel wat onkruid in mijn ziel heb gewied, hetgeen overigens niet wegneemt dat er nog het nodige valt te schoffelen.’

DE KANTLIJN

‘Vijftig redenen waarom ik van Bob Dylan houd’, schrijft Bono ons naar aanleiding van de vijftigste verjaardag van de oude meester. De tien beste, leukste of ontroerendste:

Hij ziet er uit als vijftig

Hij zingt als een zwerm bijen

Hij weet dat ironie geen vijand van de ziel hoeft te zijn

Hij schrijft twee songs: één voor haar en één voor Hem

Hij is tegen mij erg aardig

Hij draagt verstandige schoenen

Hij is Elvis niet

Hij is Jimi Hendrix niet

Hij is Jim Morrison niet

Hij is niet dood.’

Deel dit artikel

Meest gelezen artikelen

Pearl Jam brengt nieuwe single 'Dance of the Clairvoyants' uit
nieuws

Pearl Jam brengt nieuwe single ‘Dance of the Clairvoyants’ uit

Pearl Jam kondigde op 27 maart zijn nieuwe album Gigaton aan. Nu geeft de band ook een eerste voorproefje van ...
Eefje de Visser: 'Het dancepubliek is zó positief, ik hou van dat optimisme'
interview

Eefje de Visser: ‘Het dancepubliek is zó positief, ik hou van dat optimisme’

Ze zeggen dat empatische mensen sterker geneigd zijn dialecten en accenten over te nemen. Als dat waar is, dan zit ...
The Strokes derde headliner op Best Kept Secret
nieuws

The Strokes derde headliner op Best Kept Secret

The Strokes zullen de zaterdag van Best Kept Secret headlinen. Dat kondigde de nieuwe festivaldirecteur Maurits Westerik woensdagavond live aan op ...

Een historie in honderdtallen: OOR #500 (1991) (achtergrond) | OOR