achtergrond
Roots

FELA KUTI: Amokmaker en oervader van het zwarte zelfbewustzijn

Als je plezier beleeft aan Amok van Atoms For Peace, de ‘supergroep’ rond Thom Yorke van Radiohead, dan kun je je hart ophalen aan de albums van Fela Kuti. Obscuur, moeilijk te vinden? Vanaf nu mag dat geen excuus meer zijn, vrijwel alle muziek die de belangrijkste Afrikaanse muzikant van de vorige eeuw, de magistrale grondlegger van de Afrobeat, saxofonist, toetsenist, zanger, bandleider, visionaire activist en provocateur, op plaat vastlegde, wordt momenteel heruitgebracht, mooi gedocumenteerd en in een aantal gevallen ook nog voorzien van dvd’s met live-opnames.

OFFICIEEL HEET hij Fela Ransome Kuti, maar in 1973 verandert hij zijn middelste naam – naar zijn smaak te veel ‘een echte slavennaam’ – in Anikulapo: Hij-die-de-dood-met-zich-meedraagt. In 1974 is hij al zo geradicaliseerd dat hij een eigen staat uitroept: Kalakuta Republic, hij laat er een groot hek omheen zetten. Zijn eigen Kytopia, in Nigeria’s hoofdstad Lagos. Eigenlijk een commune, met een gratis kliniek, een studio en een discotheek genaamd The Shrine. Wanneer hij in 1977 het album Zombie uitbrengt, een felle, satirische aanval op het leger dat het in zijn ogen corrupte Nigeriaanse bewind slaafs dient, brandt een duizendtal bewapende soldaten Kalakuta tot de grond op af. Aanwezige vrouwen worden verkracht, Fela zelf zwaar mishandeld. Ook smijten ze zijn 77 jaar oude moeder, een radicale activiste, van twee hoog uit een raam, wat haar dood tot gevolg heeft. Westerse muzikanten zeggen wel eens dat ze wel zouden willen sterven voor hun muziek, maar Fela tart de autoriteiten met zijn muziek, die een onweerstaanbare dansbaarheid koppelt aan radicale politieke teksten, dermate heftig dat hij maar liefst tweehonderd keer is gearresteerd en vele malen in de gevangenis belandt en afgetuigd wordt. Het mag zelfs een wonder heten dat Hij-die-de-dood-met-zich-meedraagt niet in een cel of door politie- of militaire kogels aan zijn eind komt, maar in 1997 door aids.

MOET JE DE politieke context van Fela’s muziek kennen om deze op waarde te schatten? Ja en nee. Ja, omdat hiermee het grimmige element van veel van zijn songs wordt verklaard. En ook omdat Fela’s impact in de ogen van sommigen zijn muziek overstijgt. Zoiets dacht bijvoorbeeld hiphopmagnaat Jay-Z, toen hij in 2009 zijn naam verbond – als medeproducer – aan de Broadway-musical Fela! De machtige rapper uit Brooklyn dicht Fela een voorbeeldfunctie toe voor het zwarte Amerikaanse publiek. Muzikale pionier van Black Power, Afrikaanse oervader van het zwarte zelfbewustzijn van de Amerikaanse rapbeweging. Als voorvechter van de black man’s struggle heeft Fela in zijn leven inderdaad weinig last gehad van een minderwaardigheidsgevoel ten opzichte van blanken, to say the least. Hij laat zich, zeker als zijn carrière eenmaal een hoge vlucht heeft genomen, niets gelegen liggen aan blanke, Amerikaanse en Europese normen. Fela Kuti heeft daaraan geen concessies gedaan, niet in zijn muziek en ook niet in zijn dagelijks leven. Met zijn scherpe tong legt hij jaren vóór Public Enemy feilloos de zwakheden van de blanke westerling bloot: diens inhaligheid, hypocrisie en misplaatste superioriteitsgevoel.

Het maakt Fela fascinerend, maar soms zo provocatief dat het bijna niet meer leuk is. Mede hierdoor is hij niet die Grote Derde Wereld Popster geworden die zijn tijdgenoot Bob Marley wel werd. De boodschap van Bob Marley is even zo militant, plus dat hij dat rare rastageloof meetorst, maar de toon die zijn reggae aanslaat is gezelliger, milder en doet aanspraak op een universeel humanisme dat Fela mijlenver gepasseerd is. Confronterend, strijdbaar, niet bang om vijanden te maken: die woorden tekenen Fela Kuti ten voeten uit. Hij zal er een hoge prijs voor betalen.

Maar nee, het is allerminst zo dat zijn muziek zonder zijn boodschap, zonder zijn radicale stellingname, geen waarde heeft. Aangezien hij in zogenaamd pidgin Engels zingt, is hij sowieso nauwelijks te verstaan. Het geeft geen pas om zijn muziek te verslijten voor een exotische mengeling van pan-Afrikaanse propaganda én lokaal protest van waaruit Nigeriaans straatrumoer opstijgt. Zijn Afrobeat is helemaal geen ver-van-mijn-bed-show die de westerse luisteraar niet raakt. Daarvoor heeft Fela’s muziek te veel overduidelijke aanknopingspunten met de westerse muziektraditie.

Het is precies zoals Michael E. Veal, de professor in Music And African-American Studies aan de universiteit van Yale, schrijft in de introductie van zijn boek Fela: The Life And Times Of An African Musical Icon: ‘In zijn muziek herkende ik onmiskenbaar echo’s van muzikale innovatoren uit de Afrikaanse diaspora: James Brown, John Coltrane, gewone jazz, bigbandjazz, funk, rhythm & blues en salsa.’ Veal bedoelt gewoon ‘zwarte Amerikaanse muziek.’ Veal vervolgt: ‘Ik herkende ook de geest en muzikale methodiek van West-Afrika: nauw vervlochten ritmische patronen, vocale chants, vraag-en-antwoord-koren en in het algemeen een percussieve aanpak.’ Denk hier even aan wat Thom Yorke onlangs over Fela Kuti zei: ‘Ik vind het geweldig dat hij geen shit geeft om gangbare songstructuren. Een call and recall vocal, eindeloos herhaald, dan zegt hij een paar dingen en keert terug naar call and recall, zingt wat en keert weer terug. Het is niet van: nu het refrein, jongens, allemaal voeten op de pedalen, we spelen het refrein, nee, …’

Laten we de draad van professor Veal weer oppikken, want hij zegt het zo mooi: ‘Compositorisch bewonderde ik Fela’s vermogen om schijnbaar eindeloze reeksen van ingewikkelde, aanstekelijke groovepatronen, koorlijnen en blazersriffs te creëren. Zijn nummers duren zelden minder dan vijftien minuten, met daarin secties voor vastomlijnde ensemblepassages, jazzy solo-improvisaties, koorzang en de eigenlijke zanglijn.’ De professor bedoelt: Er gebeurt heel erg veel in de lang uitgesponnen nummers van Fela Kuti. En zo is het ook. Fela’s band bezit altijd twee of meer gitaristen, twee baritonsaxofonisten en vaak twee bassisten. Bewonderenswaardig hoe de professor kernachtig weergeeft wat Afrobeat eigenlijk is: ‘a long form highlife-funk-jazz fusion.’ De professor kan het weten. Als saxofonist speelt hij eind jaren tachtig, begin jaren negentig een paar keer mee met Fela en diens band Egypt 80, zowel in Amerika als in Nigeria.

Wie op een aangename manier Michael Veals omschrijving van Fela’s muziek geïllustreerd wil horen, luistert naar het fenomenale album Roforofo Fight/The Fela Singles (oorspronkelijk uit 1972). Dan weet je meteen waar de Talking Heads de mosterd haalden toen ze in 1980 hun beste plaat Remain In Light maakten.

HOE GROOT DE KLOOF IS die gaapt tussen de compromisloze Afrikaan Fela en het westen, blijkt wel uit een ontmoeting die OOR’s Roberto Palombit in 1981 met hem heeft in België. Het levert spectaculair, maar ook tamelijk gênant proza op. Fela is in Brussel neergestreken met zijn 27 vrouwen. Deze heeft hij een jaar na de brandschatting van Kalakuta gehuwd, vanuit de gedachte dat een ‘echte Afrikaanse man’ het vrouwvolk in zijn omgeving bescherming moet bieden. De dames zijn ook actief als danseressen en achtergrondzangeressen in Fela’s band. Het personeel van het Brusselse Hotel Central is ondertussen de wanhoop nabij. ‘Zijt ge journalist uit Holland. Ah wel, meneer, ik moet U vertellen, deze mensen zijn verschrikkelijk, ’t zijn echt wilden uit den wildernis, hè? Ge moet hun hotelkamers eens zien, ’nen grote beestenbende.’

Bedenk dat het algehele gedachtegoed jegens alles wat niet tot het westen behoort in 1981 dichter staat bij dat van Kuifje In Afrika (Hergé’s vanwege verregaand racisme bekritiseerde tweede album), dan bij het huidige wereldbeeld, dat mede door televisie en internet is gemondialiseerd. Hoewel ook bij dat laatste, getuige sommige aanhangers van Wilders en FC Den Bosch met hun oerwoudgeluiden, soms vraagtekens geplaatst kunnen worden.

Roberto schrijft vol verwondering: ‘De groep die zich Afrika ’70 noemt, neemt diverse etages in het hotel in beslag. De leden rennen dag en nacht door de gangen, ondertussen allerlei kreten slakend. Je ziet ze de ene kamer ingaan en de ander weer uitkomen. Fela hoeft zijn hand maar op te steken en via vijf, zes tussenstations zorgt de juiste figuur dat het voor elkaar komt.’ Als hij duidelijk heeft gemaakt dat hij niet voor ‘een of ander reactionair, racistisch blad werkt’, wordt hij meegenomen naar ‘de kamer van de Afrikaanse ster’. ‘Fela zit al op me te wachten. Hij is klein van postuur en tenger. Zijn lange, superslanke echtgenotes, die ook aanwezig zijn, steken met kop en schouders boven hem uit.’ Enigszins verbijsterd (‘Het gedrag is veel speelser dan het onze, men neemt het niet zo nauw’) beschrijft Palombit hoe tijdens de bloedserieuze politieke discussie die zich tussen Fela en hem ontspint, ‘er zelfs een vrouw achter Fela op de rugleuning komt zitten, en hem omgegeneerd in zijn zak begint te knijpen, terwijl ze ons aankijkt alsof er niets aan de hand is.’ Fela vindt het helemaal niet erg als de OOR-fotograaf het tafereel vastlegt:’We are Africans, man, we have a different mentality, you know.’

FELA HEEFT HET niet begrepen op ‘kapitalistische multinationals die het land uitbuiten en het volk dom houden’, noteert Roberto. Op het album Black President (uit 1981) lanceert Fela een vlijmscherpe aanval op de Amerikaanse International Telephone And Telegraph (company), afgekort als I.T.T. De firma wordt door Fela omgedoopt in International Thief Thief (‘dey cause confusion, corruption, oppression, inflation’). Tegen Roberto vertelt hij:

‘Die Amerikanen zijn motherfuckers, man. Ze kijken neer op Afrika en doen alsof wij allemaal menseneters zijn.’ Hij veegt en passant de vloer aan met Ginger Baker, de drummer van het Britse supertrio Cream, met wie hij begin jaren zeventig heeft samengewerkt.

Tot de nu heruitgebrachte albums behoort ook Fela Ransome-Kuti And The Africa ’70 With Ginger Baker Live! Hierop staat een ruim zestien minuten durende drum-orgie van Ginger en Fela’s drummer en toenmalige bandleider Tony Allen (tevens een onmisbare schakel in de ontwikkeling van de Afrobeat). Ginger kent Fela nog uit Londen, waar hij in het begin van de jaren zestig het gezelschap Fela And His Highlife Rakers leidt.Fela: ‘We waren vrienden, maar we zaten bij verschillende platenmaatschappijen. Daarom besloten we twee lp’s te maken, één onder zijn naam bij Phonogram en één onder mijn naam bij EMI. Toen mijn lp in 1971 uitkwam, stond zijn naam en foto er bijna nog groter op dan de mijne. Een jaar later kwam zijn lp uit [Stratavarious], waarvoor ik alle muzikanten heb geleverd. Heel klein in de liner notes ben ik nog terug te vinden. Doet een vriend zoiets?’

Fela zegt honderd dollar te hebben gekregen voor zijn bijdrage en is verontwaardigd als Ginger Baker samen met regisseur Tony Palmer naar Nigeria komt om hem te filmen. ‘Ze wilden me als een domme neger afschilderen, maar ik heb geen zin om voor aap te staan, want ik ben geen aap.’

CURIEUS IS HET VERHAAL achter een ander opnieuw uitgebracht album: Expensive Shit uit 1974. De titel is ontleend aan een incident dat ook langskomt in Palombits OOR-verhaal. Als de politie Fela verdenkt van hasjconsumptie (daarvoor kan je in die dagen in Nigeria jaren de gevangenis ingaan), doen ze een inval in zijn huis. Fela slikt ijlings de aanwezige drugs in en weigert zijn maag leeg te laten pompen. De politie zet hem in de cel en wacht net zo lang tot het ‘bewijsmateriaal’ Fela’s lichaam via de natuurlijk weg zal verlaten, maar hij weet zijn ontlasting door medegevangenen uit de bajes te laten smokkelen. Roberto: ‘De dag voor het proces gaf Fela de politie een mooie niet gedrogeerde drol.’ De hoezen van Fela’s albums zijn doorgaans voorzien van opzichtige, zeg maar rustig schreeuwende kleuren, maar op die van Expensive Shit overheerst de kleur bruin. We zien een een lachende Fela met gebalde vuist te midden van tientallen zwarte vrouwen met ontblote borsten, allen achter prikkeldraad. Typische Fela-humor. Het kost hem natuurlijk ook een vermogen om die vrouwen allemaal te onderhouden. Tegelijkertijd heeft de politie tevergeefs vele manuren besteed aan het bestuderen van zijn poep.

Humor is het wapen waarmee hij dictators bestrijdt. Zij die zich niet op hun kop laten zitten, lacht hij met zijn muziek recht in hun gezicht uit. Niet voor niets heet een van zijn nummers: Music Is The Weapon.

Expensive Shit vormt ‒ in de rerelease ‒ een combi-package met He Miss Road uit 1975. Het titelnummer van dit album openbaart in de tekst ook al typische Fela-humor: ‘Gorilla way run from the bush. He enter Lagos, he enter bus. He Miss Road, oh yes, I say ‘he Miss Road’, he cause confusion. Driver go stop, bus go brake. Passenger go scatter! I say he Miss Road, oh yes!’ De verwarring stichtende gorilla is hij natuurlijk zelf. En miss staat voor Mister. Een Grote Meneer op tournee! De plaatis geproduceerd door eerder genoemde Ginger Baker, en klinkt iets westerser en psychedelischer dan we van Fela gewend zijn. Het orgel doet hier en daar zelfs aan The Doors denken.

Andere Fela-platen die door producers van buitenaf zijn gemaakt zijn o.a. Live In Amsterdam uit 1983 (productie: dubmaster Dennis Bovell) en Army Arrangement uit 1985, dat door Bill Laswell wordt geproduceerd terwijl Fela in Nigeria in de gevangenis zit. Over het resultaat van Laswells inspanning is Fela niet erg tevreden. ‘Worse than being in prison’, oordeelt hij, als hij het album in de cel op een binnengesmokkeld cassettebandje heeft kunnen horen. Westerse journalisten klagen in de jaren zeventig en tachtig over Fela’s eigen Nigeriaanse productie. Als Robert Palombit in 1981 het album Black President recenseert schrijft hij: ‘De muziek moet in één keer op de band gepleurd zijn met Derde Wereld-apparatuur.’ De factor tijd heeft hier wonderen gedaan. Juist die zogenaamde Derde Wereld-opnames klinken anno 2013 zeer goed. Spontaan, authentiek, Afrikaans, kolkend, transparant en vitaal. Uiterst modern dus. Terwijl juist de door westerse producers onder handen genomen platen van Fela er soms een handje van hebben gedateerd te klinken.

Het is te danken aan het New Yorkse Knitting Factory Records (in ons land gedistribueerd door PIAS) dat al die oude platen nu weer verkrijgbaar komen. Tussen maart en september van dit jaar brengt het label verspreid over vier worpen bijna 50 (!) albums van de Nigeriaanse meester uit. Speerpunten van het reissueprogramma zijn de dubbelaars The Best Of The Black President en The Best Of The Black President 2. Die titels zijn ontleend aan het feit dat hij zich kandidaat stelde voor het presidentschap van Nigeria in 1979, waar de autoriteiten een stokje voor staken. Op de eerste staan Fela’s ‘hits’, zoals Zombie, I.T.T., Lady en Roforofo Fight; op de tweede topnummers als Expensive Shit, Monkey Banana, Black Man’s Cry en He Miss Road. Betere introducties tot Fela’s belangwekkende oeuvre dan deze twee platen kun je je niet wensen. De bij de deluxe edities gevoegde dvd’s geven ook aan wat er zo provocerend en schokkend aan Fela’s optredens was. We zien hem op Glastonbury verkondigen dat hij Democratie (‘Demo-crazy’) verdoemt als een westerse vinding die zwart Afrika veel schade heeft berokkend, waarna hij het nummer Teacher, Don’t Teach Me Nonsense begint.

Die ‘teacher’ is de blanke, die zwart Afrika zoveel nonsens verkocht heeft. Voor zijn neus staan duizenden Britse festivalgangers, een talent voor vrienden maken heeft Fela niet. De tanige Fela met ontbloot bovenlijf, strakke heupbroek, witte krijtstrepen op zijn gezicht, joint aan zijn lippen, gespierde armen en vingers die als spinnen over zijn keyboard dansen, biedt een licht verontrustende aanblik. Zijn achtergrondzangeressen, in native dress, met armbanden, trotse kapsels en beschilderde gezichten, schokken net iets te wild met de heupen om nog het woord gracieus te rechtvaardigen. Er wordt geweldige muziek gemaakt, maar het optreden heeft ook iets van een licht pervers ritueel.

Zoiets ervaar ik zelf ook als ik Fela eind jaren tachtig in Paradiso zie optreden. Blijdschap ontbreekt op het podium ten enenmale. Er schuilt iets navrants aan de aanblik van al die soms erg jonge, halfnaakte zwarte meisjes uit Fela’s gevolg die bijna als roboteske slavinnen schokschouderend en heupschuddend met de muziek mee staan te dansen. Misschien gebeurt hier iets ‘Afrikaans’ wat ik als blanke Europeaan niet kan begrijpen, denk ik, maar tegelijkertijd spookt het woord mensonterend door mijn hoofd. Alsof die meisjes van elke individualiteit beroofd zijn. Fela, dan al in zijn nadagen, lijkt de ontspoorde leider van een sekte met versufte volgelingen. Er is nog wel ironie, maar deze heeft een bitter, verongelijkt gehalte. Met wat er zich op het podium afspeelt, kan ik me dan in ieder geval absoluut niet identificeren.

MISSCHIEN is dit alles allemaal niet zo gek, als je weet dat Fela in 1984 tot tien jaar gevangenis is veroordeeld, zogenaamd wegens geldsmokkel, maar eigenlijk omdat de toenmalige dictator Buhari hem gevaarlijk achtte. Na twintig maanden komt hij toch vrij, mede door hulp van o.a. Amnesty Interational. Daarna toert hij met zijn entourage (Egypt 80) van zo’n tachtig mensen veelvuldig door Europa en Amerika. Misschien is hij dan al gebroken en is de fut er uit bij hem en zijn mensen. Daarom verwondert het me bijna dat de meeste van de heruitgebrachte Fela-platen me nu, bij herbeluistering, zo vrolijk en opwekkend voorkomen. Bijna als feelgood jazzlounge, met opzwepende Afrikaanse grooves, die hun weirdness hoogstens halen uit het feit dat ze door hun lengte een beetje stoned klinken.

Met de tijd is dus ook veel grimmigheid verdwenen. Weet tegelijk dat Fela’s begrafenis in 1997 in Lagos door meer dan een miljoen mensen bezocht werd. Gewone Nigerianen van de straat, die zich door Fela’s muziek, boodschap en bravoure sterk aangesproken hebben gevoeld. Fela was een man van het volk en hij kwam op voor het volk. Fela overleed aan de gevolgen van aids, maar het algemene gevoelen in Nigeria is dat zijn immuniteitssysteem en fysieke weerstand vooral zijn verzwakt door de ontelbare keren dat de autoriteiten hem in elkaar lieten slaan.

VROUWEN

Vooral Fela’s houding ten opzichte van vrouwen is in onze ogen nogal bruut. ‘Jullie westerlingen neuken niet genoeg’, staat in koeienletters boven het OOR-artikel uit 1981. Fela komt eruit tevoorschijn als het archetype van de polygame potentaat. Fela: ‘Omdat ik dol ben op seks, lukt het me om die groep vrouwen bij elkaar te houden, ik neuk zo vaak als ik kan. Gemiddeld ga ik met twee of drie vrouwen per dag naar bed. Dat moet ook wel. Als ze niet regelmatig gepakt worden, zijn ze enorm kribbig en krijg ik trammelant.’ Hij houdt hij ‘het beschaafde Westen’ een spiegel voor. ‘Je kunt toch niet ontkennen dat bij jullie chaos en verwarring heerst in man-vrouwrelaties?’ Seks met minderjarige meisjes vormt geen probleem, wat Fela betreft. ‘Vóór het kolonialisme hadden Afrikaanse meisjes seksuele relaties op elf-, zelfs tienjarige leeftijd, dat bepaalt de vrouw zelf. When a woman is ready to be fucked, she gets fucked.’ Tegen Roberto: ‘Jij noemt mij een conservatief, maar ik ben een natuurmens. Zien jullie niet dat een vrouw een lichaam heeft om overweldigd te worden, zachte borsten, een zachte kont, een gat om in te kruipen?’ Of hij vrouwen dom vindt, vraagt Roberto: ‘Neen, ze zijn anders. Omdat ik een vrouw neuk, hoeft ze niet dommer te zijn.’ ‘Wij Afrikanen zijn realisten en daarom geloven we niet in de vrouwenbeweging’, zegt hij. ‘In de keuken staan en kinderen baren, dat is hun taak.’

MALCOLM X

Fela wordt in 1938 geboren als zoon van een dominee. In de jaren zestig studeert hij muziek in Engeland. Aan het eind van dat decennium vertrekt hij naar Amerika om er met zijn eigen band op te treden. Hij heeft er grote visaproblemen en ontmoet Frank Sinatra en Bill Cosby. De later zo beroemde komiek zoekt een band, ‘maar dat liep uit op niets’. Belangrijker is Fela’s ontmoeting met de Black Panthers-activiste Sandra Izsadore. Zij wijdt hem in in de geneugten van het mariuhana roken en maakt hem vertrouwd met de denkwereld van o.a. de militante zwarte leider Malcolm X. Tegen Roberto Palombit vertelt Fela in 1981 dat hij in Los Angeles onder de indruk kwam van Sandra, toen zij bij protesten tegen de Californische gouverneur Ronald Reagan (de latere president) drie maanden de cel inging omdat ze een politieagent een schop onder zijn kont had verkocht. ‘Ik dacht, wow, een vrouw die dat zomaar durft.’ Door het lezen van de geschriften van Malcolm X brak bij hem het besef door dat ‘wij moeten ophouden ons te willen gedragen als westerlingen met zo’n mooi pak.’

Deel dit artikel

Meest gelezen artikelen

nieuws

Word lid van Club OOR en kies je welkomstgeschenk!

Als je nu een abonnement neemt op OOR, word je niet alleen automatisch lid van Club OOR - waarmee je jaarlijks ...
concert
Kaleo

Kaleo kampt met geloofwaardigheids-probleem

‘Looked the devil in the eye. The devil’s gonna make me a free man’, begint Jökull Júlíusson, frontman van Kaleo ...
nieuws
Stone Temple Pilots

Stone Temple Pilots verwelkomen nieuwe zanger

De Stone Temple Pilots zijn weer actief. Gisterenavond presenteerde de band een nieuwe zanger. Zijn naam is Jeff Gutt, bekend van de ...