Eindelijk thuis. Benny Sings trok vaak de wereld over, schoof bij andere songwriters aan en nam overal en nergens op, maar zijn veelal thuis vervaardigde, zachtaardige indiesoul laat altijd wel ergens een zonnetje schijnen. Op 22 Durnham Dew opnieuw tien pakkende liedjes vol huppelende stukjes hiphop, sprankelende jazz en vleugjes ouderwetse disco die, ondanks soms wat tekstuele ellende, je dag vrolijk kleuren.
De in Dordrecht geboren Tim van Berkestijn (49) verruilde uitvalsbasis Amsterdam voor een huis tussen de koeien en een gezinsgerichter leven. We horen derhalve een liedje over een verbouwing en, eindelijk, dat liefdesduet met zijn vrouw. Daarnaast songs over een zoontje troosten na een verloren wedstrijd, angsten onder ogen durven zien en woede in woorden gieten tijdens ellenlange discussies. Zwaar klinkt het zelden, melodieus blijft het beresterk en muzikaal speels. Zelfs de Engelse versie van zijn eerste Nederlandstalige single Parachute, over angstaanvallen, klinkt nergens benauwend.
Favoriete track? Be Myself, geschreven met zijn helden van Tune-Yards, mede dankzij wat oude synthesizers en de stem van de Chileense artieste Ana Tijoux. Conclusie? Hoe anders deze eigengereide songwriter de zaken ook steeds aanpakt, en welke gasten er ook langskomen (er zijn tevens bijdragen van Baby Rose en Elijah Fox), dat uit duizenden herkenbare Benny Sings-stempel blijft perfect passen op alles wat hij uitbrengt.