Voor OOR-lezers is Xillan waarschijnlijk het bekendst als de broer van soulzanger Jeangu Macrooy, wiens platen hoge ogen gooiden in deze rubriek. Dat de twee zichtbaar familie zijn, wil echter niet zeggen dat ze in andere opzichten ook op elkaar lijken. Waar Jeangu zich voornamelijk focust op muziek is Xillan een all-round kunstenaar.
Zijn eerste album Son is onderdeel van een heus ‘debuutdrieluik’, waar zijn eerste roman (Mensen Als Zonnen En Mensen Als Manen) en eerste theatervoorstelling (A Coming Of (R)age Ritual) ook toe behoren. Dat we hier te maken hebben met een groot makerstalent moge duidelijk zijn, want na het succes van een boek en een voorstelling is ook Xillans debuutplaat een schot in de roos.
Verrassend genoeg leunt de zanger niet alleen maar op de warme, heldere soulstem die blijkbaar in de groeven van de Macrooy-stamboom gebakken zit. In openingstrack Cairo gebruikt hij autotune alsof hij de Hollandse Justin Vernon is. Zijn vervormde uithaal in de laatste tien seconden van dit intro wekt meteen kippenvel op.
In Milk & Honey gebruikt hij verschillende effecten om zowel zijn stem als de percussie gelaagd en bij vlagen verontrustend te laten klinken, wederom à la Bon Iver. In Belly Of The Beast kruipt hij, gedreven door een bubbelende UK garage-beat, steeds dichter naar de dansvloer. En terwijl Xillan muziek maakt die fris, hip en fruitig klinkt, zoekt hij tekstueel de diepte op.