Juist toen veel andere bands uit Philadelphia versnelden, ging Nothing in de ankers. De band rond zanger en gitarist Dominick Palermo ontsproot weliswaar uit dezelfde hardcore- en punkonderstroom als Jesus Piece en Soul Glo, maar zong zich los richting shoegaze. Een groter contrast met hun tijdgenoten uit de jaren tien was nauwelijks denkbaar. Bepalend voor die omslag was een straatroof, waarbij Palermo ernstig gewond raakte. De nasleep daarvan bepaalde het karakter van Nothing en beitelde somberte en melancholie in steen.
Kennelijk is Palermo de klap nooit te boven gekomen, want ook bij het zevende studioalbum A Short History Of Decay cirkelt Nothing onverminderd rond dezelfde muzikale onheilscoördinaten. Opnieuw schakelen ze van dichtgetrokken shoegaze, met de stem als ingesloten klanklaag, naar verstilling en glasheldere vocalen. Die benadering plaatst Nothing in het verlengde van genre-grootheden als My Bloody Valentine en Slowdive, met een zwaarder, soms trager register dat ook aan Jesu raakt. Geen verrassingen dus in het niets-nada-nothing-universum, maar wel enkele uiterst fraaie aanvullingen. Zo tilt het titelnummer – met een repeterend noodsignaal – het begrip rampspoed naar eenzame hoogte. Aan de andere kant van het spectrum, die verstilde kant, piekt Nerve Scales door eenvoud en herhaling. En door Palermo’s zangstem, die soms even resoluut uit de mistflarden naar voren stapt. Nothing blinkt uit in tactische stagnatie met stilstand als vertrekpunt. Blijkbaar kan dat.