Toen we twee jaar geleden schreven dat Black Friday van Tom Odell ‘niet meer dan een halve ster’ van ons kreeg, bleek dat niet alleen de mening van uw recensent. Zoals de Britse singer-songwriter na Another Love in de vergetelheid raakte, maar toch weer populair werd toen heel TikTok precies dát nummer onder Oekraïense oorlogfilmpjes begon te zetten, zo vergat men hem na Black Friday opnieuw.
Dat maakt Odell de tweede mens in de geschiedenis die maar liefst tweemaal door een grote groep werd vergeten, en dat jongetje in Home Alone speelde een rol. Dat God de mensheid niet schiep maar haat, bleek toen het twijfelachtige muzikale bestaansrecht van Odell wederom nieuw leven werd ingeblazen. De titelsong van zijn laatste plaat werd geremixt en een hitje. En nu zitten we dus weer opgescheept met deze verschrikkelijke singer-songwriter, die wederom een nieuw album heeft uitgebracht dat niemand van de OOR-redactie wilde recenseren. Je weet immers toch precies wat je met Odell in huis haalt en dat is die vreselijke middelmatigheid die door ieder gepassioneerd criticus tot het bot wordt gehaat.
Nou, ik heb goed doch slecht nieuws voor u: op A Wonderful Life doet Odell wel degelijk iets nieuws. In plaats van alleen Elton John te kopiëren, jat hij nu ook schaamteloos van andere muzikanten die beter zijn dan hij. Ongetwijfeld geïnspireerd door het internet dat zijn loopbaan redde, klinkt hij in Can We Just Go Home als de AliExpress-versie van Matt Bellamy. En eerder deed hij in het slot van opener Don’t Let Me Go al een Josh Homme-impressie. Los van diefstal overigens niets nieuws onder de zon bij deze begrafenisondernemer van het singer-songwritergenre. Al zijn pianoliedjes lijken nog steeds geschreven voor de crematie van oma, bij wie we onder grote dwang op visite moesten.