Wat betekent het om als band volwassen te worden? Het is een vraag die iedere groep die jong begint zichzelf op den duur wel eens stelt. Soms leidt het verliezen van je wilde haren tot een noodzakelijke stilistische evolutie, soms is het een teken dat de koek inmiddels wel op is. Bij het Nederlandse gitaarpoptrio WIES is het volgens de bijgevoegde bio zover op langspeler nummer drie, AH! (denk: een uitroep van enthousiasme of frustratie, niet de supermarkt).
Alleen hebben we hier te maken met een band die altijd al best volwassen klonk. Want ja, lockdown-hit Bandje was dan wel een middelvinger aan iedereen met een gebrek aan respect voor de cultuursector, maar eerder een keurig ondertekende schriftelijke middelvinger dan eentje die in je gezicht geschreeuwd werd. Dat alles om te zeggen: er is hier niet heel veel aan de WIES-formule gesleuteld. De openhartige Nederlandstalige teksten van frontvrouw Jeanne Rouwendaal worden nog steeds evenredig verspreid over scherpe rocknummers en gemoedelijke popliedjes, die allebei deze keer iets minder (emotionele) stootkracht hebben dan op die vorige platen. Het langzaam opbouwende Olifantenhuid en het festivalweide-waardige Als Het Gordijn Valt zijn beide behoorlijk euforisch, dus de koek is voorlopig nog niet op. Maar voor de volgende plaat wordt het misschien tijd om de titel van voorganger Alles Anders écht te verklanken.