Het New Yorkse duo Suicide smeedde zijn minimalistische elektronica met één been in de rockabilly en het andere in de toekomst. Diezelfde spagaat maakt de in 2016 overleden zanger Alan Vega in zijn solowerk. Maar waar Suicide vooral 50s swagger over een industriële puls legde, trekt Vega rockabilly nadrukkelijker de muziek in.
Liz Lamere, zijn weduwe en creatieve bondgenoot, brengt zijn archief opnieuw uit. Met het titelloze debuut, de uitgebreide versie daarvan en Collision Drive opent Lamere de kluis, de Vega Vault. Aangejaagd door gitarist Phil ‘Elvis’ Hawk ramt het titelloze debuut uit 1980 zijn onverbiddelijke regels der reductie meteen tussen de palen. Fireball en Ice Drummer bestaan bij de gratie van stripping-down, terwijl Jukebox Babe rockabilly afschraapt tot op de zenuw.
De demo’s op de Deluxe Edition bewijzen hoe vroeg in het proces die basis wordt beklonken, met nauwelijks afstand tussen schets en eindvorm. Collision Drive (1981) zet een andere motor in gang. Drummer en band geven het geluid fysieke massa. Outlaw en Magdalena 82 zijn uitvloeisels van de stedelijke observaties die Vega verzamelde, gedreven vanuit zijn fixatie op urban ritmes, neon, verval, outsider-figuren en junk culture. Maar het is de meedogenloze Vega-lijn die verklaart waarom LCD Soundsystem, The Jesus And Mary Chain, Trent Reznor, Mark Ronson en Jim Jarmusch zijn werk nog steeds priemend aanwijzen als reden om te snijden in plaats van te stapelen.