Donkere disco met broeierige baslijnen, achtergrondkoortjes die halve nummers vol zingen en Baxter Dury die in zwaar Cockney laconiek praatzingt over wat hij aantreft aan de randen van het stadse nachtleven. Zo klonk een gemiddeld album voordat sterproducer Paul Epworth (Coldplay, Florence + The Machine) met hem in zee wilde.
Mede ingegeven door zijn samenwerking met Fred Again op Baxter (These Are My Friends) bedacht Dury dat hij met Epworth een Brat-achtige popplaat wilde maken. Kortom: op Allbarone heeft de 53-jarige Brit zijn sound flink opgeschud, al valt er aan zijn stem natuurlijk weinig te veranderen. Het Brat-idee is het duidelijkst in de dansbare electropopsongs Schadenfreude en Allbarone, allebei met een prominente rol voor Jennifer Clarke alias Jgrrey, die de meeste (cynische) vrouwenzang verzorgt.
Het werkt eigenlijk best goed, en zó radicaal anders is dit negende album uiteindelijk niet. Het geluidsbeeld is elektronischer, er wordt eens een vocoder ingezet (Hapsburg) en in funky discotracks als Alpha Dog liggen vooral de bpm’s een stuk hoger dan voorheen. Hoogtepunt Return Of The Sharp Heads had ook op een vorige plaat kunnen staan. Daarin gaat Dury tekeer tegen influencers en mag JGrrey het vuile zangwerk opknappen: ‘You’re just a bunch of soulfuckers, you total cunts.’ Deze Brat voor boomers zal Charli XCX-fans vast koud laten, maar is een verfrissende en gewoon weer hele vermakelijke Baxter Dury-plaat geworden.