De Rotterdamse Dawn Brothers gelden al jaren als het best bewaarde geheim van de Nederpop. Inmiddels dringt dat langzamerhand door bij een groter publiek in binnen- en buitenland. Hun duo-album Double Cream met DeWolff werd genomineerd voor een Edison en leverde met What Kind Of Woman een hit op.
Hun nieuwe, vijfde album Alpine Gold verschijnt bij Excelsior, waar men wel raad weet met muziek die in de jaren zestig en zeventig is geworteld. Het door Paul Willemsen geproduceerde album koppelt een authentiek gevoel aan een eigentijdse frisheid. Meer dan op hun eerdere platen klinken de Dawn Brothers hier licht, luchtig en toegankelijk. Liedjes als I Am A Singer, For Better Or Worse en Mona Lisa zijn vrolijk en dansbaar. Hilarisch is Sheryl Crow, een psychedelische fantasie op de groove van All I Want To Do, waarin de zangeres samen met Eddie Vedder, Cat Stevens en zanger Bas van Holt als een roversbende door het land trekt. Met The Breeze steken de Nederlandse Dawn Brothers de Amerikaanse Walker Brothers naar de kroon. In It’s So Easy en Wanting Your Love So Bad keren ze terug naar de Americana van hun eerste platen. Aan knipogen en referenties naar grote namen uit het verleden geen gebrek, maar het zijn de eigen melodieën, de mooie stemmen en een onmiskenbare eigen invalshoek die de Dawn Brothers tot zo’n geweldige band maken. Laten we dat nu maar verklappen.