‘Vier albums op weg en nog geen spoortje van verval’, concludeerde hoofdredacteur Erik van den Berg ruim twee jaar geleden in zijn bespreking van Suck It And See. Arctic Monkeys had het weer geflikt: een plaat afleveren die moeiteloos tot de beste van het jaar behoorde.
Op AM tappen de Britten uit een vergelijkbaar vaatje, al laten ze ditmaal de ADHD-uitspattingen (Library Pictures), banale rock (Brick By Brick) entekstgeoriënteerde stijloefeningen (Don’t Sit Down ‘Cause I’ve Moved Your Chair) achterwege. Saai? Zeker niet. Do I Wanna Know? en R U Mine zijn Arctic Monkeys ten voeten uit: duistere songs vol moddervette licks. Die lijn wordt doorgetrokken tot No. 1 Party Anthem en Mad Sounds, waarin Turner op geheel eigen wijze de verrukkelijkste popclichés (‘Come on, come on, come on’, ‘Ooh la la la’) incorporeert. De twee nummers lenen zich uitstekend voor de (hopelijk ooit te verschijnen) verzamelaar Alex Turner’s Lullabies.
Dat er behalve muzikaal ook tekstueel het nodige te genieten valt, mag geen verrassing meer heten. ‘I just want you to do me no good, you look like you could’ kan zo op een (inktzwart) tegeltje. Opvallend genoeg keert Arctic Monkeys op de tweede helft van AM niet meer terug naar de broeierige sfeer van de eerste helft. Snap Out Of It is zelfs een ongewoon uitbundige popsong. Turner en drummer Matt Helders gooien, niet voor het eerst en niet voor het laatst, hun falsetstem in de strijd om nog maar eens te benadrukken dat de tijd van het onstuimige rockgeweld geweest is. Dat ze zich daar goed bij voelen, blijkt wel uit de albumtitel. Turner ‘stal’ het idee van Velvet Undergrounds compilatiealbum VU. Zijn verklaring voor het gebruik van initialen: ‘Dit is precies waar we nu zouden moeten zijn.’ Daarin kunnen wij ons vinden. Vijf albums verder en geen spoortje van verval. TOM SPRINGVELD