De dansvloer is bij uitstek een plek waar in het moment geleefd kan worden. Arlo Parks was er de afgelopen jaren vaak op of rond te vinden. De Britse dook het grootstedelijke nachtleven van New York, Los Angeles en Londen in. Daar deed ze behalve energie en nieuwe vrienden ook inspiratie op voor haar derde album Ambiguous Desire. Parks – die eigenlijk Anaïs Marinho heet – is een eind opgeschoven richting de dance, al schuurt een aantal nummers aan tegen soulvolle pop met r&b- en hiphop-elementen.
De beats klinken dieper, de synths uitgesprokener. Sensualiteit zit meer dan ooit verweven in haar liedjes. De toegenomen fluister in haar zang is daar mede debet aan. Parks is een boegbeeld van de LHBTI+ gemeenschap, meer uit vanzelfsprekendheid dan uit activisme. Dat geldt ook voor de soms kwetsbare openheid in haar teksten. Daarin is de dansvloer vaak het decor (in het wat donkere 2SIDED en met breakbeats gevulde Get Go), als setting voor liefde, verlangen, verbinding en escapisme. In het groovende Heaven bezingt ze de betekenis ervan voor haar. ‘Are you letting go? / Do you just want time to freeze? / Well, I think sometimes it’s both, yeah / There’s a space you find between / When I catch a glimpse of heaven / I know I can’t take it with me / Maybe knowing that is closure.’
Floette is een queer liefdesliedje, met scherpe synths en aanvankelijk subtiele maar steeds verder uitbottende beats. Sampha, een oude held van Parks, voegt gevoelige vocalen toe aan het refrein van Senses. Parks wisselt dansbare liedjes af met rustigere nummers en dat geeft een fijne flow. Het dromerige Beams opent zich als een bloem op een zonovergoten ochtend en de vederlichte synths in Nightswimming zijn hypnotiserend. De samenwerking met producers Baird (Brockhampton) en Bob Bisel (SZA, Kendrick Lamar) pakt bijzonder goed uit. Hoewel het album klinkt als een natuurlijke ontwikkeling na My Soft Machine (2023) zet Arlo Parks met Ambiguous Desire vooral een hele grote stap voorwaarts.