Ieder genre heeft een gezicht. Die ene act die altijd in één adem met de stroming genoemd wordt. My Bloody Valentine bij shoegaze bijvoorbeeld, of Nirvana bij grunge. Voor Midwest-emo kan dit natuurlijk maar één band zijn: American Football uit Urbana, Illinois. Hun titelloze debuut uit 1999 werd de Nevermind voor emokids, met een bijna net zo iconische platenhoes.
Nu, 28 jaar, een comeback en vier albums later, is het nog steeds dit debuut waar de band z’n cultstatus grotendeels aan ontleent. Maar dat betekent niet dat American Football in het verleden is blijven hangen. De angsty studentjes van weleer zijn intussen een stel melancholische veertigers, heel wat illusies armer en effectpedalen rijker. Het maakt LP4 hun meest weidse en dramatische plaat ooit. Al blijft de basis onveranderd: die ongrijpbare maatsoorten, stevig vervlochten twinkelgitaartjes en natuurlijk de mijmeringen van frontman Mike Kinsella, die ook als veertiger nog genoeg redenen heeft om emo te zijn.
In het sterke Patron Saint Of Pale ziet hij z’n huwelijk op de klippen lopen, in No Feeling (met bijrol voor Turnstile-zanger Brendan Yates) verlangt hij hevig naar de dood. En dan hebben we het nog niet eens gehad over Bad Moons, een acht minuten durend epos waarin depressie, verslaving en echtscheiding culmineren in een uitbarsting van postrockgeweld. Zware kost dus, deze vierde American Football. Een beetje vermoeiend? Absoluut. Maar ook confronterend, melancholisch en prachtig gearrangeerd. Kortom: héél emo.