Silverstein bestaat 25 jaar. De Canadezen zijn een van de weinige klassieke emobands die altijd trouw zijn gebleven aan hun roots. Want ook Antibloom – het eerste deel van een dubbelaar waarvan de andere helft, Pink Moon, later dit jaar verschijnt – is voorspelbaar als altijd.
Frontman Shane Told schrijft nog steeds zinnen als ‘I wanna hate you now, but I don’t know how’ (Confession) en op momenten is het zo mierzoet dat het haast pijn doet. Als Silverstein gas geeft, zoals in het uitstekende Skin & Bones, over een ex-vriendin van de zanger die vermoord werd, is het nostalgisch goed. Het grappige is: zelfs op de hardere momenten blijft Silverstein een lieve band. Nooit wordt het zo dreigend dat je er bang van wordt. Dat is een vloek en een zegen. De melodie en agressie die altijd hand in hand gaan, zorgen voor een herkenbaar geluid, maar soms mis je net dat ene procentje extra. Alsof de handrem er nooit helemaal afgaat. Aan de andere kant: dat is wat Silverstein altijd al was, want als je dit twaalfde (!) album naast het debuut uit 2003 legt, hoor je ontegenzeggelijk dezelfde band. Voor zo’n consistente carrière kun je je beanie alleen maar heel diep afnemen.