Britpop lijkt anno 2025 springlevender dan het in jaren is geweest. Oké, Damon Albarn trok vorig jaar (alweer) de stekker uit Blur, maar de rest van de grote vier van het genre geven allemaal acte de présence dit jaar. De reünietour van Oasis houdt heel het Verenigd Koninkrijk en daarbuiten in zijn greep, Pulp bracht een uitstekende comebackplaat uit en – om de tendens van de komende 250 woorden maar alvast te verklappen – Suede voegt met Antidepressants weer een knaller aan zijn eigen post-reünie-oeuvre toe.
Volgens frontman Brett Anderson is dit de postpunktegenhanger van punkplaat Autofiction (2022). In de praktijk liggen de twee platen qua geluid niet ver uit elkaar, maar dat is geen grote schande. Net als de voorganger klinkt deze plaat bovenal als een uiterst stevige versie van een Suede-klassieker, met misschien hier en daar wat bescheiden Joy Division-neigingen. Vanaf de felle opener Disintegrate horen we weer een band als een sneltrein, met Anderson als de immer onvermoeibare motor van het geheel.
Zoals de titel en de donkere albumcover al doen vermoeden, serveert de band hier geen lichte kost, maar het album verdrinkt nooit in zijn eigen misère. Daar zijn de nummers te opzwepend voor en de refreinen te euforisch. Hoogtepunt is The Sound And The Summer, met een refrein dat bij iedere herhaling harder binnenkomt. Na het sterke Criminal Ways kakt het album een klein beetje in, maar dat is maar relatief.
Op een echte valse noot is Suede hier niet te betrappen, wat eigenlijk geldt voor alle platen die de band sinds zijn reünie in 2013 uitbracht. Maar weinig bands zijn zo consistent, laat staan bands in hun tweede jeugd. Dat die nog lang mag voortduren.