Arme Luke Hess. Hoeveel andere technostijlen hij ook maakt, het label ‘die witte dubtechnospecialist uit Detroit’ zal altijd aan hem blijven kleven. De kans is klein dat zijn nieuwe langspeler Arkeo iets aan dat hokjesdenken gaat veranderen, want de akkoorden worden andermaal in een diepe echoput gegooid, waarbij er solide kicks en bolbuikige baslijnen omheen zwemmen.
De Amerikaanse man-met-de-pet noemt zijn derde plaat zelf zijn meest persoonlijke album, waarop hij naar eigen zeggen ‘zijn onzekerheden en tekortkomingen’ in vloeiende en uiterst dansbare technoproducties heeft gegoten. Neem Panoplia, dat met zijn versneden arrangementen en sissende cimbalen een hoog retrogehalte heeft. Dit is het soort dansmuziek dat 25 jaar geleden grote pakhuizen vulde. Niet dat Hess een retroalbum heeft gemaakt, verre van. Hij past het roemruchte verleden van zijn woonplaats juist toe op het nu, door het tempo wat op te schroeven en daarnaast speelser te arrangeren. Hetgeen zijn melancholieke machinefunk precies de juiste energie en speelsheid geeft. Als dit postdubtechno is, lust ik er wel pap van.