album
Pop

DAVID BOWIE

Blackstar

ISO/COLUMBIA/SONY MUSIC

Goedbeschouwd was die comeback van drie jaar geleden, met The Next Day, toch een beetje teleurstellend. ‘Beter dan gevreesd, slechter dan gehoopt’, schreef ik er destijds zelf over. Evenals ‘typische driesterrenplaat’. Waarmee we meteen een mooi bruggetje hebben naar deze opvolger, die verschijnt in een wereld die allang niet meer die van 2013 is, maar waarin het verschijnsel David Bowie opnieuw in vele vormen – de tentoonstelling, de videoclip, de theaterproductie, het album – tot ons komt. En ditmaal heeft ie met name de muzikale zaakjes wat bevredigender op orde: Blackstar geeft Bowie iets van z’n muzikale voorhoedepositie terug. Al zal de aanpak hier en daar een wenkbrauw doen optrekken. En, niet te vergeten, een acquired taste vereisen.

Blackstar bevat ‘slechts’ zeven relatief lange tracks met veel jazzinstroom én een hoofdrol voor – je moet ervan houden, persoonlijk ben ik er licht allergisch voor – de saxofoon. Die van de New Yorkse jazzmuzikant Donny McCaslin om precies te zijn. Hij mag in vrijwel alle songs z’n rondjes draaien en die rondjes zijn eerder warm en dromerig dan edgy of spannend. Meer Kenny G dan Colin Stetson, zeg maar. En dat vijlt hier en daar iets van de scherpe randjes af. Overigens zijn de songs deels bekend: het tien minuten lange, van een cryptische videoclip vergezelde titelnummer was sowieso al vooruitgesneld, het opnieuw opgenomen Sue (Or In A Season Of Crime) verscheen eind 2014 al op single, ‘Tis A Pity She Was A Whore (eveneens opnieuw ingeblikt) was daar de B-kant van en Lazarus komt uit Bowie’s gelijknamige muziektheaterstuk dat momenteel in New York wordt opgevoerd. Maar we hadden ’t over de muziek, waarmee Bowie véél meer dan op The Next Day de grenzen opzoekt en soms zelfs voorzichtigjes in de buurt komt van Berlijn, 1977. Zie het duistere, bijna ambient-achtige scharnierpunt halverwege het titelnummer. Zie de harde, dreigend-industriële drumklappen in het met Gary Numan-timbre gezongen Girl Loves Me. Zie ook de suspense waarin het sluipende Lazarus de volle zes minuten baadt. Op andere momenten probeert Bowie simpelweg dingen die hij nooit eerder deed. Ook daar mogen we het titelnummer weer bij halen, met z’n soms onontwarbare ritmiek. Of de nieuwe, ultrastrakke versies van Sue en ‘Tis A Pity She Was A Whore, opgehangen aan knallend harde stuiterbeats, waar Bowie dan met veel gevoel voor timing doorheen manoeuvreert. Nee, iets als een memorabele hit-in-spé dient zich op Blackstar niet aan, of het zou het nostalgisch getinte Dollar Days moeten zijn, een song die de liefhebber van de ‘croonende’ Bowie anno Wild Is The Wind zal bekoren. Het kalme slotnummer – of misschien moeten we zeggen: afsluitende statement – I Can’t Give Everything Away kijkt ook achterom, maar dan naar recenter datum. Het zou zomaar kunnen dienen als Bowie’s verantwoording voor hoe hij de laatste jaren te werk gaat: enigmatischer en ongrijpbaarder dan ooit, zonder interviews of tournees te doen, of zelfs maar de kleinste concessies aan de muzikale trends van nu (zo die er zijn). De onverwoestbare Bowie-fan in mij zegt: zo ken ik ‘m weer en zo zie ik ‘m graag, 69 jaar oud of niet, saxofoon of niet.

Deel dit artikel

Meest gelezen artikelen

Bloc Party is weer even de beste band van 2005 
concert
Bloc Party

Bloc Party is weer even de beste band van 2005 

Wie zegt wel te hadden verwacht dat Bloc Party de AFAS Live zou uitverkopen, is een leugenaar. Meer dan tien ...
Love Is Magic
album
John Grant

Love Is Magic

Hoe geestig de rake teksten van John Grant soms ook zijn, altijd sijpelt de pijn er dwars doorheen. Leed van ...
MassEducation
album
St. Vincent

MassEducation

Die omhoog gestoken kont op de hoes van Masseduction (2017) was dus niet van Annie Clark zelf, leerden we via ...

Recensie: DAVID BOWIE - Blackstar (album) | OOR