Na twintig jaar Blood Red Shoes waagt Laura-Mary Carter zich voor het eerst aan een soloplaat. Dat we van haar geen robuuste indierock hoeven te verwachten, liet ze al horen op de EP Town Called Nothing uit 2021. Wat daarop nog een sound in wording was, is nu af.
Carter maakt een soort vintage pop met een countrytwist die Californische stranden en de Amerikaanse jaren vijftig in herinnering brengt – ze woont tegenwoordig in Los Angeles. De tijd dat Elvis god was, maar met genoeg moderne elementen (keyboards, soms elektronische drums, shoegaze-gitaareffecten) voor een boeiend geluid. Elvis Widow en Comets zie je haar zo in de Roadhouse in Twin Peaks spelen, daar zit een Lynchiaans randje aan.
Haar licht verveelde melancholieke zang heeft wel wat van Lana Del Rey, al is Carters stem scherper. Sinistere smartlappen als Sometimes I Fail en June Gloom klinken even romantisch als fatalistisch. Carter noemt het album zowel een afscheid van een oud leven als een wedergeboorte. Blood Red Shoes toert nog gewoon dit jaar, dus de teksten zullen over een ex-geliefde gaan. Aan de oppervlakte lijkt Bye Bye Jackie wat te kabbelen, maar in elk liedje huist een donderwolk. Die broeierige sfeer en prima liedjes maken het tot een fijn debuut, dat geen moment aan haar band doet denken.