Een van de meest indringende platen van de afgelopen tien jaar staat op naam van David Balfe uit Dublin. Op For Those I Love (2021) bracht hij een rauwe en hartverscheurende ode aan zijn vriendschap met poëet en punker Paul Curran, die in 2018 uit het leven stapte – ook The Murder Capital herdacht hem op When I Have Fears.
De muzikale omlijsting bestond uit een mix van desolate ravesounds en Britse hiphop met een grimmige postpunksfeer. Balfe klonk als een poëtische en bloedserieuze nazaat van The Streets’ Mike Skinner. Op Carving The Stone draait het om zijn haat-liefdeverhouding met Dublin, vooral bezien vanuit de sociale onderklasse. Hij schetst schrijnende beelden van uitzichtloze situaties, mislukte levens, onrecht en eenzaamheid in de stad. Het raakt allemaal aan zijn eigen worstelingen: ‘Where’s the pride in this city? / I won’t survive in this city.’ In het nu meer schurende en drukke geluidsbeeld heeft rave plaatsgemaakt voor sinistere elektronica. Er gebeurt ontzettend veel, drie verschillende muzikale thema’s in één track is geen uitzondering. Balfe’s stem en dictie hebben wederom een hypnotiserende kwaliteit, al klinkt er soms ook oprechte woede in door. Hij klampt zich vast aan vriendschappen en de kunsten, en belooft zichzelf om er het beste van te maken. Carving The Stone is een verknipte en grillig klinkende liefdesbrief aan Dublin. De plaat voelt iets minder monumentaal dan Balfe’s debuut, maar is alsnog een indrukwekkend werkstuk dat zijn grote talent als woordkunstenaar bevestigt.