Ik hou van paardrijden. Niet in een manege, maar in volle galop door het bos. Ooit ging dat mis. Een opgevoerde brommer knetterde me tegemoet en maakte, accelererend, wheelies recht voor mijn paard. Deze maakte daarop ook een wheelie, bokte mij eraf en sloeg op hol. Ik bleef met één voet in de stijgbeugel hangen en werd meegesleurd over het ruwe, onverharde pad. Toen mijn voet eindelijk losschoot, bleef ik zwaar gekneusd achter.
Alle aspecten van het debuutalbum Come And See van Gurriers komen in deze anekdote samen. Meteen vanaf opener Nausea geven de vijf Ierse rockers je hardhandig de sporen en trekken je mee in hun vlucht, venijnig meppend met een zweep. Ze gaan struikelend over de kop, gierend in z’n voor- en achteruit, steigerend de distortion zone in en bokkend door de prikkelstruiken. Onderscheid tussen bas en gitaren maken de Dubliners niet: de string sisters – zoals de bassist en de twee gitaristen zichzelf noemen – wilden hun instrumenten onconventioneel inzetten. Missie volbracht. Op een enkel íets ingetogener nummer na blaffen de vervlochten snaarpartijen ongefilterd als panische sirenes plankgas uit de knalpot, het begrip ‘snaarstrak’ een geheel nieuwe lading gevend. Woede over het huidige wereldleed wordt verbaal in de microfoon uitgekotst. En net als bij hun liveoptredens blijf je zwaar gehavend achter na deze op vinyl geperste moshpit.